top of page

Het 'TAG' godsbewijs simpel uitgelegd

  • Foto van schrijver: Tjardo M
    Tjardo M
  • 7 apr 2025
  • 6 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 18 jul 2025

Onze moderne samenleving waardeert vooral wat we kunnen waarnemen en meten - dit noemen we empirisme. Geloof in God wordt tegenwoording vaak weggewuifd als een onbewezen zaak of als een coping-mechanisme om met het verlies van dierbaren om te gaan. In het debat tussen geloof en wetenschap gebruiken critici regelmatig logische argumenten en wetenschappelijke bewijsvoering om gelovigen in het nauw te drijven.


In dit artikel wil ik echter laten zien dat geloof minder irrationeel is dan je op het eerste gezicht zou denken. Dat doe ik aan de hand van het Transcendentale Argument voor God (TAG). Dit scherp geformuleerde argument wordt vaak ingezet in gesprekken met atheïsten die een materialistisch of rationeel wereldbeeld aanhangen — een bekende vertegenwoordiger van deze benadering is Jay Dyer.

Het transcendentale argument voor God beweert dat het bestaan van God de meest logische verklaring is om de wetmatigheden die wij in de realiteit aantreffen te duiden.
Het transcendentale argument voor God beweert dat het bestaan van God de meest logische verklaring is om de wetmatigheden die wij in de realiteit aantreffen te duiden.

Introductie

Toen ik zelf voor het eerst met TAG in aanraking kwam, vond ik het lastig te volgen. Het leek in eerste instantie een wat vaag en abstract argument. In deze blog probeer ik daarom TAG op een eenvoudige en toegankelijke manier uit te leggen, zodat het ook begrijpelijk is voor een breder publiek. En wie weet veranderd het je kijk op het geloof.


Ik moet eerlijk gezegd wel bekennen, dat ik niet per se overtuigd ben dat dit soort argumenten massaal mensen tot bekering brengen. Volgens mij komen de meeste mensen tot geloof door persoonlijke ervaringen, niet door verfijnde argumenten in een debat. Uiteindelijk valt er voor elke positie in een debat wel een beredenering te vinden die overtuigend klinkt. Toch kan dit argument wel relevant zijn voor een selecte groep aan mensen die zichzelf wanen in het reductionistische paradigma, en zelden een kritische blik werpen op hun eigen filosofische aannames.


Kort samengevat, veronderstelt TAG dat kennisverwerving alleen mogelijk is als we in eerste plaats het bestaan van bepaalde transcendentale kwaliteiten erkennen. Wanneer men daartoe bereidt is, concludeert het argument dat het bestaan van God de meest spaarzame voorwaarde is om deze fundamentele wetmatigheden te verklaren en te verenigen, en dat ieder ander alternatief absurd of onhoudbaar is.


De structuur van het argument werkt als volgt:

  1. X is de noodzakelijke voorwaarde voor Y

  2. Y bestaat

  3. Dus X bestaat

De hypothetische kersentaart
De hypothetische kersentaart

Een eenvoudig analogie: Neem als voorbeeld een kersentaart die uit verschillende ingrediënten bestaat. Als er een kersentaart (Y) bestaat, dan moeten de elementen die de kersentaart mogelijk maken (X) ook noodzakelijkerwijs bestaan.


Toegepast op God:

  • Met God kunnen we de transcendentale eigenschappen (zoals logica, moraal, bewustzijn) en hun onderlinge samenhang verklaren.

  • Zonder God ontbreekt het fundament voor empirische kennisclaims - je kunt deze eigenschappen niet coherent verenigen


In de volgende paragrafen zal ik stap voor stap uitleggen hoe het argument in zijn werking treedt, te beginnen met een duidelijke definitie van transcendentale kwaliteiten..


Wat zijn transcendentale kwaliteiten eigenlijk?

Transcendentale kwaliteiten zijn fundamentele principes die we als vanzelfsprekend aannemen – zoals logica, causaliteit of morele waarden. Ze vormen de basis van onze ervaring van de realiteit, maar kunnen zelf niet empirisch worden bewezen. Ze zijn universeel, maar bestaan buiten het materiële domein.


Om een aantal voorbeelden te noemen van transcendentale kwaliteiten: 

  • Ruimte/tijd: we ervaren de wereld van begin tot eind. Er is geen mens op aarde die dingen achteruit ervaart. (En nee, het hebben van een horloge is geen bewijs dat er tijd is)

  • Woorden/ betekenis: woorden hebben betekenis, we gaan er van uit dat we een boodschap van betekenis kunnen vormen met ons brein, en dat wij deze boodschap kunnen overbrengen tot een ander brein.

  • Zelfbeeld: Je kunt niet empirisch aantonen dat je een zelf hebt. Geen microscoop / reageerbuis zal je laten zien dat je een identiteit hebt.

  • Universele categorieen: invariante concepten, getallen. Er is geen bewijs voor, maar we weten dat ze bestaan.

  • Ethiek (waar is ethiek? kunnen we het onder een steen vinden? Waar in de microscoop?)

  • Causaliteit

  • Teleologie

  • Wetten van de logica

  • Identiteit in de tijd

  • Relevantie realisatie

  • Verleden

  • Bewustzijn

  • Metafoor

  • En ga zo maar door...


Belangrijk om te beseffen is dat al deze transcendentale eigenschappen onderling verbonden zijn – Het is namelijk niet zo dat de werkelijkheid in stukjes is gehakt: en dat de ene kwaliteit kan bestaan zonder de andere. Integendeel, deze transcendentale eigenschappen functioneren als één samenhangend geheel.


Transcendentale kwaliteiten zijn fundamentele principes en wetmatigheden (denk aan ruimte, tijd, causaliteit) die we als vanzelfsprekend aannemen, maar die an sich niet verklaard kunnen worden met empirisch bewijs.
Transcendentale kwaliteiten zijn fundamentele principes en wetmatigheden (denk aan ruimte, tijd, causaliteit) die we als vanzelfsprekend aannemen, maar die an sich niet verklaard kunnen worden met empirisch bewijs.

Neem als voorbeeld ons menselijk bestaan: onze ervaringen en leerprocessen vinden plaats in een fysio-ruimtelijk tijdsveld. Evenzo, is ons zelfbeeld onlosmakelijk verbonden met onze persoonlijke geschiedenis. Wat we meemaken blijft doorwerken in ons latere bestaan. Kortom: ons zelfbeeld is alleen te begrijpen in relatie tot andere transcendente kwaliteiten (zoals tijd, ruimte, causaliteit en bewustzijn).


Zelfs wanneer je iets eenvoudigs zegt als: de kersentaart in de etalage is rood, veronderstel je al de eerder genoemde transcendentale voorwaarden. Om zo'n uitspraak te kunnen doen, moet je deze axioma's al bij voorbaat accepteren. Dit zijn voorwaarden die noodzakelijk zijn om überhaupt kennis te vergaren.


De grote zwaargewichten uit het militante atheisme: Richard Dawkins en Matt Dillahunty beroepen zich voortdurend op transcendente kwaliteiten zoals logica en waarheid, terwijl hun empirische wereldbeeld daar geen grondslag voor biedt. Empirisme vereist al bij voorbaat aannames die opzichzelf niet empirisch te verantwoorden zijn—iets waar ze compleet aan voorbij lijken te gaan.


Reductio ad absurdum


Betekent dit dan dat kennis onmogelijk is? En we niets kunnen weten of bewijzen?

Nee, dat is nou juist waar het transcendentale argument beroep op doet: we moeten vertrouwen in deze aannames vanwege hun nut. We hebben ze nodig om een maatschappij op te bouwen, en de wereld te bestuderen. De ontkenning van deze transcendente waarden leidt tot absolute absurditeit -  want bij afwezigheid van universele principes of wetmatigheden is kennis onmogelijk. In andere woorden het TAG argument berust op een  reductio ad absurdum


Oké, de samenhang tussen transcendentale eigenschappen is dus noodzakelijk om in de realiteit te kunnen functioneren. Maar hoe hangen deze kwaliteiten dan met elkaar samen?

Is er een preconditie (voorwaarde) die ze allemaal verbindt en overstijgt?


De ultieme preconditie

In het klein, zien dat we dat deze transcendentale kwaliteiten kunnen worden verenigd met de menselijke geest.

Major Briggs uit de serie Twin Peaks (David Lynch)
Major Briggs uit de serie Twin Peaks (David Lynch)

Maar een begrensde geest kan natuurlijk nooit de totale samenhang van transcendente kwaliteiten zoals logica, moraliteit, ruimte, tijd, bewustzijn in zijn volledigheid bevatten. 


Daarvoor moeten we uitzoomen, en kijken naar de grotere schaal: Want hoe anders werken ze samen, dan dat er een hogere (transcendentale) identiteit bestaat die ze allemaal bij elkaar houdt?  Dit is geen "goddelijke eenvoud" in een reductionistische zin, of het "Ene".


In plaats daarvan heb je een oneindige geest nodig als preconditie.


Dit is waar TAG filosofisch een krachtig argument wordt voor het bestaan van God. God is de ultieme preconditie (voorwaarde) —die alle andere transcendentale kwaliteiten verklaart. Want in tegenstelling tot de mens, kan de geest van God alle verscheidenheid in creatie bevatten.

Het is de meest spaarzame verklaring - waar je de minste assumpties maakt  (in lijn met Occkams scheermes). Alternatieve verklaringen zijn onvolledig (platonisme*), of ongefundeerd (materialisme dat logica gebruikt terwijl het logica niet kan funderen).


De drie-eenheid
De drie-eenheid

In de Geest van God kunnen de verschillende transcendentale eigenschappen worden verenigd. Het is verscheidenheid in eenheid. Hiervan zien wij eigenlijk al een afspiegeling in de leer van de Drie-eenheid: omdat het christelijke godsbeeld in zichzelf al meerdere modaliteiten vertegenwoordigt —Vader, Zoon, Geest—volmaakt verenigd in één wezen. Het toont ons hoe verschillende identiteiten een eenheid vormen, zonder de ander op te heffen.


Disclaimer:

*Het volstaat te benoemen dat platonisme een heel eind meegaat met de redenering van TAG, maar zoals de wetenschapsfilosoof Stephen R. L. Clark opmerkt faalt het Platonisme op het cruciale punt waar integratie just het meest nodig is. Door de oorsprong simpelweg te herleiden tot “het Ene”, kunnen Platoonse idealen wel naar eenheid verwijzen, maar bieden ze er geen verklaring voor de eenheid in verscheidenheid. Ze eindigen bij “het Ene” door samen te vloeien in singulariteit — een soort divine simplicity, die onrecht aandoet aan de rijkdom die we aantreffen in de realiteit.


Voor de liefhebber:

Het transcendentale argument wordt vaak onterecht aangeduid als een cirkelredenering, vooral wanneer het haaks staat op de tijdsgeest.
Het transcendentale argument wordt vaak onterecht aangeduid als een cirkelredenering, vooral wanneer het haaks staat op de tijdsgeest.





Opmerkingen


bottom of page