Paulus' geestelijke strijd tegen de Romeinse goden
- Tjardo M
- 23 jul 2025
- 11 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 25 sep 2025
In het Romeinse Rijk bestond een rijke diversiteit aan goden, vaak overgenomen uit de Griekse mythologie. Tegen deze achtergrond begon Paulus zijn 'geestelijke' campagne: een poging om zelfs de Romeinse keizer tot het Christus te bekeren. Hoewel hij dit doel tijdens zijn leven niet vervuld zag worden, wierp zijn werk op lange termijn alsnog zijn vruchten af. Tweehonderd jaar na zijn dood zou keizer Constantijn zich tot het Christendom bekeren — een moment dat het lot van het Romeinse Imperium voorgoed veranderde.

Een belangrijke taak binnen Paulus' missie was het uitdrijven van de Romeinse en Griekse goden uit het land. Altaren gericht aan Juno en Mars werden afgebroken, en in plaats daarvan installeerde Paulus voorbeeldige mensen als figuren waar het volk zich mee kon identificeren en verbinden.
Paulus was een van de meest succesvolle exorcisten uit de vroege kerkgeschiedenis. Geïnspireerd door het recente werk van Father Stephen de Young [1], verken ik in deze blog Paulus' geestelijke veldtocht om een licht te werpen op de geestelijke strijd vanuit de Bijbelse context: wat wordt hiermee precies bedoeld? En hoe moeten we ons dit voorstellen?
De onzichtbare wereld van de Grieken
Om dit goed te kunnen begrijpen, moeten we eerst een schets maken van de klassieke wereld: hoe dacht men over geestelijke principes en de relatie tussen hemel en aarde?
Martin Heideggers "Der Ursprung des Kunstwerkes" [2] stelt dat Griekse filosofen met 'aarde' niet de fysieke planeet bedoelden, maar een symbolisch concept. 'Aarde' verwees naar de wereld vanuit menselijke beleving - de realiteit van ervaringen en de verscheidenheid aan manifestaties. Heidegger vatte dit samen in het volgende citaat:
"Is the earth in our head or do we stand on the earth?" - Martin Heidegger (1968)
Heidegger gebruikt in zijn werk dikwijls het begrip Grund (grond/fundament) om de symbolische rol van de aarde, als zijnde een vormloze massa vol potentiaal, uit te drukken. De aarde is een matrix, die informatie van buitenaf nodig heeft, om het vorm te geven. De individuele manifestaties (particulieren) die wij hier op aarde zien - denk aan een bepaalde eik versus een dennenboom, of een villa versus een woonboot, ontlenen zich aan de zogeheten Hemelse principes.

De Hemel representeert een hogere dimensie waarin de universele categorieën, patronen, archetypen en wetmatigheden zich bevinden. Deze zijn onzichtbaar - je kunt er wel instanties van zien, maar nooit het 'zuivere' patroon zelf. Vergelijk het met menselijke doelen (Telos): ze drijven ons uit bed, maar deze onzichtbare motor is niet meetbaar onder een microscoop.
Creatie is het samenspel van hemel en aarde
In het Scheppingsverhaal fungeert Gods stem als de drijvende hemelse kracht die de realiteit vormgeeft. Hij roept Adam bijvoorbeeld uit het stof met zijn levensadem. Volgens bijbelse principes, kent materie op zichzelf geen werkelijk bestaan totdat het wordt gekwalificeerd door een hemels principe van buitenaf, die betekenis en structuur aanbrengt.
![Het scheppingsverhaal toont ons de belangrijke wisselwerking tussen Hemel en Aarde (bron: Jonathan Pageau, Symbolic world [3])](https://static.wixstatic.com/media/0df13a_f9a3c01203364461bf4f6579fc3745c5~mv2.png/v1/fill/w_980,h_550,al_c,q_90,usm_0.66_1.00_0.01,enc_avif,quality_auto/0df13a_f9a3c01203364461bf4f6579fc3745c5~mv2.png)
De hemel levert de ordenende principes en informatie, terwijl de aarde het ruwe materiaal en de mogelijkheden biedt. Creatie is de interactie tussen hemel en aarde en uit hun samenspel worden de concrete, benoembare dingen geboren die onze werkelijkheid vormen. Het planten van een zaadje illustreert perfect deze interactie tussen hemel en aarde: het zaadje bevat een hemels patroon dat, eenmaal in de grond geplant, zich kan manifesteren als een plant in alle verschillende vormen binnen de beperkingen die de omgeving haar oplegt (potentialiteit).
De unieke rol van de mens
Van alle wezens die we kennen vervult de mens een unieke positie omdat hij als enige de twee dimensies - hemel en aarde - het beste kan verenigen. Enerzijds heeft hij toegang tot de zichtbare, materiële wereld 'van beneden' met fysieke eigenschappen, gereedschappen, experimenten en mode, en anderzijds tot de onzichtbare, 'hemelse' wereld 'van boven' - de wereld van ideeën, principes en geesten. Omdat de mens is geschapen in het evenbeeld van God kan hij, evenals God, deelnemen aan het scheppingsproces als subcreator. Dit zien we al in het hof van Eden, waar Adam de dieren een identiteit mag geven waardoor hij toch ook een rol vervult bij de vorming van de realiteit.
Doordat de mens in staat is abstract te denken en redeneren heeft hij toegang tot de onzichtbare wereld en kan hij complexe ideeën en principes vertegenwoordigen. Maar dit maakt hem ook kwetsbaar, zoals blijkt uit de zondeval. Bij de boom van kennis over goed en kwaad bevindt zich immers ook de listige slang. Na de zondeval zien we dat de unieke creatieve rol van de mens in gevaar komt, omdat een ongetrainde geest open kan staan voor de meest heikele ideeën van buitenaf - waardoor zijn vermogen om hemel en aarde te verenigen wordt misbruikt door destructieve geestelijke invloeden (waar de kronkelende slang symbool voor staat).
Verbindende machten
Het proces van geestelijke beïnvloeding werkt hetzelfde als hoe ideeën zich verspreiden - infectieus en viral, zoals hypes die rondwaren door de samenleving. Sommige individuen belichamen zo sterk een ideaal dat mensen zich massaal tot hen aangetrokken voelen. Deze figuren worden epicentra die anderen inspireren, polariseren en bewegen tot actie - van Hollywood-sterren tot politieke leiders. Dit zijn de symbolische machten van onze tijd.

Elke cultuur heeft zo'n centrum nodig: een figuur die als zwaartepunt fungeert en de groep verenigt. Historische voorbeelden zijn Napoleon, Karel de Grote of Willem van Oranje, maar ook mythische figuren zoals Zeus, Athene of Wodan. Deze figuren worden focuspunten van collectieve aandacht die hele volkeren kunnen verenigen onder hun invloed.
Met de komst van het christendom verdwenen de Romeinse en heidense goden langzaam van het toneel en werden vervangen door patroonheiligen. Deze heiligen stralen elk een aspect van Jezus uit in hun eigen context en persoonlijkheid, waardoor gelovigen herkenning vinden in hun interesses, worstelingen of levenssituatie: een visser in Petrus, een reiziger in Christoffel, een student in Thomas van Aquino. Paulus zag de kracht van dit mechanisme in: je hebt voorbeeldige christenen nodig die als verbindende kracht de 'oude' machten van hun tronen kunnen stoten.
De strijd om het Centrum: Van Valse Goden naar Ware Heiligen
Elk volk, elke cultuur, heeft zijn centrum nodig — een figuur of principe dat als zwaartepunt dient en de groep bijeenhoudt. Paulus begreep dit fundamentele mechanisme. In de heidense wereld waren dit de afgoden — centrale figuren zoals Ares, Athene of Apollo — die macht en inspiratie brachten, maar uiteindelijk ook de mensen tot slaaf maakten.
Idealen vinden vaak hun oorsprong in het imaginaire of collectieve onbewuste. Wie zich vormt naar zo’n ideaal, wordt aantrekkelijker binnen zijn groep — wat uiteindelijk zelfs de materiële werkelijkheid kan beinvloeden, doordat het bepaalt welke genen worden gepropageerd.

Als je bijv. in de tijd van de oude spartanen, meer kwaliteiten van Ares belichaamde: door met pure razernij je tegenstanders van kant te maken, was je waarschijnlijk meer aantrekkelijk dan een ielige androgyne man. De ‘goden’ zijn dus geen louter abstracte principes, maar vormen echte selectiedruk: zij bepalen wie volgt, wie leidt, en wie overleeft. Ze oefenen invloed uit op de evolutie van de mens.
De autonome realiteit van geesten
De Grieken herkenden Ares in hun bloeddorstige krijgers die zich lieten drijven door een bui van razernij. Dit voorbeeld toont de autonomie van deze principes: wanneer de geest van woede zich in mij manifesteert, bevindt deze zich niet uitsluitend in mij. De geest van woede (of Ares) blijft bestaan, zelfs als ik sterf. Deze onzichtbare principes beschikken over een bpeaalde autonomie: ze "overstijgen" het individu en houden zichzelf in stand als woekerend onkruid.
Dit verklaart waarom de oude filosofen deze krachten als 'geesten' en 'goden' bestempelden- niet omdat ze bijgelovig waren, maar omdat ze erkenden dat deze principes een eigen bestaan leiden, los van individuele mensen - ze bewegen van persoon tot persoon, van generatie tot generatie.
Deze eeuwenoude en universele patronen & ideeen, dringen zich aan ons op, infiltreren onze gedachten en nemen bezit. Verhalen en memes kunnen de evolutie van het menselijk bewustzijn een bepaalde richting opduwen. Daarom hebben propagandisten, beleidsmakers en media zoveel macht. Ze bepalen niet alleen wat we denken, maar wie we worden.
Paulus' exorcisme was daarom geen symbolische daad, maar een echte strijd tegen autonome krachten die werkelijk bestonden en de beschaving vormden. Paulus was misschien in zijn uitspatting wel gelijk aan Socrates. Die zich zo vel tegen Griekse goden keerde omdat ze net zo gebrekkig leken als wij. Denk aan de Griekse goden op de Olympus, die als toeschouwers naar beneden keken — jaloers, impulsief, wraakzuchtig. Zoals Socrates al aanvoelde: deze wezens zijn het niet waard om aanbeden te worden. Ze zijn niet beter dan wij; ze weerspiegelen slechts onze zwaktes op een groter toneel.
De symbolische machten die heersen in de hemelse sfeer
Paulus zag dat deze idolen — deze centra van betekenis — vervangen moesten worden. Hij wist dat je het centrum van een beschaving niet kunt vernietigen zonder iets nieuws in de plaats te stellen. Je moet de demon uitdrijven, maar ook de ruimte heiligen (anders komen ze in grote getalen terug, Lucas 11:24-26). Het ging niet enkel om kritiek; het ging om vervanging.
Daarom stelde Paulus christelijke figuren in de plaats: heiligen, martelaren, Christus zelf. Geen goden die offers eisen om hun grillen te verzachten, maar mensen die een toonbeeld waren van zelf-opofferende liefde, zoals Jezus zelf het offer was. Geen Mars die oorlog zaait, maar Paulus die vrede predikt. Geen Athene die strategie eist ten koste van de zwakken, maar Maria die zachtmoedigheid belichaamt.

Het was een vorm van exorcisme: het verdrijven van machten die mensen tot slavernij brachten — machten die gebondenheid, angst en bloedoffers eisten — en het vervangen ervan door figuren die werkelijk bevrijden. Figuren die niet heersen van bovenaf (opeisen), maar figuren die zichzelf weggeven in Agape liefde. Het centrum werd geheiligd.
Van Slavernij tot Bevrijding: De Weg uit de Bezetenheid van Valse Goden
Vandaag de dag zie je deze gebondenheid — niet meer aan beelden van steen, maar aan digitale afgoden en moderne machten: verslaving aan doomscrollen, pornografie, overmatig consumeren, de lokroep van onmiddellijke bevrediging via diensten als Klarna. Deze machten eisen wellicht geen dierenoffers, maar net als vroeger eisen ze onze aandacht, onze wil, onze ziel.
We denken dat deze dingen onze diepste verlangens vervullen, maar in werkelijkheid holt het ons hart uit. Ze eisen onze tijd, maken ons afhankelijk — van dopamineshots, schermen, verslavingen. Wat begint als bevrediging eindigt in leegte. Het is moderne slavernij: geen ketens van ijzer, maar van dwangmatige gewoontes; geen Farao, maar een algoritme dat onze aandacht beheerst en onze ziel uitput.
Onze aanbidding van deze valse afgoden leidt ons niet naar vervulling van behoefte, maar naar leegte en gebondenheid. Ze beloven vrijheid, maar brengen ketenen. Net als de afgoden van weleer eisen ze offers, maar ze geven geen leven (hoewel de aanlokkelijke 'vruchten' er zoetsappig uitzien, zit de dood zit in de pot (2 Kon 4:38-44).

Bijbelse gelijkenis: De Wijngaard
De Bijbelse gelijkenis over de wijngaard (Mattheus 21:33-43) biedt ons een duidelijke analogie voor de hemelse orde van de realiteit. De gelijkenis vertelt het verhaal van een wijnboer die op reis gaat en zijn wijngaard in bruikleen geeft aan pachters. Dit kun je zien als God die zijn domein - de schepping - aan ons toevertrouwt. We zien dat de pachters al snel de macht naar zich toe trekken en vergeten aan wie zij hun positie en eigendom - in de eerste plaats - te danken hebben.
Zodra de druivenoogst rijp is, weigeren de pachters deze af te staan aan de rechtmatige eigenaar. Wanneer de wijnboer een van zijn medewerkers naar hen stuurt, grijpen ze hem vast en geven hem een pak slaag. Daarop stuurt de wijnboer een tweede knecht naar de wijngaard, maar ook deze wordt mishandeld en weggejaagd. Een derde wordt met stenen bekogeld. Vervolgens stuurt hij meerdere medewerkers tegelijk, maar ook deze worden allemaal verjaagd.
Uiteindelijk stuurt hij zijn zoon - hij denkt dat de pachters voor zijn zoon wel respect zouden hebben. Maar eenmaal de pachters zijn zoon zagen, zeiden ze tegen elkaar: "Kijk, de erfgenaam! Laten we hem doden, dan wordt de wijngaard van ons." Ze grepen hem, sleepten hem naar buiten en doodden hem.

Dit staat denk ik symbool voor het geestelijke domein. God heeft namelijk mensen of principes aangesteld over het beheer van een deel van zijn schepping. Maar wanneer er misbruik wordt gemaakt van deze macht en een principe zich dit domein toeëigent en zich keert tegen zijn Meester, dan hebben we te maken met een 'gevallen' staat van de centrale macht. Het principe gaat dan zijn eigen doel voorbij (zonde).
Wat zal de eigenaar met deze 'gevallen' principes doen ? — Hij zal deze bezetende krachten uitdrijven. Hij zal de wijngaard terugnemen. Met andere woorden: de valse machten — Ares, Athena, de dictators en caesars van deze wereld — zullen van hun troon worden gestoten. Zoals we dat later ook hebben zien gebeuren na Paulus' veldtocht.
Ook vandaag kunnen deze ‘gevallen’ principes invloed uitoefenen op ons persoonlijk leven.
De vraag is: in hoeverre hebben wij onszelf verbonden aan machten die niet van God zijn?Blijft er nog iets van ons over dat niet is verteerd door deze valse krachten? Of is onze persoonlijke wijngaard volgelopen met leugens en waanideeën — zodat zij nu de controle hebben overgenomen?
Is er nog iets dat gered kan worden? Want als er ook maar iets over is, kan het opnieuw tot leven gewekt worden — zoals een vuur dat je weer kunt aanblazen.
Maar als er niets van jezelf meer over is — als je slechts een spreekbuis bent geworden van een ideologie, een marionet in dienst van een macht die niet van jou is — wat valt er dan nog te redden? Het vuur is dan immers al gedooft.
Bezetenheid is echt. Niet alleen geestelijk, maar ook cultureel, psychologisch of politiek gezien. Het ontnemen van de ziel gebeurt langzaam — via gewenning, herhaling, overgave. Maar het eindigt met leegte.
De Doop : Door de dood bevrijding van Boze Machten
Door de doop — het binnengaan in het water — kunnen we onze ketenen aan deze gevallen machten doorbreken. Het water wast niet alleen de zonde af, het maakt ons los van de principes die ooit onze identiteit bepaalden. Want wanneer wij het water ondergaan, sterft onze oude identiteit - samen met Jezus - aan het kruis op Golgotha (Romeinen 6:6-11).

Net zoals Mozes en de Israëlieten werden losgemaakt van hun Egyptische banden —
toen Farao’s leger werd opgeslokt door de Rode Zee — zo is ook de doop voor ons een weg uit de slavernij. Een doorgang naar vrijheid.
Weg van de tirannie van machten die ons vasthielden, zoals de Farao en de Egyptische goden eens het leven van Israël beheersten. Want al bij de tien plagen zien we hoe God de spot drijft met deze afgoden,
hoe Hij hun ‘macht’ openlijk tenietdoet — en Zijn volk losmaakt uit een werkelijkheid die niet meer van Hem was.
Het volk kreeg een nieuwe identiteit. Net zoals wij christenen een nieuwe identiteit ontvangen - we worden getransformeerd en staan weer met hem op uit het graf, nu vervuld met de identiteit in Christus.
Om verder te spreken in de analogie: Wanneer de eigenaar terugkeert, zal hij de wijngaard — Zijn schepping — terugvorderen. Hij zal de machten die haar misbruikt hebben uitdrijven, en nieuwe hoeders aanstellen. Mensen die wél trouw zijn, die Zijn wil doen, die waken over de schepping als Zijn vertegenwoordigers - a.k.a. zijn volgelingen.
Hij is de Meester van de tuin — en als Meester herstelt Hij de orde. Hij reinigt de grond, snijdt het dode hout weg, en plant opnieuw. En Hij vertrouwt de zorg voor die tuin toe aan zij die Hem werkelijk dienen — niet aan bezetenen, niet aan dieven, maar aan Zijn volgelingen. Dit is het beeld van de nieuwe hemel & nieuwe aarde.
Conclusie
Paulus van Tarsus begreep als geen ander dat wij verwikkeld zijn in een geestelijke strijd — niet tegen vlees en bloed, maar tegen de heersende machten die het collectieve bewustzijn eeuwenlang teisteren (Efeziers 6:12). Waar hij als Saul de christenen vervolgde, keerde hij als Paulus zijn strijd naar de heidense afgoden.
Zijn missie was om deze valse goden omver te werpen en in hun plaats levende voorbeelden van het christelijk geloof te stellen — mensen die hun gemeenschap dienden en na hun dood als patroonheiligen in de hemel regeerden. Voor Paulus moest niet de hartstocht, maar de Agapè — de zelfloze liefde die in Christus is geopenbaard — het bindende principe van elke gemeenschap zijn.
Bronnen:
[1] Stephen de Young, Saint Paul the Pharisee: Jewish Apostle to All Nations (2024) (check ook zijn conversatie met Pageau https://www.youtube.com/watch?v=120dRlvlWyk)
[2] Martin Heidegger, Der Ursprung des Kunstwerkes (1935–36)
[3] Jonathan Pageau, at the Midwestuary-conference of 2025. Fractals: the world is full of meaning https://www.youtube.com/watch?v=S6xHkyhoN20 (gepubliceerd 2025, sept 11)








Opmerkingen