top of page

Bloedbruidegom als type van Jezus

  • Foto van schrijver: Tjardo M
    Tjardo M
  • 17 sep 2025
  • 10 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 29 okt 2025

Het huwelijk is een belangrijk symbool in het christendom. In dit beeld zien we Jezus als de bruidegom die zijn bruid - de kerk - huwt. God wil een verbond met ons aangaan en heeft zichzelf weggegeven uit grote liefde voor ons. Hij kwam ons te hulp (Efeziërs 2:4-10). God vergaf niet alleen onze zonden, maar betaalde ook de volle prijs voor onze tekortkomingen met zijn bloed. Zo kroonde hij ons met zijn liefde (Psalm 103:3-4).


In het evangelie van Johannes lezen we dat Jezus' zijn eerste wonder verrichte op een bruiloft, waar hij water in wijn veranderde (Johannes 2:1-12). In deze context symboliseert de wijn nog vooral feest en vreugde. Later krijgt de wijn echter een andere betekenis. Tijdens het laatste avondmaal, gebruikt Jezus de wijn als symbool voor Zijn bloed en zijn offer voor de verzoening van de mensheid. Mogelijk verklaart dit ook zijn reactie in Johannes 2:4: 'Wat wilt u van me? Mijn tijd is nog niet gekomen.'


De wijn wordt later een teken van het kruisoffer, en Gods nieuwe verbond met de wereld.


Getals symboliek van vijf

Als je de eerste hoofdstukken van Johannes aandachtig bestudeert, zie je dat Jezus met precies vijf discipelen naar de bruiloft te Cana ging. In Johannes 1:35-40 lezen we namelijk dat Jezus zijn eerste twee discipelen aanstelt uit de volgelingen van Johannes de Doper, waaronder Andreas, die vervolgens zijn broer Petrus erbij haalt (dat worden er drie). Daarna komt Filipus uit Bethsaïda erbij (Johannes 1:43), en hij brengt op zijn beurt Natanaël mee (Johannes 1:45). Dat brengt ons op een totaal van vijf.


Bij het bruiloftsfeest in Kana verrichte Jezus zijn eerste wonder door water in wijn te veranderen (Johannes 2:1-12)
Bij het bruiloftsfeest in Kana verrichte Jezus zijn eerste wonder door water in wijn te veranderen (Johannes 2:1-12)

Dit getal vijf is waarschijnlijk geen toeval. Het wordt in de bijbel namelijk veelvuldig gebruikt in de context van het huwelijk en verzoening.  Het getal vijf bestaat immers uit 2 ongelijke getallen: 2 en 3, wat symbolisch duidt op de twee totaal verschillende partijen (man & vrouw), die samen 1 worden. Volgens oude joodse gebruiken zouden er ook 5 getuigen garant staan voor de bruid en evenzo 5 voor de bruidegom. Vandaar ook de gelijkenis van de vijf wijze- en de vijf dwaze bruidsmeisjes.


In de Bijbel zien wij dat het sluiten van het verbond, altijd verband houdt met een offer. God belooft zijn volk een eigen land, en uiteindelijk ook deelname aan God's koninkrijk, maar om onderdeel te zijn van zijn verbond, is er een verzoeningsoffer nodig.


Oorsprong van "Walking down the aisle"

Dit begon al bij het verbond wat God met Abraham sloot (Genesis 15 : 7-32), hier ging een bijzonder ritueel aan te pas, wat niet uniek was voor die tijd. Abraham moest de lichamen van de dierenoffers doorsnijden, en beide partijen zouden tussen de stukken ervan moeten lopen om hun trouw te zweren ('walking down the aisle'). In essentie zegt deze handeling: 'als ik dit verbond breek, moge mijn lichaam in tweeën worden gescheurd zoals deze dieren.' (zie ook Jeremia 34:18). Het was een dodelijke eed die de partijen aflegden, om te beloven dat zij het verbond niet zouden breken.

In de tijd van Abraham was het gebruikelijk om bij een verbond, dierenoffers te doen. Beide partijen moesten tussen de stukken ervan lopen om hun trouw te zweren.
In de tijd van Abraham was het gebruikelijk om bij een verbond, dierenoffers te doen. Beide partijen moesten tussen de stukken ervan lopen om hun trouw te zweren.

Belangrijk om te benoemen is, dat God aanvankelijk niet door de dierenkarkassen loopt. Echter, wanneer de zon onder is, krijgt Abram een droom, waarin God hem eerst verteld dat zijn volk voor 400 jaar als slaaf zal dienen, maar uiteindelijk zal worden bevrijdt, en nota bene bij de uittocht beloond zal worden met de schatten van hun onderdrukkers.


Vervolgens ziet Abram God als een rokende oven en brandende fakkel tussen de dierenstukken door trekken. Dit is een teken dat God zich aan het verbond zal houden. Deze symbolen vertegenwoordigen God, zoals we later ook zien tijdens de uittocht uit Egypte (denk aan de vuurkolom in Exodus 13:21). Wat dit verbond van Abram met God trouwens uniek maakt, is dat het vrij eenzijdig is. Normaliter, zou zo'n verbond eisen dat twee partijen samenkomen en elkaar beloften doen. Toch hoeft Abram geen belofte te doen, alleen God doet een belofte over zijn ontelbaar nageslacht.


Dit ritueel van verscheurde dieroffers, is waarschijnlijk waar het gezegde van 'walking down the aisle' vandaan komt. De hedendaags vrolijke gebeurtenis heeft van oudsher dus een scherp randje.


Mozes - God blijft trouw aan zijn verbond

Langs de aisle, vindt je de oude mens (van zonde), de oude identiteit, waar je van moet scheiden zoals Paulus dat zo mooi formuleerd. Je focus is nu immers gericht op de bruidegom (Christus), ons hart behoort aan hem toe (Efeze 4:22-24). Dit principe wordt ook duidelijk in het verhaal van Mozes.


"[22] Jullie moeten je vroegere levenswandel afleggen, de oude mens die bedorven is door de misleidende begeerten. [23] Word vernieuwd in de geest van jullie denken. [24] Doe de nieuwe mens aan die door GOD geschapen is in gerechtigheid en in ware heiligheid." - Efeze 4:22-24 (EBV)


Mozes groeit op in het paleis van de Farao, en wordt opgevoed met Egyptische gebruiken. Als gevolg daarvan worstelt hij met zijn identiteit: die van Hebreewer of Egyptenaar. Uiteindelijk doodt hij een Egyptenaar. Je kan dit symbolisch lezen, alsof hij met zijn 'oude identiteit' korte metten wil maken, en zijn 'Hebreeuwse' identiteit wilde redden. Dit heeft echter niet het gewenste effect, want hij belandt juist in een nog dieper gat - waardoor hij uiteindelijk vlucht naar de woestijn van Midian. Hier bouwt hij een nieuw leven op: hij trouwt met de Midianiet Zipporah, en wordt herder over de kudde van zijn schoonvader Jethro (een Midianitische Priester ). Mozes wordt hier vader van een zoon, die hij Gersom noemt, deze naam getuigt van het feit dat Mozes zichzelf een vreemdeling vindt, in een vreemd land vond.


God roept Mozes om het volk Israël uit Egypte te leiden en zo zijn belofte aan Abraham te vervullen.
God roept Mozes om het volk Israël uit Egypte te leiden en zo zijn belofte aan Abraham te vervullen.

Het duurde 40 jaar, totdat Mozes op een dag, een bijzondere verschijning zag bij de berg Horeb. Daar verscheen de Engel des Heren aan hem in een vuurvlam midden in een doornstruik wat gelijk doet denken aan de beeldende taal uit de droom van Abraham. De Engel des Heren, had een belagnrijke boodschap, namelijk: God is zijn belofte aan Abram niet vergeten, en wil door Mozes, Zijn volk verlossen uit de slavernij.


Echter, Mozes is inmiddels veranderd, hij is niet meer de zelfverzekerde man die hij ooit was. In tegenstelling, hij is een vreemdeling geworden - we lezen dat hij een spraakgebrek heeft, en dat hij twijfelt of mensen wel zullen luisteren (Exodus 4:10). Dan belooft God dat zijn broeder Aaron, de Leviet, namens hem zal spreken. (Exodus 4:16) Dit stelt Mozes gerust en Hij keert uiteindelijk terug naar het land van Egypte. Echter, Wanneer Mozes gehoor geeft aan de opdracht om namens de Here, Gods volk uit de slavernij te bevrijden, zendt God - wat zeer tegenstrijdig lijkt - een engel op hem af om Hem te doden. (Exodus 4: 24)


Zipporah doorziet dit spoedig onheil echter, en besnijdt de voorhuid van haar zoon, en raakte met het bloed daarvan Mozes' voeten aan en zegt tegen hem: je bent voor mij een bloedbruidegom. Wat gebeurt hier? Dit is een bizar verhaal in de Bijbel wat menig theoloog heeft doen stilstaan


Bloedbruidegom: Dreiging van verbondsbreuk

Doordat Mozes zo lang in Midian verkeerde, had hij de gebruiken van Abram verzuimd. Hij had zijn kinderen niet besneden, maar opgevoedt vanuit de Midianitische traditie, waarbij jongens pas besneden werden als ze de huwbare leeftijd hadden. In Exodus 4, lezen wij dat hij op het punt stond om de belofte van God aan Abram in te willigen, zonder dat zijn kinderen zelf het verbondsteken droegen. Het kind moest dringend geheiligd worden - anders zou het niet onderdeel kunnen uitmaken van het verbond wat God met Abram sloot.


Hoewel Zippora aanvankelijk tegen de besnijdenis gekant was, voerde zij deze toch uit op haar kind om hem 'rein' te maken. Het 'bloederige' offer dat zij moest brengen voor de verzoening met het verbond, deed haar Mozes een 'bloedbruidegom' noemen. Het is namelijk vanwege het feit dat ze met hem getrouwd is, dat ze deze actie moest ondernemen. Belangrijk is dat Zippora met het bloed uiteindelijk Mozes' voeten aanraakt. Dit symboliseert dat Mozes nu rust op het fundament van Abrams verbond, in plaats van op het Midianitische fundament. Dit toont parallellen met Abram die eeuwen eerder bloed aan zijn voeten kreeg door tussen de doorgekliefde dierenkarkassen te lopen om het verbond aan te gaan.


In de rest van Exodus, lezen wij hoe Israel (en Mozes als type beeld) af moet rekenen met de 'oude identiteit' als vreemdeling en nu onderdeel zal uitmaken van een nieuwe identiteit in verbond met God.

Bij de tiende en laatste plaag, gaat de Engel voorbij aan de Hebreeuwen die het verbondsteken aan de deurpost hebben staan.
Bij de tiende en laatste plaag, gaat de Engel voorbij aan de Hebreeuwen die het verbondsteken aan de deurpost hebben staan.

De besnijdenis is zo'n teken van hun verbond met God, en was al een afspiegeling van de uiteindelijk bevrijding - uit Egypte. Door zich te ontrekken (af te snijden) aan het Egyptisch rijk - en die oude mens, uit slavernij, worden ze 'apart gezet' ofwel 'geheiligd'. Het bloed aan de deurpost bij de tiende plaag, symboliseert weer eenzelfde principe. Het is waarschijnlijk dezelfde Engel die eerder Mozes opjaagde, die nu langs de huizen van de Egyptenaren trekt om daar de eerstgeborene te doden. Enkel het verbondsteken aan de deurpost onderscheidt de Hebreeuwen van de Egyptenaren.


Mogelijk dat we bij de 10 plagen, een inversie zien van het huwelijk, want het zijn 10 plagen die nodig zijn voor het losmaken (scheiden) van de Egyptische identiteit. De tien plagen zijn mogelijk symbool voor de 10 Egyptische goden, die getuige staan van Israel's bevrijding uit Egypte & egyptische identiteit, evenals de 10 maagden later getuigen zijn van de huwelijk en de samenkomst tussen de uiteindelijke Bruid en Bruidegom.


Daar is kracht in het bloed van het Lam

Het verbondsvolk was apart gezet voor een heilige roeping. Ze moesten zich houden aan allerlei reinheidswetten, waarbij brandoffers als een belangrijk ritueel fungeerde om in het 'reine' te komen met God. Hierbij was een gebrekkig dier niet aanvaardbaar (Leviticus 22:20), want zo doe je immers tekort aan de andere partij bij het altaar (in dit geval God). Evenzo: als Israël buiten het verbond zou treden door de gebruiken en goden van andere volkeren over te nemen, zou deze onzuiverheid de 'kracht' van het toekomstige verzoenoffer kunnen bedreigen, namelijk Jezus, die als smetteloos offerlam de wereld zou bevrijden van de zonden (Jesaja 53).


Want het leven van het vlees is in het bloed, en Ik heb dat Zelf voor u op het altaar gegeven om voor uw leven verzoening te doen. Want het is het bloed dat door middel van het leven verzoening bewerkt. (Leviticus 17:11, HTB)

Deze focus op reinheid van het verbondsvolk, verklaart Gods strenge optreden tegen de naburige volkeren van Israël, in het bijzonder de Amalekieten. Dit volk had tijdens de uittocht onder Mozes Israël in de rug aangevallen, waar juist de zwakkere ouderen, vrouwen en kinderen liepen (Deuteronomium 25:17). Alsof dat nog niet genoeg was, vereerden de Amalekieten de god Baäl met allerlei onheilzame praktijken (waaronder zeer waarschijnlijk kinderoffers dagelijkse kost waren) —reden genoeg voor God om ze later door koning Saul te laten uitroeien (1 Samuel 15). Echter, toen koning Saul de kans kreeg om de Amalekieten te vernietigen, spaarde hij koning Agag en nam hij diens beste veestapel mee als buit, alleen de zwakkere dieren doodde hij.


De ongehoorzaamheid van Koning Saul maakte God woedend. Hij stuurde de profeet Samuel naar hem toe om hem te onderrichten. De profeet hakte koning Agag in stukken—een symbolische afrekening - omdat de Amalekieten onverenigbaar waren met de Israelistische identiteit als verbondsvolk. Net zoals een bruid dient te breken met haar verleden om zich aan haar bruidegom te kunnen wijden, moest Israël radicaal breken met alles wat hen van God zou weghouden.


Gods bescherming van Israël – soms door harde maatregelen– diende uiteindelijk het hogere doel: de komst van Christus als het volkomen offer voor de zonden van de hele wereld. De loutering van Israël zelf, door beproevingen, ballingschap en discipline, was ook onderdeel van het proces om het volk voor te bereiden op de komst van de Messias. Het gaat dus niet alleen om bescherming tegen externe bedreigingen, maar ook om het zuiveren en vormen van het verbondsvolk zelf.


De Bijbelse stambomen benadrukken de continuïteit van het 'bloed'-verbond van nageslacht tot nageslacht: de koninklijke bloedlijn van David (Juda) en de priesterlijke bloedlijn van Levi. Uit Levi’s zoon Kehath komen Mozes, Aäron en Mirjam voort; uit Aäron stamt de priester Zadok, dienaar van koning David (1 Kronieken 6). Bij Jezus’ doop komen beide lijnen samen: Johannes de Doper, afstammeling van de priester Zadok via Abia (1 Kronieken 24, Lucas 1), en Jezus, nakomeling van David via Maria. Zo bereidt Johannes, de laatste priester van het oude verbond, de weg voor Christus, de eeuwige Hogepriester van het nieuwe verbond.


Het nieuwe verbond: vijf kruiswonden

Tegenwoordig leven we vanuit het nieuwe verbond, waarin een bloedoffer of besnijdenis niet langer nodig is om tot de Vader te treden. Jezus heeft namelijk de straf van de zonden volledig op zich genomen, hij is het offerlam, dat verscheurd is. Dat betekend dat er geen noodzaak meer is om te leven op het fundament van het bloedverbond van het oude testament. Aan het einde der tijden zal de Kerk als Bruid verenigd worden met Jezus. Hij is zowel de bloedbruidegom (die ons onderdeel uitmaakt van het verbond) als het offerlam (die de prijs betaalt heeft).


In het nieuwe testament lezen wij dat het God de Vader is - die Zijn Zoon aan de Bruid gaf. Van dit bloedverbond staan de vijf kruiswonden getuige (beide handen, voeten en de zijwond) als blijk van zijn zelf-opofferende liefde 'Agape'. Als wij door de "aisle" lopen, is het offer dat aan weerszijden ligt - Christus' lichaam. Dit geeft een wat donkere betekenis aan Paulus' beeldende taal dat Christus de wereld vervuld heeft (Echter, zijn bloed geeft leven, daar kan ieder christen van getuigen).


Het werkt eigenlijk net zoals Gods eerste verbond bij Abram: God doet een belofte aan ons, zonder dat wij daar een belofte tegenover hoeven te stellen. Hij verlangt alleen van ons dat ons hart bij hem ligt. De Here voorziet in het offer, zoals al duidelijk wordt bij Abraham, waar God een ram aandient als offer inplaats van Isaak (Genesis 22:14). Net zoals die ram garant stond voor Isaak, staat Jezus garant voor ons. We hoeven alleen maar te ontvangen wat Hij geeft.


Langs de weg tot het altaar (de 'aisle'), tref je de oude mens (van zonde), de oude identiteit (deze moet je van je af werpen met Jezus aan het kruis). Want we staan op in onze nieuwe identiteit. Evenals de Israellieten de Rode Zee doorkruizen , met golven aan weerszijden, richting het beloofde land, lopen wij richting Gods koninkrijk dankzij het offer wat Jezus ons heeft gebracht. Door ons hart op hem gericht te houden worden wij bevrijdt.


Het koninkrijk van God vinden wij aan het einde van het gangpad, waar Hij ons kroont met Zijn liefde (Psalm 103:3-4). Samen met Hem mogen wij deelhebben aan Zijn Glorie: heerschappij over de schepping, net zoals je na een huwelijk het hoofd wordt van een gezin. Een mooi vooruitzicht, vindt je niet?


Referenties


[1] Jonathan Pageau & Father Josiah Trenham, Marriage the Bedrock of Society, gepubliceerd 5 augustus 2025, https://www.youtube.com/watch?v=Udo290RgaBY

Evenals bij Mozes, de voeten (2)



Vragen

  1. Het verbondsvolk moest zich aan de reinheidswetten houden: zo was een gebrekkig offerlam niet geoorloofd (Leviticus 22:20). Dit bleek uiteindelijk nodig om de weg te bereiden voor de Verlosser - Jezus – het volmaakte offerlam zonder smet. Hoewel wij geen offers meer brengen, blijft dit vraagstuk relevant: lopen wij als gelovigen niet vaak de kantjes ervan af? In hoeverre zijn wij bereidt iets op te geven voor ons geloof?



Opmerkingen


bottom of page