Zoekresultaten
28 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Spirituele Spiegel van David Lynch: Twin Peaks
In Twin Peaks worden we geconfronteerd met een bedrieglijke realiteit: wat we waarnemen is slechts een afgeleide van een diepere, onzichtbare waarheid. Dit thema van de 'versluierde werkelijkheid' is een rode draad in het oeuvre van Lynch en vertoont opvallende parallellen met het christelijke wereldbeeld. De Bijbel spreekt immers over een onzichtbare strijd die zich achter de schermen van het wereldtoneel afspeelt. Zoals de apostel Paulus stelt: onze werkelijke strijd is niet tegen vlees en bloed, maar tegen de machten en geestelijke krachten die de innerlijke wereld in hun greep houden. Lynch vertaalt deze metafysische strijd naar beelden, waardoor de spirituele dimensie tastbaar wordt (Efeziers 6:12) "Maar wanneer iemand zich bekeert tot de Heer, wordt de sluier weggenomen." — 2 Korintiërs 3:16 De stijl van Lynch, vaak getypeerd als 'Lynchiaans', laat zich nog het best omschrijven als een droomachtige pretzellogica waarin tijd en ruimte in elkaar overlopen. Hij speelt een geraffineerd spel met de Amerikaanse iconografie en toont de schaduwzijde van "the American Dream". Twin Peaks fungeert hierin als het ultieme voorbeeld: het is een toonbeeld voor de onmogelijkheid om terug te keren naar de goede oude tijd (vanuit menselijke kracht), naar het paradijselijke Hof van Eden. Toen de zonde nog niet in de wereld was. David Lynch Twin peaks Hoewel David Lynch niet geworteld is in de christelijke traditie, biedt zijn werk waardevolle handvatten om de spirituele realiteit te ontleden. In zijn cultserie Twin Peaks toont hij ons een idyllisch beeld van het gelijknamige stadje in Washington: een tijdloze gemeenschap midden in de overweldigende natuur, waar iedereen elkaar lijkt te kennen. Deze onschuld blijkt echter een broos masker. De moord op de populaire 'prom queen' Laura Palmer, die in plastic gewikkeld aan de oever wordt gevonden, scheurt de façade open. Wat volgt is een onthulling van de duistere, geestelijke krachten die onder het oppervlak van het alledaagse leven sluimeren – waarheden die de bewoners liever verborgen hadden gehouden. FBI-agent Dale Cooper wordt ingeschakeld om de moordzaak op te lossen. Met zijn sympathieke uitstraling en onorthodoxe mix van logica en (Tibetaanse) spiritualiteit is hij de enige die vat lijkt te krijgen op de situatie. Maar de weg naar de waarheid is geen rechte lijn. Lynch laat de zaak niet uitmonden in een heldere oplossing; in plaats daarvan ontvouwt zich een spiritueel labyrint. Hoe dichter Cooper bij de moordenaar komt, hoe groter de vragen worden, waardoor de kijker samen met hem afdaalt in een bodemloos mysterie. Blue Rose In de wereld van Twin Peaks is de moord op Laura Palmer bestempeld als zijnde een " Blue Rose" -zaak: een mysterie met een bovennatuurlijke ondertoon. De symboliek van het (hemels)blauw wijst op een werkelijkheid die de fysieke wereld overstijgt. Het is een parallel met het blauwe idool uit Gauguins meesterwerk Where Do We Come From? What Are We? Where Are We Going? , dat de brug slaat naar het eeuwige. Voor zowel Lynch als Gauguin is blauw de kleur van het onbereikbare en het spirituele; een teken dat we te maken hebben met krachten die ons menselijk begrip te boven gaan. Door de ogen van Dale Cooper krijgen wij de kans om die verborgen werkelijkheid van 'eeuwige' principes binnen te stappen. Ik denk dat David Lynch bewust voor een FBI-agent heeft gekozen, omdat zo’n figuur symbolisch ingewijd is in mysteries die voor de meeste mensen gesloten blijft. Dale Cooper fungeert als een soort profeet: hij ziet patronen die voor de meeste mensen verborgen blijven. Hij is gevoelig voor symboliek en ervaart geesten in concrete vormen – als ‘avatars’ van die patronen. Dit fenomeen vinden we ook terug in de Bijbel: niet iedereen kan bovennatuurlijke verschijningen op dezelfde manier waarnemen. Bijvoorbeeld, bij de bekering van Paulus op de weg naar Damascus zag alleen hij de gedaante van Jezus, terwijl de mannen die met hem meereisden deze verschijning niet opmerkten (Handelingen 9:3-7). Dit illustreert een algemeen principe: spirituele of bovennatuurlijke ervaringen hebben vaak betrekking tot het subject. Ze zijn gericht op het individu dat ze ervaart en zijn meestal niet toegankelijk of begrijpelijk voor de massa. Kijkje achter de schermen We zien dat Dale Cooper in de serie achter de scharlakenrode gordijnen kan gluren en de entiteiten kan ontmaskeren die het dorp in hun greep houden. Hij herkent de kwaadaardige entiteit BOB , die zich als een parasiet schuilhoudt in Leland Palmer, de vader van Laura. Maar Cooper staat niet alleen. Achter de schermen werkt een goedaardige entiteit — bekend als "The Fireman" of "The Giant" — aan een soort " heilsplan ". Deze figuur fungeert als de architect van het goede die instructies geeft, hoe cryptisch ook, om Twin Peaks te verlossen van het kwaad. De geestelijke strijd in Twin peaks wordt uitgevochten tussen twee metafysische tegenpolen: enerzijds hebben we de "Fireman" van de White Lodge en anderzijds de kwade "BOB" van de Black Lodge . Waar de Black Lodge de resonantie van de hel en het absolute verval draagt, staat de White Lodge symbool voor een hemelse orde. De strijd van Cooper is daarmee niet slechts een FBI onderzoek, maar een deelname aan een kosmisch plan om het kwaad te overwinnen. Het is aan Dale Cooper om de duistere entiteit BOB aan het licht te brengen. Door zijn visioenen en spirituele inzichten te delen met de gemeenschap, probeert hij de kwade geest die bezit heeft genomen van Laura’s vader te ontmaskeren en uit te bannen. Maar deze missie is niet zonder gevaar voor zijn eigen ziel; Cooper moet constant waken over zijn innerlijke wereld. Hij wordt op de proef gesteld door BOB, die hem confronteert met zijn eigen schaduwkant. Deze duisternis krijgt een gezicht in Windom Earle, een "antichrist-figuur" en Coopers voormalige partner. Hun botsing doet denken aan de verzoeking van Jezus in de woestijn : een existentiële test waarbij de integriteit van de ziel de enige verdediging is tegen de verleiding van macht en moreel verval. Dit is in lijn met Paulus waarschuwing aan ons: Wij mensen kunnen echt gevangen raken door deze onzichtbare krachten: ideeën, idolen, verlangens. Ze hebben een transcendente kwaliteit, want ze blijven bestaan, zelfs wanneer wij als individuen verdwijnen. Zo zien we ook dat BOB door de serie heen verschillende gezichten draagt: die van Mr. Palmer, maar later ook die van Dale Cooper zelf. Moreel en spiritueel verval Wat interessant is, is dat BOB in Twin Peaks niet alleen een geestelijke of bovennatuurlijke entiteit is, maar ook wordt verbonden aan een zeer concrete, historische gebeurtenis. BOB komt de wereld binnen tijdens de eerste atoombomtesten bij het Trinity-experiment in juli 1945. Je zou dit kunnen duiden als een breuk in het ruimte-tijdcontinuüm – waardoor de extra-dimensionale entiteiten toegang krijgen tot onze werkelijkheid. Tegelijkertijd kun je dit ook metaforisch lezen: de experimenten met massavernietigingswapens hadden niet alleen fysieke gevolgen, maar ook een enorme impact op het metafysische en morele vlak. Het absolute kwaad dat hiermee werd ontketend, opent als het ware de deur voor entiteiten als BOB. Een vergelijkbare koppeling tussen het concrete en het metafysische zien we terug in de Bijbel. De hel wordt daar niet alleen als een abstract metafysische dimensie beschreven, maar ook verbonden aan een fysieke plaats: Gehenna . Dit was een echte locatie waar kinderen door de Canaanieten werden geofferd in naam van toekomstig geluk. De plek fungeert zo als symbool voor een werkelijkheid die ontstaat wanneer God's liefde uit het beeld verdwijnt. Concrete gebeurtenissen en historische feiten kunnen dus een diepere laag hebben: ze fungeren als indicatoren of symbolen voor iets groters. In diezelfde lijn wordt Hitler tegenwoordig vaak gezien als een soort satanische figuur, en Auschwitz als de “hel op aarde”. Het zijn tastbare realiteiten die verwijzen naar een dieper moreel en spiritueel verval. "Fire walk with me" In seizoen twee verschijnt de antagonist Windom Earle, als tegenhanger van Dale Cooper. Net als Cooper was hij vroeger een FBI-agent en werkte hij aan de zogenaamde “Blue Rose”-zaken. Deze zaken maakten echter zo’n grote indruk op hem dat hij er volledig door geobsedeerd raakte. Earle ontwikkelde een gevaarlijk en manipulatief karakter: hij is berekenend, gewelddadig en altijd gericht op zijn eigen voordeel. Earle begeert de kracht van de spirituele wereld uit diens machtshonger. Hij probeert het principe van het bloedritueel en het offer te misbruiken om de duistere entiteiten uit de Black Lodge aan zijn wil te onderwerpen. Zijn hoogmoed is zijn ondergang: hij hoopt de kwaadaardige entiteit BOB als een instrument te gebruiken, maar ontdekt te laat dat het kwaad zich niet laat temmen door hem. Windom probeert het patroon van Laura te herhalen door in seizoen 2 opnieuw de prom queen te doden. BOB verschijnt wederom, en Windom gelooft dat dit hem zal helpen zijn ultieme prijs te bemachtigen. Het oproepen van duistere geesten lijkt hem misschien initieel wel voordeel te geven met kennis, maar Windom bekoopt het uiteindelijk met zijn ziel. In ware Faustiaanse stijl wordt hij verzwolgen door het vuur. Vrije wil De kosmische strijd tussen Dale Cooper en Windom Earle manifesteert zich ook op kleine schaal in de levens van de inwoners van Twin Peaks. Lynch gebruikt het dorp als een laboratorium om menselijke relaties te onderzoeken. Hij zet hiervoor een palet aan archetypen in: de Log Lady als de wijze oude vrouw, Sheriff Truman als de integere krijger en Shelly als de tragische minnaar. Lynch tekent deze kaders heel bewust, maar is vooral geïnteresseerd in het moment waarop mensen vanuit hun eigen vrije wil buiten die lijntjes stappen. Een van de meest krachtige voorbeelden hiervan is de dynamiek tussen Bobby , de rebelse 'jock', en zijn vader, Major Briggs . De Major, gewend aan discipline en orde, probeert zijn zoon met harde hand in het gareel te houden. Echter, de corrigerende tik die hij uitdeelt, werkt averechts: het vergroot de afstand tussen hun werelden en zet de emotionele verhouding op scherp, waardoor een verzoening verder weg lijkt dan ooit. Deze starre dynamiek wordt echter op verrassende wijze doorbroken wanneer Major Briggs zijn kwetsbaarheid toont. In plaats van een bevel uit te delen, deelt hij een ontroerende droom, waardoor de relatie met zijn zoon herstelt. In dit moment naderen zij elkaar opnieuw, bevrijd van de rollen die zij aanvankelijk belichaamden. Lynch gebruikt stereotype kaders hier niet om ze te bevestigen, maar om ze open te breken. Hij laat zien dat zijn personages beschikken over de transformatieve kracht om hun vaste patronen te verlaten en te kiezen voor verbinding. Evenals wij door de doop in de Geest kunnen opstaan in een nieuwe identiteit, en ons niet hoeven te laten kenenn door onze 'oude identiteit'. Vrije wil Gaandeweg de serie: komen we (door het onderzoek van Dale Cooper) ook meer te weten over het slachtoffer: Laura Palmer. Laura Palmer was iemand die zich midden in het centrum van de immense geestelijke strijd bevond : De aanvallen op haar geest waren ongekend groot, geworteld in de verschrikkelijke realiteit van jarenlang seksueel misbruik. Op een dramatisch dieptepunt voelde ze zich volkomen alleen; ze schreeuwde het uit dat zelfs de engelen haar in de steek hadden gelaten. Dit beeld van godverlatenheid en eenzaamheid toont hoe diep spiritueel lijden kan gaan—een strijd die zich volledig aan het zicht van de rest van het dorp onttrok. Toch is Laura's verhaal geen tragedie van nederlaag, maar van overwinning. In haar laatste momenten zien we de engelen terugkeren om haar bij te staan. Ze stierf met een zuivere geest, omdat ze categorisch weigerde een "vat" te worden voor het kwaad. Door nee te zeggen tegen BOB, koos ze voor de dood boven de morele corruptie van haar ziel. Haar strijd vormt een krachtig beeld van de beproeving van de heiligen: Door haar vrije wil te gebruiken en voor het geloof te kiezen, vond ze de weg naar schoonheid terug. Hier zegeviert de innerlijke zuiverheid over de uiterlijke duisternis. "Wees niet bang voor hen die wel je lichaam kunnen doden, maar niet je ziel. " (Mattheus 10:28) Conclusie Ik hoop dat deze blog een nieuwe kijk biedt op David Lynch en de spirituele spiegel die hij ons voorhoudt in zijn werk. Het is bijzonder kunstig hoe hij de menselijkheid in haar schoonheid en duisternis weet te vangen. Hij verstaat als geen ander de kunst om de onzichtbare wereld op het witte doek te representeren, waar wij als christenen nog lering uit kunnen halen. Toch is er ook een keerzijde. Lynch erkende dat hij zijn kunst vaak boven zijn gezin stelde — een keuze waar hij aan het einde van zijn leven spijt van had. Zijn eigen leven kent dus een rafelrandje, net als zijn werk; het getuigt van onze fundamentele beperkingen als mens. Zelfs in ons hoogste streven schieten wij tekort. Net zoals Dale Cooper er nooit volledig in slaagde het kwaad op eigen kracht te verslaan, zijn wij afhankelijk van Gods barmhartigheid. Onze verlossing komt uiteindelijk niet van binnenuit, maar van buitenaf. Het is de Heilige Geest die ons waarlijk kan transformeren en onze identiteit kan vernieuwen, daar waar onze eigen wilskracht ophoudt. 2 Korinthe 5:17 - "Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden."
- Bloedbruidegom als type van Jezus
Het huwelijk is een belangrijk symbool in het christendom. In dit beeld zien we Jezus als de bruidegom die zijn bruid - de kerk - huwt. God wil een verbond met ons aangaan en heeft zichzelf weggegeven uit grote liefde voor ons. Hij kwam ons te hulp (Efeziërs 2:4-10). God vergaf niet alleen onze zonden, maar betaalde ook de volle prijs voor onze tekortkomingen met zijn bloed . Zo kroonde hij ons met zijn liefde (Psalm 103:3-4). In het evangelie van Johannes lezen we dat Jezus' zijn eerste wonder verrichte op een bruiloft, waar hij water in wijn veranderde (Johannes 2:1-12). In deze context symboliseert de wijn nog vooral feest en vreugde. Later krijgt de wijn echter een andere betekenis. Tijdens het laatste avondmaal, gebruikt Jezus de wijn als symbool voor Zijn bloed en zijn offer voor de verzoening van de mensheid. Mogelijk verklaart dit ook zijn reactie in Johannes 2:4: 'Wat wilt u van me? Mijn tijd is nog niet gekomen.' De wijn wordt later een teken van het kruisoffer , en Gods nieuwe verbond met de wereld. Getals symboliek van vijf Als je de eerste hoofdstukken van Johannes aandachtig bestudeert, zie je dat Jezus met precies vijf discipelen naar de bruiloft te Cana ging. In Johannes 1:35-40 lezen we namelijk dat Jezus zijn eerste twee discipelen aanstelt uit de volgelingen van Johannes de Doper, waaronder Andreas, die vervolgens zijn broer Petrus erbij haalt (dat worden er drie). Daarna komt Filipus uit Bethsaïda erbij (Johannes 1:43), en hij brengt op zijn beurt Natanaël mee (Johannes 1:45). Dat brengt ons op een totaal van vijf. Bij het bruiloftsfeest in Kana verrichte Jezus zijn eerste wonder door water in wijn te veranderen (Johannes 2:1-12) Dit getal vijf is waarschijnlijk geen toeval. Het wordt in de bijbel namelijk veelvuldig gebruikt in de context van het huwelijk en verzoening. Het getal vijf bestaat immers uit 2 ongelijke getallen: 2 en 3, wat symbolisch duidt op de twee totaal verschillende partijen (man & vrouw), die samen 1 worden. Volgens oude joodse gebruiken zouden er ook 5 getuigen garant staan voor de bruid en evenzo 5 voor de bruidegom. Vandaar ook de gelijkenis van de vijf wijze- en de vijf dwaze bruidsmeisjes. In de Bijbel zien wij dat het sluiten van het verbond, altijd verband houdt met een offer . God belooft zijn volk een eigen land, en uiteindelijk ook deelname aan God's koninkrijk, maar om onderdeel te zijn van zijn verbond, is er een verzoeningsoffer nodig. Oorsprong van "Walking down the aisle" Dit begon al bij het verbond wat God met Abraham sloot (Genesis 15 : 7-32), hier ging een bijzonder ritueel aan te pas, wat niet uniek was voor die tijd. Abraham moest de lichamen van de dierenoffers doorsnijden, en beide partijen zouden tussen de stukken ervan moeten lopen om hun trouw te zweren ('walking down the aisle'). In essentie zegt deze handeling: 'als ik dit verbond breek, moge mijn lichaam in tweeën worden gescheurd zoals deze dieren.' (zie ook Jeremia 34:18). Het was een dodelijke eed die de partijen aflegden, om te beloven dat zij het verbond niet zouden breken. In de tijd van Abraham was het gebruikelijk om bij een verbond, dierenoffers te doen. Beide partijen moesten tussen de stukken ervan lopen om hun trouw te zweren. Belangrijk om te benoemen is, dat God aanvankelijk niet door de dierenkarkassen loopt. Echter, wanneer de zon onder is, krijgt Abram een droom , waarin God hem eerst verteld dat zijn volk voor 400 jaar als slaaf zal dienen, maar uiteindelijk zal worden bevrijdt, en nota bene bij de uittocht beloond zal worden met de schatten van hun onderdrukkers. Vervolgens ziet Abram God als een rokende oven en brandende fakkel tussen de dierenstukken door trekken. Dit is een teken dat God zich aan het verbond zal houden. Deze symbolen vertegenwoordigen God, zoals we later ook zien tijdens de uittocht uit Egypte (denk aan de vuurkolom in Exodus 13:21). Wat dit verbond van Abram met God trouwens uniek maakt, is dat het vrij eenzijdig is. Normaliter, zou zo'n verbond eisen dat twee partijen samenkomen en elkaar beloften doen. Toch hoeft Abram geen belofte te doen, alleen God doet een belofte over zijn ontelbaar nageslacht. Dit ritueel van verscheurde dieroffers, is waarschijnlijk waar het gezegde van 'walking down the aisle' vandaan komt. De hedendaags vrolijke gebeurtenis heeft van oudsher dus een scherp randje. Mozes - God blijft trouw aan zijn verbond Langs de aisle, vindt je de oude mens (van zonde), de oude identiteit, waar je van moet scheiden zoals Paulus dat zo mooi formuleerd. Je focus is nu immers gericht op de bruidegom (Christus), ons hart behoort aan hem toe (Efeze 4:22-24). Dit principe wordt ook duidelijk in het verhaal van Mozes. "[22] Jullie moeten je vroegere levenswandel afleggen, de oude mens die bedorven is door de misleidende begeerten. [23] Word vernieuwd in de geest van jullie denken. [24] Doe de nieuwe mens aan die door GOD geschapen is in gerechtigheid en in ware heiligheid." - Efeze 4:22-24 (EBV) Mozes groeit op in het paleis van de Farao, en wordt opgevoed met Egyptische gebruiken. Als gevolg daarvan worstelt hij met zijn identiteit: die van Hebreewer of Egyptenaar. Uiteindelijk doodt hij een Egyptenaar. Je kan dit symbolisch lezen, alsof hij met zijn 'oude identiteit' korte metten wil maken, en zijn 'Hebreeuwse' identiteit wilde redden. Dit heeft echter niet het gewenste effect, want hij belandt juist in een nog dieper gat - waardoor hij uiteindelijk vlucht naar de woestijn van Midian. Hier bouwt hij een nieuw leven op: hij trouwt met de Midianiet Zipporah, en wordt herder over de kudde van zijn schoonvader Jethro (een Midianitische Priester ). Mozes wordt hier vader van een zoon, die hij Gersom noemt, deze naam getuigt van het feit dat Mozes zichzelf een vreemdeling vindt, in een vreemd land vond. God roept Mozes om het volk Israël uit Egypte te leiden en zo zijn belofte aan Abraham te vervullen. Het duurde 40 jaar, totdat Mozes op een dag, een bijzondere verschijning zag bij de berg Horeb . Daar verscheen de Engel des Heren aan hem in een vuurvlam midden in een doornstruik wat gelijk doet denken aan de beeldende taal uit de droom van Abraham. De Engel des Heren, had een belagnrijke boodschap, namelijk: God is zijn belofte aan Abram niet vergeten, en wil door Mozes, Zijn volk verlossen uit de slavernij. Echter, Mozes is inmiddels veranderd, hij is niet meer de zelfverzekerde man die hij ooit was. In tegenstelling, hij is een vreemdeling geworden - we lezen dat hij een spraakgebrek heeft, en dat hij twijfelt of mensen wel zullen luisteren (Exodus 4:10). Dan belooft God dat zijn broeder Aaron, de Leviet, namens hem zal spreken. (Exodus 4:16) Dit stelt Mozes gerust en Hij keert uiteindelijk terug naar het land van Egypte. Echter, Wanneer Mozes gehoor geeft aan de opdracht om namens de Here, Gods volk uit de slavernij te bevrijden, zendt God - wat zeer tegenstrijdig lijkt - een engel op hem af om Hem te doden. (Exodus 4: 24) Zipporah doorziet dit spoedig onheil echter, en besnijdt de voorhuid van haar zoon, en raakte met het bloed daarvan Mozes' voeten aan en zegt tegen hem: je bent voor mij een bloedbruidegom. Wat gebeurt hier? Dit is een bizar verhaal in de Bijbel wat menig theoloog heeft doen stilstaan Bloedbruidegom: Dreiging van verbondsbreuk Doordat Mozes zo lang in Midian verkeerde, had hij de gebruiken van Abram verzuimd. Hij had zijn kinderen niet besneden, maar opgevoedt vanuit de Midianitische traditie, waarbij jongens pas besneden werden als ze de huwbare leeftijd hadden. In Exodus 4, lezen wij dat hij o p het punt stond om de belofte van God aan Abram in te willigen, zonder dat zijn kinderen zelf het verbondsteken droegen. Het kind moest dringend geheiligd worden - anders zou het niet onderdeel kunnen uitmaken van het verbond wat God met Abram sloot. Hoewel Zippora aanvankelijk tegen de besnijdenis gekant was, voerde zij deze toch uit op haar kind om hem 'rein' te maken. Het 'bloederige' offer dat zij moest brengen voor de verzoening met het verbond, deed haar Mozes een ' bloedbruidegom ' noemen. Het is namelijk vanwege het feit dat ze met hem getrouwd is, dat ze deze actie moest ondernemen. Belangrijk is dat Zippora met het bloed uiteindelijk Mozes' voeten aanraakt. Dit symboliseert dat Mozes nu rust op het fundament van Abrams verbond, in plaats van op het Midianitische fundament. Dit toont parallellen met Abram die eeuwen eerder bloed aan zijn voeten kreeg door tussen de doorgekliefde dierenkarkassen te lopen om het verbond aan te gaan. In de rest van Exodus, lezen wij hoe Israel (en Mozes als type beeld) af moet rekenen met de 'oude identiteit' als vreemdeling en nu onderdeel zal uitmaken van een nieuwe identiteit in verbond met God. Bij de tiende en laatste plaag, gaat de Engel voorbij aan de Hebreeuwen die het verbondsteken aan de deurpost hebben staan. De besnijdenis is zo'n teken van hun verbond met God, en was al een afspiegeling van de uiteindelijk bevrijding - uit Egypte. Door zich te ontrekken (af te snijden) aan het Egyptisch rijk - en die oude mens, uit slavernij, worden ze 'apart gezet' ofwel 'geheiligd'. Het bloed aan de deurpost bij de tiende plaag , symboliseert weer eenzelfde principe. Het is waarschijnlijk dezelfde Engel die eerder Mozes opjaagde, die nu langs de huizen van de Egyptenaren trekt om daar de eerstgeborene te doden. Enkel het verbondsteken aan de deurpost onderscheidt de Hebreeuwen van de Egyptenaren. Mogelijk dat we bij de 10 plagen, een inversie zien van het huwelijk, want het zijn 10 plagen die nodig zijn voor het losmaken (scheiden) van de Egyptische identiteit. De tien plagen zijn mogelijk symbool voor de 10 Egyptische goden, die getuige staan van Israel's bevrijding uit Egypte & egyptische identiteit, evenals de 10 maagden later getuigen zijn van de huwelijk en de samenkomst tussen de uiteindelijke Bruid en Bruidegom. Daar is kracht in het bloed van het Lam Het verbondsvolk was apart gezet voor een heilige roeping. Ze moesten zich houden aan allerlei reinheidswetten, waarbij brandoffers als een belangrijk ritueel fungeerde om in het 'reine' te komen met God. Hierbij was een gebrekkig dier niet aanvaardbaar (Leviticus 22:20), want zo doe je immers tekort aan de andere partij bij het altaar (in dit geval God). Evenzo: als Israël buiten het verbond zou treden door de gebruiken en goden van andere volkeren over te nemen, zou deze onzuiverheid de ' kracht' van het toekomstige verzoenoffer kunnen bedreigen, namelijk Jezus, die als smetteloos offerlam de wereld zou bevrijden van de zonden (Jesaja 53). Want het leven van het vlees is in het bloed, en Ik heb dat Zelf voor u op het altaar gegeven om voor uw leven verzoening te doen. Want het is het bloed dat door middel van het leven verzoening bewerkt. (Leviticus 17:11, HTB) Deze focus op reinheid van het verbondsvolk, verklaart Gods strenge optreden tegen de naburige volkeren van Israël, in het bijzonder de Amalekieten . Dit volk had tijdens de uittocht onder Mozes Israël in de rug aangevallen, waar juist de zwakkere ouderen, vrouwen en kinderen liepen (Deuteronomium 25:17). Alsof dat nog niet genoeg was, vereerden de Amalekieten de god Baäl met allerlei onheilzame praktijken (waaronder zeer waarschijnlijk kinderoffers dagelijkse kost waren) —reden genoeg voor God om ze later door koning Saul te laten uitroeien (1 Samuel 15). Echter, toen koning Saul de kans kreeg om de Amalekieten te vernietigen, spaarde hij koning Agag en nam hij diens beste veestapel mee als buit, alleen de zwakkere dieren doodde hij. De ongehoorzaamheid van Koning Saul maakte God woedend. Hij stuurde de profeet Samuel naar hem toe om hem te onderrichten. De profeet hakte koning Agag in stukken—een symbolische afrekening - omdat de Amalekieten onverenigbaar waren met de Israelistische identiteit als verbondsvolk. Net zoals een bruid dient te breken met haar verleden om zich aan haar bruidegom te kunnen wijden, moest Israël radicaal breken met alles wat hen van God zou weghouden. Gods bescherming van Israël – soms door harde maatregelen– diende uiteindelijk het hogere doel: de komst van Christus als het volkomen offer voor de zonden van de hele wereld. De loutering van Israël zelf, door beproevingen, ballingschap en discipline, was ook onderdeel van het proces om het volk voor te bereiden op de komst van de Messias . Het gaat dus niet alleen om bescherming tegen externe bedreigingen, maar ook om het zuiveren en vormen van het verbondsvolk zelf. De Bijbelse stambomen benadrukken de continuïteit van het 'bloed'-verbond van nageslacht tot nageslacht: de koninklijke bloedlijn van David (Juda) en de priesterlijke bloedlijn van Levi. Uit Levi’s zoon Kehath komen Mozes, Aäron en Mirjam voort; uit Aäron stamt de priester Zadok , dienaar van koning David (1 Kronieken 6). Bij Jezus’ doop komen beide lijnen samen: Johannes de Doper, afstammeling van de priester Zadok via Abia (1 Kronieken 24, Lucas 1), en Jezus, nakomeling van David via Maria. Zo bereidt Johannes, de laatste priester van het oude verbond, de weg voor Christus, de eeuwige Hogepriester van het nieuwe verbond. Het nieuwe verbond: vijf kruiswonden Tegenwoordig leven we vanuit het nieuwe verbond, waarin een bloedoffer of besnijdenis niet langer nodig is om tot de Vader te treden. Jezus heeft namelijk de straf van de zonden volledig op zich genomen, hij is het offerlam , dat verscheurd is. Dat betekend dat er geen noodzaak meer is om te leven op het fundament van het bloedverbond van het oude testament. Aan het einde der tijden zal de Kerk als Bruid verenigd worden met Jezus. Hij is zowel de bloedbruidegom (die ons onderdeel uitmaakt van het verbond) als het offerlam (die de prijs betaalt heeft). In het nieuwe testament lezen wij dat het God de Vader is - die Zijn Zoon aan de Bruid gaf. Van dit bloedverbond staan de vijf kruiswonden getuige (beide handen, voeten en de zijwond) als blijk van zijn zelf-opofferende liefde 'Agape'. Als wij door de "aisle" lopen, is het offer dat aan weerszijden ligt - Christus' lichaam. Dit geeft een wat donkere betekenis aan Paulus' beeldende taal dat Christus de wereld vervuld heeft (Echter, zijn bloed geeft leven, daar kan ieder christen van getuigen). Het werkt eigenlijk net zoals Gods eerste verbond bij Abram: God doet een belofte aan ons, zonder dat wij daar een belofte tegenover hoeven te stellen. Hij verlangt alleen van ons dat ons hart bij hem ligt. De Here voorziet in het offer , zoals al duidelijk wordt bij Abraham, waar God een ram aandient als offer inplaats van Isaak (Genesis 22:14). Net zoals die ram garant stond voor Isaak, staat Jezus garant voor ons. We hoeven alleen maar te ontvangen wat Hij geeft. Langs de weg tot het altaar (de 'aisle'), tref je de oude mens (van zonde), de oude identiteit (deze moet je van je af werpen met Jezus aan het kruis). Want we staan op in onze nieuwe identiteit. Evenals de Israellieten de Rode Zee doorkruizen , met golven aan weerszijden, richting het beloofde land, lopen wij richting Gods koninkrijk dankzij het offer wat Jezus ons heeft gebracht. Door ons hart op hem gericht te houden worden wij bevrijdt. Het koninkrijk van God vinden wij aan het einde van het gangpad, waar Hij ons kroont met Zijn liefde (Psalm 103:3-4). Samen met Hem mogen wij deelhebben aan Zijn Glorie: heerschappij over de schepping, net zoals je na een huwelijk het hoofd wordt van een gezin. Een mooi vooruitzicht, vindt je niet? Referenties [1] Jonathan Pageau & Father Josiah Trenham, Marriage the Bedrock of Society, gepubliceerd 5 augustus 2025, https://www.youtube.com/watch?v=Udo290RgaBY Evenals bij Mozes, de voeten (2) Vragen Het verbondsvolk moest zich aan de reinheidswetten houden: zo was een gebrekkig offerlam niet geoorloofd (Leviticus 22:20). Dit bleek uiteindelijk nodig om de weg te bereiden voor de Verlosser - Jezus – het volmaakte offerlam zonder smet. Hoewel wij geen offers meer brengen, blijft dit vraagstuk relevant: lopen wij als gelovigen niet vaak de kantjes ervan af? In hoeverre zijn wij bereidt iets op te geven voor ons geloof?
- Paulus' geestelijke strijd tegen de Romeinse goden
In het Romeinse Rijk bestond een rijke diversiteit aan goden, vaak overgenomen uit de Griekse mythologie. Tegen deze achtergrond begon Paulus zijn ' geestelijke' campagne : een poging om zelfs de Romeinse keizer tot het Christus te bekeren. Hoewel hij dit doel tijdens zijn leven niet vervuld zag worden, wierp zijn werk op lange termijn alsnog zijn vruchten af. Tweehonderd jaar na zijn dood zou keizer Constantijn zich tot het Christendom bekeren — een moment dat het lot van het Romeinse Imperium voorgoed veranderde. Basilica van Sint Paulus te Rome Een belangrijke taak binnen Paulus' missie was het uitdrijven van de Romeinse en Griekse goden uit het land. Altaren gericht aan Juno en Mars werden afgebroken, en in plaats daarvan installeerde Paulus voorbeeldige mensen als figuren waar het volk zich mee kon identificeren en verbinden. Paulus was een van de meest succesvolle exorcisten uit de vroege kerkgeschiedenis. Geïnspireerd door het recente werk van Father Stephen de Young [1], verken ik in deze blog Paulus' geestelijke veldtocht om een licht te werpen op de geestelijke strijd vanuit de Bijbelse context: wat wordt hiermee precies bedoeld? En hoe moeten we ons dit voorstellen? De onzichtbare wereld van de Grieken Om dit goed te kunnen begrijpen, moeten we eerst een schets maken van de klassieke wereld: hoe dacht men over geestelijke principes en de relatie tussen hemel en aarde? Martin Heideggers "Der Ursprung des Kunstwerkes" [2] stelt dat Griekse filosofen met 'aarde' niet de fysieke planeet bedoelden, maar een symbolisch concept. ' Aarde ' verwees naar de wereld vanuit menselijke beleving - de realiteit van ervaringen en de verscheidenheid aan manifestaties. Heidegger vatte dit samen in het volgende citaat: "Is the earth in our head or do we stand on the earth?" - Martin Heidegger (1968) Heidegger gebruikt in zijn werk dikwijls het begrip Grund (grond/fundament) om de symbolische rol van de aarde, als zijnde een vormloze massa vol potentiaal, uit te drukken. De aarde is een matrix, die informatie van buitenaf nodig heeft, om het vorm te geven. De individuele manifestaties (particulieren) die wij hier op aarde zien - denk aan een bepaalde eik versus een dennenboom, of een villa versus een woonboot, ontlenen zich aan de zogeheten Hemelse principes. De klassieke visie op de wereld lag dichter bij de menselijke beleving De Hemel representeert een hogere dimensie waarin de universele categorieën, patronen, archetypen en wetmatigheden zich bevinden. Deze zijn onzichtbaar - je kunt er wel instanties van zien, maar nooit het 'zuivere' patroon zelf. Vergelijk het met menselijke doelen (Telos): ze drijven ons uit bed, maar deze onzichtbare motor is niet meetbaar onder een microscoop. Creatie is het samenspel van hemel en aarde In het Scheppingsverhaal fungeert Gods stem als de drijvende hemelse kracht die de realiteit vormgeeft. Hij roept Adam bijvoorbeeld uit het stof met zijn levensadem. Volgens bijbelse principes, kent materie op zichzelf geen werkelijk bestaan totdat het wordt gekwalificeerd door een hemels principe van buitenaf, die betekenis en structuur aanbrengt. Het scheppingsverhaal toont ons de belangrijke wisselwerking tussen Hemel en Aarde (bron: Jonathan Pageau, Symbolic world [3]) De hemel levert de ordenende principes en informatie, terwijl de aarde het ruwe materiaal en de mogelijkheden biedt. Creatie is de interactie tussen hemel en aarde en uit hun samenspel worden de concrete, benoembare dingen geboren die onze werkelijkheid vormen. Het planten van een zaadje illustreert perfect deze interactie tussen hemel en aarde: het zaadje bevat een hemels patroon dat, eenmaal in de grond geplant, zich kan manifesteren als een plant in alle verschillende vormen binnen de beperkingen die de omgeving haar oplegt (potentialiteit). De unieke rol van de mens Van alle wezens die we kennen vervult de mens een unieke positie omdat hij als enige de twee dimensies - hemel en aarde - het beste kan verenigen. Enerzijds heeft hij toegang tot de zichtbare, materiële wereld 'van beneden' met fysieke eigenschappen, gereedschappen, experimenten en mode, en anderzijds tot de onzichtbare, 'hemelse' wereld 'van boven' - de wereld van ideeën, principes en geesten. Omdat de mens is geschapen in het evenbeeld van God kan hij, evenals God, deelnemen aan het scheppingsproces als subcreator . Dit zien we al in het hof van Eden, waar Adam de dieren een identiteit mag geven waardoor hij toch ook een rol vervult bij de vorming van de realiteit. Doordat de mens in staat is abstract te denken en redeneren heeft hij toegang tot de onzichtbare wereld en kan hij complexe ideeën en principes vertegenwoordigen. Maar dit maakt hem ook kwetsbaar, zoals blijkt uit de zondeval. Bij de boom van kennis over goed en kwaad bevindt zich immers ook de listige slang. Na de zondeval zien we dat de unieke creatieve rol van de mens in gevaar komt, omdat een ongetrainde geest open kan staan voor de meest heikele ideeën van buitenaf - waardoor zijn vermogen om hemel en aarde te verenigen wordt misbruikt door destructieve geestelijke invloeden (waar de kronkelende slang symbool voor staat). Verbindende machten Het proces van geestelijke beïnvloeding werkt hetzelfde als hoe ideeën zich verspreiden - infectieus en viral, zoals hypes die rondwaren door de samenleving. Sommige individuen belichamen zo sterk een ideaal dat mensen zich massaal tot hen aangetrokken voelen. Deze figuren worden epicentra die anderen inspireren, polariseren en bewegen tot actie - van Hollywood-sterren tot politieke leiders. Dit zijn de symbolische machten van onze tijd. Elk volk, elke cultuur, heeft zijn centrum nodig — een figuur of idool die als zwaartepunt dient en de groep verenigt. Elke cultuur heeft zo'n centrum nodig: een figuur die als zwaartepunt fungeert en de groep verenigt. Historische voorbeelden zijn Napoleon, Karel de Grote of Willem van Oranje, maar ook mythische figuren zoals Zeus, Athene of Wodan. Deze figuren worden focuspunten van collectieve aandacht die hele volkeren kunnen verenigen onder hun invloed. Met de komst van het christendom verdwenen de Romeinse en heidense goden langzaam van het toneel en werden vervangen door patroonheiligen . Deze heiligen stralen elk een aspect van Jezus uit in hun eigen context en persoonlijkheid, waardoor gelovigen herkenning vinden in hun interesses, worstelingen of levenssituatie: een visser in Petrus, een reiziger in Christoffel, een student in Thomas van Aquino. Paulus zag de kracht van dit mechanisme in: je hebt voorbeeldige christenen nodig die als verbindende kracht de 'oude' machten van hun tronen kunnen stoten. De strijd om het Centrum: Van Valse Goden naar Ware Heiligen Elk volk, elke cultuur, heeft zijn centrum nodig — een figuur of principe dat als zwaartepunt dient en de groep bijeenhoudt. Paulus begreep dit fundamentele mechanisme. In de heidense wereld waren dit de afgoden — centrale figuren zoals Ares, Athene of Apollo — die macht en inspiratie brachten, maar uiteindelijk ook de mensen tot slaaf maakten. Idealen vinden vaak hun oorsprong in het imaginaire of collectieve onbewuste . Wie zich vormt naar zo’n ideaal, wordt aantrekkelijker binnen zijn groep — wat uiteindelijk zelfs de materiële werkelijkheid kan beinvloeden, doordat het bepaalt welke genen worden gepropageerd. De krijgers die de geest van Ares het best konden belichamen, waren het meest aantrekkelijk in het Oude Sparta. Als je bijv. in de tijd van de oude spartanen, meer kwaliteiten van Ares belichaamde: door met pure razernij je tegenstanders van kant te maken, was je waarschijnlijk meer aantrekkelijk dan een ielige androgyne man. De ‘goden’ zijn dus geen louter abstracte principes, maar vormen echte selectiedruk : zij bepalen wie volgt, wie leidt, en wie overleeft. Ze oefenen invloed uit op de evolutie van de mens. De autonome realiteit van geesten De Grieken herkenden Ares in hun bloeddorstige krijgers die zich lieten drijven door een bui van razernij. Dit voorbeeld toont de autonomie van deze principes: wanneer de geest van woede zich in mij manifesteert, bevindt deze zich niet uitsluitend in mij. De geest van woede (of Ares) blijft bestaan, zelfs als ik sterf. Deze onzichtbare principes beschikken over een bpeaalde autonomie: ze "overstijgen" het individu en houden zichzelf in stand als woekerend onkruid. Dit verklaart waarom de oude filosofen deze krachten als 'geesten' en 'goden' bestempelden- niet omdat ze bijgelovig waren, maar omdat ze erkenden dat deze principes een eigen bestaan leiden, los van individuele mensen - ze bewegen van persoon tot persoon, van generatie tot generatie. Deze eeuwenoude en universele patronen & ideeen, dringen zich aan ons op, infiltreren onze gedachten en nemen bezit. Verhalen en memes kunnen de evolutie van het menselijk bewustzijn een bepaalde richting opduwen. Daarom hebben propagandisten, beleidsmakers en media zoveel macht. Ze bepalen niet alleen wat we denken, maar wie we worden. Paulus' exorcisme was daarom geen symbolische daad, maar een echte strijd tegen autonome krachten die werkelijk bestonden en de beschaving vormden. Paulus was misschien in zijn uitspatting wel gelijk aan Socrates. Die zich zo vel tegen Griekse goden keerde omdat ze net zo gebrekkig leken als wij. Denk aan de Griekse goden op de Olympus, die als toeschouwers naar beneden keken — jaloers, impulsief, wraakzuchtig. Zoals Socrates al aanvoelde: deze wezens zijn het niet waard om aanbeden te worden. Ze zijn niet beter dan wij; ze weerspiegelen slechts onze zwaktes op een groter toneel. De symbolische machten die heersen in de hemelse sfeer Paulus zag dat deze idolen — deze centra van betekenis — vervangen moesten worden. Hij wist dat je het centrum van een beschaving niet kunt vernietigen zonder iets nieuws in de plaats te stellen. Je moet de demon uitdrijven, maar ook de ruimte heiligen (anders komen ze in grote getalen terug, Lucas 11:24-26). Het ging niet enkel om kritiek; het ging om vervanging . Daarom stelde Paulus christelijke figuren in de plaats: heiligen, martelaren, Christus zelf. Geen goden die offers eisen om hun grillen te verzachten, maar mensen die een toonbeeld waren van zelf-opofferende liefde, zoals Jezus zelf het offer was. Geen Mars die oorlog zaait, maar Paulus die vrede predikt. Geen Athene die strategie eist ten koste van de zwakken, maar Maria die zachtmoedigheid belichaamt. Sint Paulus bestreed de heidense goden door mensen te bekeren, en voorbeeldige christenen te installeren waar het volk zich mee kon verbinden. Hierdoor verloren de heidense goden langzaam hun invloed op de massa. Het was een vorm van exorcisme : het verdrijven van machten die mensen tot slavernij brachten — machten die gebondenheid, angst en bloedoffers eisten — en het vervangen ervan door figuren die werkelijk bevrijden. Figuren die niet heersen van bovenaf ( opeisen ), maar figuren die zichzelf weggeven in Agape liefde. Het centrum werd geheiligd. Van Slavernij tot Bevrijding: De Weg uit de Bezetenheid van Valse Goden Vandaag de dag zie je deze gebondenheid — niet meer aan beelden van steen, maar aan digitale afgoden en moderne machten: verslaving aan doomscrollen, pornografie, overmatig consumeren, de lokroep van onmiddellijke bevrediging via diensten als Klarna. Deze machten eisen wellicht geen dierenoffers, maar net als vroeger eisen ze onze aandacht, onze wil, onze ziel. We denken dat deze dingen onze diepste verlangens vervullen, maar in werkelijkheid holt het ons hart uit. Ze eisen onze tijd, maken ons afhankelijk — van dopamineshots, schermen, verslavingen. Wat begint als bevrediging eindigt in leegte. Het is moderne slavernij: geen ketens van ijzer, maar van dwangmatige gewoontes; geen Farao, maar een algoritme dat onze aandacht beheerst en onze ziel uitput. Onze aanbidding van deze valse afgoden leidt ons niet naar vervulling van behoefte , maar naar leegte en gebondenheid. Ze beloven vrijheid, maar brengen ketenen. Net als de afgoden van weleer eisen ze offers, maar ze geven geen leven (hoewel de aanlokkelijke 'vruchten' er zoetsappig uitzien, zit de dood zit in de pot (2 Kon 4:38-44). De spirituele entiteiten die onze aandacht opeisen, manifesteren zich niet langer in stenen beelden, maar in fenomenen als doomscrolling, pornografie, escapisme en overmatige consumptie. Bijbelse gelijkenis: De Wijngaard De Bijbelse gelijkenis over de wijngaard (Mattheus 21:33-43) biedt ons een duidelijke analogie voor de hemelse orde van de realiteit. De gelijkenis vertelt het verhaal van een wijnboer die op reis gaat en zijn wijngaard in bruikleen geeft aan pachters. Dit kun je zien als God die zijn domein - de schepping - aan ons toevertrouwt. We zien dat de pachters al snel de macht naar zich toe trekken en vergeten aan wie zij hun positie en eigendom - in de eerste plaats - te danken hebben. Zodra de druivenoogst rijp is, weigeren de pachters deze af te staan aan de rechtmatige eigenaar. Wanneer de wijnboer een van zijn medewerkers naar hen stuurt, grijpen ze hem vast en geven hem een pak slaag. Daarop stuurt de wijnboer een tweede knecht naar de wijngaard, maar ook deze wordt mishandeld en weggejaagd. Een derde wordt met stenen bekogeld. Vervolgens stuurt hij meerdere medewerkers tegelijk, maar ook deze worden allemaal verjaagd. Uiteindelijk stuurt hij zijn zoon - hij denkt dat de pachters voor zijn zoon wel respect zouden hebben. Maar eenmaal de pachters zijn zoon zagen, zeiden ze tegen elkaar: "Kijk, de erfgenaam! Laten we hem doden, dan wordt de wijngaard van ons." Ze grepen hem, sleepten hem naar buiten en doodden hem. De gelijkenis over de wijngaard biedt ons een inkijkje in de hemelse orde en de geestelijke strijd Dit staat denk ik symbool voor het geestelijke domein. God heeft namelijk mensen of principes aangesteld over het beheer van een deel van zijn schepping. Maar wanneer er misbruik wordt gemaakt van deze macht en een principe zich dit domein toeëigent en zich keert tegen zijn Meester, dan hebben we te maken met een 'gevallen' staat van de centrale macht. Het principe gaat dan zijn eigen doel voorbij (zonde). Wat zal de eigenaar met deze 'gevallen' principes doen ? — Hij zal deze bezetende krachten uitdrijven . Hij zal de wijngaard terugnemen. Met andere woorden: de valse machten — Ares, Athena, de dictators en caesars van deze wereld — zullen van hun troon worden gestoten. Zoals we dat later ook hebben zien gebeuren na Paulus' veldtocht. Ook vandaag kunnen deze ‘gevallen’ principes invloed uitoefenen op ons persoonlijk leven. De vraag is: in hoeverre hebben wij onszelf verbonden aan machten die niet van God zijn?Blijft er nog iets van ons over dat niet is verteerd door deze valse krachten? Of is onze persoonlijke wijngaard volgelopen met leugens en waanideeën — zodat zij nu de controle hebben overgenomen? Is er nog iets dat gered kan worden? Want als er ook maar iets over is, kan het opnieuw tot leven gewekt worden — zoals een vuur dat je weer kunt aanblazen. Maar als er niets van jezelf meer over is — als je slechts een spreekbuis bent geworden van een ideologie, een marionet in dienst van een macht die niet van jou is — wat valt er dan nog te redden? Het vuur is dan immers al gedooft . Bezetenheid is echt. Niet alleen geestelijk, maar ook cultureel, psychologisch of politiek gezien. Het ontnemen van de ziel gebeurt langzaam — via gewenning, herhaling, overgave. Maar het eindigt met leegte. De Doop : Door de dood bevrijding van Boze Machten Door de doop — het binnengaan in het water — kunnen we onze ketenen aan deze gevallen machten doorbreken . Het water wast niet alleen de zonde af, het maakt ons los van de principes die ooit onze identiteit bepaalden. Want wanneer wij het water ondergaan, sterft onze oude identiteit - samen met Jezus - aan het kruis op Golgotha (Romeinen 6:6-11). Bij de doop ontvangen we een nieuwe identiteit in Christus, terwijl we onze oude identiteit achterlaten bij het kruis. Net zoals Mozes en de Israëlieten werden losgemaakt van hun Egyptische banden — toen Farao’s leger werd opgeslokt door de Rode Zee — zo is ook de doop voor ons een weg uit de slavernij . Een doorgang naar vrijheid. Weg van de tirannie van machten die ons vasthielden, zoals de Farao en de Egyptische goden eens het leven van Israël beheersten. Want al bij de tien plagen zien we hoe God de spot drijft met deze afgoden , hoe Hij hun ‘macht’ openlijk tenietdoet — en Zijn volk losmaakt uit een werkelijkheid die niet meer van Hem was. Het volk kreeg een nieuwe identiteit . Net zoals wij christenen een nieuwe identiteit ontvangen - we worden getransformeerd en staan weer met hem op uit het graf, nu vervuld met de identiteit in Christus . Om verder te spreken in de analogie: Wanneer de eigenaar terugkeert, zal hij de wijngaard — Zijn schepping — terugvorderen. Hij zal de machten die haar misbruikt hebben uitdrijven, en nieuwe hoeders aanstellen. Mensen die wél trouw zijn, die Zijn wil doen, die waken over de schepping als Zijn vertegenwoordigers - a.k.a. zijn volgelingen. Hij is de Meester van de tuin — en als Meester herstelt Hij de orde. Hij reinigt de grond, snijdt het dode hout weg, en plant opnieuw. En Hij vertrouwt de zorg voor die tuin toe aan zij die Hem werkelijk dienen — niet aan bezetenen, niet aan dieven, maar aan Zijn volgelingen. Dit is het beeld van de nieuwe hemel & nieuwe aarde. Conclusie Paulus van Tarsus begreep als geen ander dat wij verwikkeld zijn in een geestelijke strijd — niet tegen vlees en bloed, maar tegen de heersende machten die het collectieve bewustzijn eeuwenlang teisteren (Efeziers 6:12). Waar hij als Saul de christenen vervolgde, keerde hij als Paulus zijn strijd naar de heidense afgoden. Zijn missie was om deze valse goden omver te werpen en in hun plaats levende voorbeelden van het christelijk geloof te stellen — mensen die hun gemeenschap dienden en na hun dood als patroonheiligen in de hemel regeerden. Voor Paulus moest niet de hartstocht, maar de Agapè — de zelfloze liefde die in Christus is geopenbaard — het bindende principe van elke gemeenschap zijn. Bronnen: [1] Stephen de Young, Saint Paul the Pharisee: Jewish Apostle to All Nations (2024) (check ook zijn conversatie met Pageau https://www.youtube.com/watch?v=120dRlvlWyk ) [2] Martin Heidegger, Der Ursprung des Kunstwerkes (1935–36) [3] Jonathan Pageau, at the Midwestuary-conference of 2025. Fractals: the world is full of meaning https://www.youtube.com/watch?v=S6xHkyhoN20 (gepubliceerd 2025, sept 11)
- Hoe ontsnap ik uit Plato's Grot?
Leugens, verkeerde verwachtingen, passies en driften kunnen onze gedachten aan banden leggen: en ons wereldbeeld vertroebelen. Het bewustzijn kwijnt weg wanneer mentale constructies ons te veel afschermen voor nieuwe perspectieven vanuit het onbekende. Voor wij er erg in hebben begeven wij ons in een droom: een gefabriceerde werkelijkheid. Het oog van Horus was bepalend voor de koers die het Egyptische koninkrijk zou varen. Het zijn de objecten en idealen waar wij onze aandacht op vestigen die onze realiteit bepalen. Dit idee vinden wij al terug bij de oude Egyptenaren. Een van hun voornaamste goden: Horus , zou volgens de vertellingen zijn oog hebben geschonken aan Osiris om hem weer aan de macht te helpen. Dit getuigt van het principe dat onze werkelijkheid of ons rijk bepaald wordt door datgene waar wij aandacht aan schenken. Televisie in ons hoofd Ik verwijs verder graag naar David Lynch: die stelt dat we heel goed in staat zijn onze eigen fantasieën te creëren. Wij hebben als het ware een soort televisie in ons hoofd en bouwen voor onszelf kaders waaruit wij de realiteit ordenen. Wij produceren een verhaal waaraan wij onze identiteit en wereldbeeld ontlenen. De film Mulholland Drive [1] bedient ons met een concreet voorbeeld. Hier worden wij als kijkers ernstig bedrogen door de hoofdpersoon: Diane. Zij koesterde de wens een beroemde actrice te worden, maar was hier nooit in geslaagd. Haar vriendin Camilla daarentegen bereikte wel het gewenste succes. Jarenlang had zij een vaste relatie met haar vriendin, totdat zij haar dumpte voor iemand anders. Dit maakte Diane furieus, in een opwelling stuurde zij een huurmoordenaar op haar vriendin af. Volgens David Lynch hebben wij als het ware een soort televisie in ons hoofd In nasleep van deze vreselijke daad, plaagde het geweten van Diane haar gedachten. De consequenties van deze vreselijke daad weegde zwaar op haar ziel. In een laatste poging het aangetaste zelfbeeld te redden, had haar geest daarom een fantasie ontwikkeld: waarin zij compleet onschuldig was, de huurmoord mislukte, en haar carriere werd gesaboteerd door schaduwmachten (i.p.v. persoonlijk falen). Als publiek worden wij meegesleept in de fantasie van Diane, wiens geest compleet bevangen is door de dromen opgedient door het onderbewuste. Inception's limbo: wat betekent het om verdwaald te zijn De diepste laag van onderbewuste wordt in Inception uitgebeeld met het dromenrijk Limbo [2]. Het is een dimensie waar de dromer zijn diepste verlangen kan manifesteren, maar die de geest ook gevangen kan nemen, doordat hij het besef verliest dat de gecreëerde wereld niet de werkelijkheid is. Dit overkomt ook de hoofdpersoon Cobb en zijn partner Mal: ze raken beide verdwaald in Limbo. Limbo symboliseert hoe wij verdwaald kunnen raken in onze eigen gedachten. Het doet denken aan de Queeste voor de Heilige Graal , die ertoe leidde dat vele ridders verdwaalt raakte in het donkere woud. Diep in de krochten van de geest, trof Cobb echter een artefact aan die wees op het bestaan van een overstijgende realiteit: namelijk een eeuwigdraaiende tol . Het is een soort portaal , die toegang biedt tot een verborgen waarheid. Het is zijn uitweg: een heilige graal. Minotaurus: Wachter op de Drempel Eenmaal terug in de echte wereld, wordt Cobb ingeschakeld door de Japanse zakenman Saito. Hij geeft Cobb de opdracht om een saboterend idee te planten in het onderbewuste van zijn grootste concurrent. Cobb aanvaard dit aanbod, en rekruteert een college student genaamd: Ariadne , zij krijgt de opdracht om het ontwerp van de droom te bepalen. Gedurende de film is het Ariadne die Cobb op het juiste spoor wijst, want alleen zij weet hoe het doolhof in elkaar steekt. Het verhaal vertoont daarin gelijkenissen met de mythe van Theseus en de Minotaurus. In plaats van een Minotaurus met beestachtige eigenschappen, die de onbewuste schaduwzijde van Theseus belichaamt. Is het nu de onderbewuste schuld projectie van Cobb, die zich manifesteerd als zijn overleden echtgenoot Mal. Net als Theseus moet Cobb zijn schaduw (de Wachter op de Drempel) overwinnen, Ariadne begeleidt hem in deze missie. De Minotaurus symboliseert de schaduwkant van onze psyche die de weg tot een verrijkt bewustzijn verhinderd. Voor Theseus hield dit in dat hij zijn beestachtige driften en lusten moest overwinnen. (Antipodes, Vesselin Vassilev 2004) In het werk van David Lynch zien wij dat karakters vaak een schaduwkant bezitten die de weg tot een verrijkt bewustzijn verhinderd. In de cult serie Twin Peaks [3] treffen wij FBI Agent Dale Cooper, die in een poging een mysterie op te lossen, toegang hoopt te verkrijgen tot de overstijgende waarheid bij de 'White Lodge' (een soort hemel). Voordat hij deze echter kan betreden, moet hij eerst door de 'Black Lodge' waar hij de schaduwzijde van zijn persoonlijkheid (Mr C) moet overwinnen . Evenzo lezen wij in de goddelijke komedie [4], dat Dante door de hellevuren moest trekken om gelouterd te worden van zijn zondige natuur voordat hij de hemel (Paradiso) kon betreden. De reis door het onderbewuste is niet zonder gevaren. Evenals de ridders die verdwalen in het woud, raakt crew lid Saito het spoor compleet bijster na een incident met Mal. Saito raakt vast in Limbo. Hoe worden wij weer bewust? Wanneer Cobb uiteindelijk Saito's ingebeelde werkelijkheid betreed, wordt dit hem niet in dank afgenomen. Saito is skeptisch en wantrouwend, hij laat zijn bevrijder Cobb in de boeien slaan. Wat wel een tikkeltje ironisch is, gezien het in feite Saito zelf is die gevangen zit. We kunnen de schuld echter niet volledig op Saito afschuiven, want de boodschap van Cobb - dat Saito's realiteit slechts een droom is - is an sich tamelijk absurd. Saito is gevangen in zijn zelf geproduceerde illusie wanneer Cobb hem aantreft in Limbo (Christopher Nolan, Inception (2010)). Pas wanneer Saito zich over de tol buigt, daalt het besef dat zijn oorsprong - niet in de droom wereld ligt - maar daarbuiten. De eeuwige tol herinnert hem aan zijn ware identiteit. Net als Saito mogen wij ons geruststellen, dat de overstijgende werkelijkheid af en toe binnendruipt (bijv. in de vorm van een tol), ongeacht hoe diep onze geest gevangen zit in de schijnwereld. Vaak is er een absurde ervaring voor nodig om denkkaders te doorbreken. Als er iets in het beeld komt dat niet in het verhaal past, dat wij moeilijk kunnen beredeneren dan duidt dit op een verborgen narratief dat getuigt van een transcendente realiteit. Denk aan een pratende ezel (Bijbel), een afgesneden oor (Blue Velvet), een blauw kluisje (Mulholland Drive), een losgeraakte spotlight (The Truman Show), of een boodschap vanuit de "onderwereld" (Silent Hill). Omdat de gevangene enkel bekend is met de muren van zijn zelf gefabriceerde werkelijkheid, zal hij krachten van buiten ervaren als compleet irrationele - en soms zelfs bedreigende verschijningen: want het stelt onze ideeën en verwachtingen op de proef. Denk aan de discipelen die in de storm Jezus van schrik aanzien voor een geest , omdat zij in de veronderstelling waren dat hun Rabbi niet over het water zou lopen. Het is echter essentieel dat deze fenomenen aanstootgevend zijn. De absurde verschijningen helpen ons namelijk om af te rekenen met de verkeerde denk kaders , en zodoende uit Limbo (ofwel Plato's grot) te ontsnappen. Denk aan Truman die door een losgeraakte spotlight beseft dat hij in een schijnwereld leeft. Een losgeraakte spotlight prikkelt Truman om zijn op onderzoek uit te gaan (Truman Show, 1998) Het christelijke verhaal staat vol met deze absurde elementen, en dit is met voorbedachte rade. De Bijbel doet een beroep op je ziel , die geen deel uitmaakt van deze wereld, maar juist daarbuiten ligt. Elk mens heeft een hongerig hart, dat verlangt naar de eeuwigheid... "Als ik in mezelf verlangens aantref die niet door iets in deze wereld kunnen worden bevredigd, dan is de enige logische verklaring dat ik voor een andere wereld gemaakt ben." - C.S. Lewis, Mere Christianity Vissers van mensen De transcendente werkelijkheid ofwel God dringt onze persoonlijke gevangenissen binnen en werpt een net uit (Psalm 146:7), waarmee we kunnen ontsnappen aan de teugels van het collectieve onbewuste (gesymboliseerd met het water of het labyrinth). Jezus doet bovendien beroep op ons om hetzelfde te doen: en vissers van mensen te worden. Het beeld van de visser, wordt duidelijk in de film Inception: waarin Cobb als visser fungeert. Cobb bevrijd Saito namelijk uit zijn persoonlijke cel (met hulp van Ariadne) door hem te herinneren aan zijn oorsprong. Net zoals de apostelen ons helpen te herinneren aan waar wij vandaan komen. Kennis vergaren is, zoals Plato beweerd, niets anders dan het herinneren van datgene wat je eigenlijk in het diepst van je wezen al wist. Op onze reis naar de oneindigheid doen we goed om naar de heiligen luisteren: Zij helpen ons herinneren aan datgene wat we ooit al beseften: dat wij een goddelijke oorsprong hebben. Hun herinneringen liggen als zaadjes verspreid in de tijd, wachtend om ontdekt te worden. Hun verhalen stippelen het pad uit naar het eeuwige. Paulus herinnerd ons aan deze oorsprong: [20] Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel , en van daar verwachten wij onze redder, de Heer Jezus Christus. [21] Met de kracht waarmee Hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal Hij ons armzalig lichaam gelijkmaken aan zijn verheerlijkt lichaam. Filippenzen 3:20-21 (NBV) De tocht naar het eeuwige is niet zonder obstakels. Dante moest eerst door Hel en Limbo om gezuiverd te worden. Hij deed afstand van zijn zondige natuur, en kon daarmee Paradiso betreden. De Libanese dichter Khalil Gibran heeft in zijn werk "Tear and a Smile" blijk gegeven aan dit verlangen tot hereniging met het eeuwige: "And so does the spirit become separated from The greater spirit to move in the world of matter And pass as a cloud over the mountain of sorrow And the plains of joy to meet the breeze of death And return whence it came. To the ocean of Love and Beauty----to God." - Khalil Gibran Referenties David Lynch, Mulholland Drive (2001) Christopher Nolan, Inception (2010) David Lynch & Mark Frost, Twin Peaks (1990, 1991) Dante Alighieri, Divine Comedy (1321)
- Zo boven zo beneden (Micro & Macro-kosmos)
Een sleutelconcept die je inzicht biedt in het begrijpen van de Bijbelse vertellingen is het principe van de Microkosmos en de Macrokosmos. Dit idee is vergelijkbaar met fractale theorie; deze theorie veronderstelt dat er een relatie is tussen verschillende niveaus van de realiteit. Wat je in het kleine (micro) aantreft, zal je ook in het grote (macro) aantreffen, en andersom. Een fractale boom (artiest: Ian Jongerling) Denk aan de takken van een boom: die in hun beeltenis de boom zelf weerspiegelen. Hoewel de takken een onderdeel zijn van de boom, is de vorm tegelijkertijd een reflectie van de gehele boom in kwestie. Evenzo gaat dit sleutelconcept uit van het idee dat fenomenen zich niet beperken tot een bepaald niveau, maar dat zij zich op veel manieren kunnen manifesteren. Ze kunnen betrekking hebben op de interne wereld, binnen de muren van je geest, maar ze kunnen zich ook voordoen in de fysieke wereld om je heen. Om te begrijpen hoe de relatie tussen de macro- en microkosmos zich verhoudt, geef ik je een treffend voorbeeld uit de bijbel, namelijk het verhaal van Mozes. Het sleutelfiguur voor de Joden, want Mozes heeft de Israëlieten bevrijdt uit de slavernij van Egypte - de tyrannie van de farao. Mozes is een microkosmos van de uittocht in Egypte Wat veel mensen niet beseffen, is dat Mozes' leven eigenlijk al de toekomstige gebeurtenissen bij de uittocht afspiegelen. Het volk van Israël staat eenzelfde lot als Mozes te wachtten. Hoewel Mozes opgroeit aan het Egyptisch hof beseft hij op een gegeven ogenblik dat hij geen Egyptenaar is maar de Joodse identiteit draagt. Vanaf dat moment kijkt hij met een andere bril naar de Egyptische slavendrijvers die het volk uitbuitten. Hij kan de marteling niet lang aanzien, want hij slaat uiteindelijk uit woede een slavendrijver dood. Doormiddel van deze actie maakt hij zichzelf symbolisch los van de Egyptische identiteit. Hij vlucht naar de woestijn van Midian en verblijft hier voor 40 jaar. Het is vergelijkbaar met de joden die later 40 jaar door de woestijn dolen, nadat ze zich hebben losgemaakt. Motief Mozes (micro) Volk van Israel (macro) Bewustwording van onderdrukking Mozes werd bewust van de erbarmelijke omstandigheden van zijn volk (Exodus 2:11) God ziet de moeilijkheden van het volk (Ex. 4) Egyptische identiteit sterft af, valse herders verstoten Mozes sloeg een Egyptenaar dood die een Hebreeër martelde (Exodus 2: 12) en doet hiermee afstand van zijn Egyptische identiteit. Hij jaagt valse herders weg om de kudde te beschermen ( Exodus 2: 19) Egypte wordt gestraft met verschillende plagen (Ex. 7-12), en dit escaleert tot het moment dat alle eerst geborenen worden gedood (Exodus 12:23). De Here intimideerd de farao (valse herder), om zijn volk te redden. Uittocht door goede herder. Mozes vlucht naar de Midian woestijn en wordt beschermd door God. Hij ontkomt aan de Farao die hem wil vermoorden. (Exodus 3:1) Mozes noemt zijn zoon later Eliezer (mijn God is mijn helper - Exodus 18:4). De Here leidde het volk uit Israel weg (Exodus 12:51). Het volk ontkomt aan de Farao, omdat zijn legers dankzij Gods hulp worden verzwolgen door de golven. Zwerven in de woestijn Mozes verblijft voor 40 jaar in de woestijn te Midian (Exodus 3:1), waar hij een schapenherder wordt. Israel doolt voor 40 jaar in de woestijn. Mozes wordt een herder voor het volk. Beproeving Mozes is onzeker; hij ontwikkelt een spraakgebrek (Exodus 4:1) en wijkt daarom uit naar Aaron om hem te representeren. Israël wordt onzeker als Mozes weg is, en wijkt daarom uit naar Aaron die het gouden kalf bereidt om god te representeren (Exodus 32) Beloofde land Mozes ziet een glimps van het beloofde land maar mag het zelf niet betreden (Deut 34:1-7). Zij die uit Egypte bevrijd zijn zullen sterven voordat zij het beloofde land betreden. Enkel hun kinderen zullen Gods belofte met eigen ogen in vervulling gaan (Numeri 14:29-33). Wij zien in Mozes' leven terug, dat wanneer je uit een tyrannie ontsnapt dit niet gelijk betekent dat je een leven vol vreugde en zaligheid kan ingaan. Integendeel, Mozes wordt onzeker. Hij moet weer opnieuw zijn draai vinden, want hij is niet langer de prins van Egypte, hij begint te stamelen. Evenals het volk later in onzekerheid leeft (zullen ze wel genoeg voedsel hebben?), en een identiteitscrisis doormaakt waarin zij voor een moment hun geluk en zaligheid zoeken bij het gouden kalf. Mozes besluit herder te worden, net zoals hij later een herder voor het gehele volk wordt bij de uittocht. Mozes is de aangewezen gids om het volk door de woestijn te leidden, gezien hij zich als vluchteling jarenlang in de woestijn begaf. Conclusie Zo binnen zo buiten (Carlo Giambaressi) Verhalen en sprookjes verwijzen naar patronen die betrekking hebben op ons eigen leven. Het is een belangrijke zaak om te herkennen hoe zij zich manifesteren. Dit kan namelijk binnen de muren van onze geest zijn, of daarbuiten. Het koninkrijk waarin wij ons begeven, kan over een fysieke locatie gaan of over de psyche. Wat draken betreft, kun je denken aan persoonlijke demonen , of obstakels die wij hebben te overwinnen in de samenleving: bijv. een vervelende baas of een lastige klant. De veelzijdigheid die een fenomeen kenmerkt vraagt om een interpretatie die de synthese zoekt tussen meerdere domeinen: psychologie, wetenschap, filosofie etc. Zelfs als er sprake lijkt te zijn van een tegenstrijdigheid tussen die domeinen en de vertegenwoordigers, is het essentieel om altijd in dialoog te blijven.
- Het 'TAG' godsbewijs simpel uitgelegd
Onze moderne samenleving waardeert vooral wat we kunnen waarnemen en meten - dit noemen we empirisme . Geloof in God wordt tegenwoording vaak weggewuifd als een onbewezen zaak of als een coping-mechanisme om met het verlies van dierbaren om te gaan. In het debat tussen geloof en wetenschap gebruiken critici regelmatig logische argumenten en wetenschappelijke bewijsvoering om gelovigen in het nauw te drijven. In dit artikel wil ik echter laten zien dat geloof minder irrationeel is dan je op het eerste gezicht zou denken. Dat doe ik aan de hand van het Transcendentale Argument voor God (TAG) . Dit scherp geformuleerde argument wordt vaak ingezet in gesprekken met atheïsten die een materialistisch of rationeel wereldbeeld aanhangen — een bekende vertegenwoordiger van deze benadering is Jay Dyer. Het transcendentale argument voor God beweert dat het bestaan van God de meest logische verklaring is om de wetmatigheden die wij in de realiteit aantreffen te duiden. Introductie Toen ik zelf voor het eerst met TAG in aanraking kwam, vond ik het lastig te volgen. Het leek in eerste instantie een wat vaag en abstract argument. In deze blog probeer ik daarom TAG op een eenvoudige en toegankelijke manier uit te leggen, zodat het ook begrijpelijk is voor een breder publiek. En wie weet veranderd het je kijk op het geloof. Ik moet eerlijk gezegd wel bekennen, dat ik niet per se overtuigd ben dat dit soort argumenten massaal mensen tot bekering brengen. Volgens mij komen de meeste mensen tot geloof door persoonlijke ervaringen, niet door verfijnde argumenten in een debat. Uiteindelijk valt er voor elke positie in een debat wel een beredenering te vinden die overtuigend klinkt. Toch kan dit argument wel relevant zijn voor een selecte groep aan mensen die zichzelf wanen in het reductionistische paradigma, en zelden een kritische blik werpen op hun eigen filosofische aannames. Kort samengevat, veronderstelt TAG dat kennisverwerving alleen mogelijk is als we in eerste plaats het bestaan van bepaalde transcendentale kwaliteiten erkennen. Wanneer men daartoe bereidt is, concludeert het argument dat het bestaan van God de meest spaarzame voorwaarde is om deze fundamentele wetmatigheden te verklaren en te verenigen, en dat ieder ander alternatief absurd of onhoudbaar is. De structuur van het argument werkt als volgt: X is de noodzakelijke voorwaarde voor Y Y bestaat Dus X bestaat De hypothetische kersentaart Een eenvoudig analogie: Neem als voorbeeld een kersentaart die uit verschillende ingrediënten bestaat. Als er een kersentaart (Y) bestaat, dan moeten de elementen die de kersentaart mogelijk maken (X) ook noodzakelijkerwijs bestaan. Toegepast op God: Met God kunnen we de transcendentale eigenschappen (zoals logica, moraal, bewustzijn) en hun onderlinge samenhang verklaren. Zonder God ontbreekt het fundament voor empirische kennisclaims - je kunt deze eigenschappen niet coherent verenigen In de volgende paragrafen zal ik stap voor stap uitleggen hoe het argument in zijn werking treedt, te beginnen met een duidelijke definitie van transcendentale kwaliteiten.. Wat zijn transcendentale kwaliteiten eigenlijk? Transcendentale kwaliteiten zijn fundamentele principes die we als vanzelfsprekend aannemen – zoals logica, causaliteit of morele waarden. Ze vormen de basis van onze ervaring van de realiteit, maar kunnen zelf niet empirisch worden bewezen. Ze zijn universeel, maar bestaan buiten het materiële domein. Om een aantal voorbeelden te noemen van transcendentale kwaliteiten: Ruimte/tijd: we ervaren de wereld van begin tot eind. Er is geen mens op aarde die dingen achteruit ervaart. ( En nee, het hebben van een horloge is geen bewijs dat er tijd is ) Woorden/ betekenis: woorden hebben betekenis, we gaan er van uit dat we een boodschap van betekenis kunnen vormen met ons brein, en dat wij deze boodschap kunnen overbrengen tot een ander brein. Zelfbeeld: Je kunt niet empirisch aantonen dat je een zelf hebt. Geen microscoop / reageerbuis zal je laten zien dat je een identiteit hebt. Universele categorieen : invariante concepten, getallen. Er is geen bewijs voor, maar we weten dat ze bestaan. Ethiek (waar is ethiek? kunnen we het onder een steen vinden? Waar in de microscoop?) Causaliteit Teleologie Wetten van de logica Identiteit in de tijd Relevantie realisatie Verleden Bewustzijn Metafoor En ga zo maar door... Belangrijk om te beseffen is dat al deze transcendentale eigenschappen onderling verbonden zijn – Het is namelijk niet zo dat de werkelijkheid in stukjes is gehakt: en dat de ene kwaliteit kan bestaan zonder de andere. Integendeel, deze transcendentale eigenschappen functioneren als één samenhangend geheel . Transcendentale kwaliteiten zijn fundamentele principes en wetmatigheden (denk aan ruimte, tijd, causaliteit) die we als vanzelfsprekend aannemen, maar die an sich niet verklaard kunnen worden met empirisch bewijs. Neem als voorbeeld ons menselijk bestaan: onze ervaringen en leerprocessen vinden plaats in een f ysio-ruimtelijk tijdsveld . Evenzo, is ons zelfbeeld onlosmakelijk verbonden met onze persoonlijke geschiedenis. Wat we meemaken blijft doorwerken in ons latere bestaan. Kortom: ons zelfbeeld is alleen te begrijpen in relatie tot andere transcendente kwaliteiten (zoals tijd, ruimte, causaliteit en bewustzijn). Zelfs wanneer je iets eenvoudigs zegt als: de kersentaart in de etalage is rood, veronderstel je al de eerder genoemde transcendentale voorwaarden. Om zo'n uitspraak te kunnen doen, moet je deze axioma's al bij voorbaat accepteren. Dit zijn voorwaarden die noodzakelijk zijn om überhaupt kennis te vergaren. De grote zwaargewichten uit het militante atheisme: Richard Dawkins en Matt Dillahunty beroepen zich voortdurend op transcendente kwaliteiten zoals logica en waarheid, terwijl hun empirische wereldbeeld daar geen grondslag voor biedt. Empirisme vereist al bij voorbaat aannames die opzichzelf niet empirisch te verantwoorden zijn—iets waar ze compleet aan voorbij lijken te gaan. Reductio ad absurdum . Betekent dit dan dat kennis onmogelijk is? En we niets kunnen weten of bewijzen? Nee, dat is nou juist waar het transcendentale argument beroep op doet: we moeten vertrouwen in deze aannames vanwege hun nut. We hebben ze nodig om een maatschappij op te bouwen, en de wereld te bestuderen. De ontkenning van deze transcendente waarden leidt tot absolute absurditeit - want bij afwezigheid van universele principes of wetmatigheden is kennis onmogelijk. In andere woorden het TAG argument berust op een reductio ad absurdum . Oké, de samenhang tussen transcendentale eigenschappen is dus noodzakelijk om in de realiteit te kunnen functioneren. Maar hoe hangen deze kwaliteiten dan met elkaar samen? Is er een preconditie (voorwaarde) die ze allemaal verbindt en overstijgt? De ultieme preconditie In het klein, zien dat we dat deze transcendentale kwaliteiten kunnen worden verenigd met de menselijke geest. Major Briggs uit de serie Twin Peaks (David Lynch) Maar een begrensde geest kan natuurlijk nooit de totale samenhang van transcendente kwaliteiten zoals logica, moraliteit, ruimte, tijd, bewustzijn in zijn volledigheid bevatten. Daarvoor moeten we uitzoomen, en kijken naar de grotere schaal: Want hoe anders werken ze samen, dan dat er een hogere (transcendentale) identiteit bestaat die ze allemaal bij elkaar houdt? Dit is geen "goddelijke eenvoud" in een reductionistische zin, of het "Ene". In plaats daarvan heb je een oneindige geest nodig als preconditie . Dit is waar TAG filosofisch een krachtig argument wordt voor het bestaan van God. God is de ultieme preconditie (voorwaarde) —die alle andere transcendentale kwaliteiten verklaart. Want in tegenstelling tot de mens, kan de geest van God alle verscheidenheid in creatie bevatten. Het is de meest spaarzame verklaring - waar je de minste assumpties maakt (in lijn met Occkams scheermes). Alternatieve verklaringen zijn onvolledig (platonisme*), of ongefundeerd (materialisme dat logica gebruikt terwijl het logica niet kan funderen). De drie-eenheid In de Geest van God kunnen de verschillende transcendentale eigenschappen worden verenigd . Het is verscheidenheid in eenheid. Hiervan zien wij eigenlijk al een afspiegeling in de leer van de Drie-eenheid: omdat het christelijke godsbeeld in zichzelf al meerdere modaliteiten vertegenwoordigt —Vader, Zoon, Geest—volmaakt verenigd in één wezen. Het toont ons hoe verschillende identiteiten een eenheid vormen, zonder de ander op te heffen. Disclaimer : * Het volstaat te benoemen dat platonisme een heel eind meegaat met de redenering van TAG, maar zoals de wetenschapsfilosoof Stephen R. L. Clark opmerkt faalt het Platonisme op het cruciale punt waar integratie just het meest nodig is. Door de oorsprong simpelweg te herleiden tot “het Ene”, kunnen Platoonse idealen wel naar eenheid verwijzen, maar bieden ze er geen verklaring voor de eenheid in verscheidenheid. Ze eindigen bij “het Ene” door samen te vloeien in singulariteit — een soort divine simplicity, die onrecht aandoet aan de rijkdom die we aantreffen in de realiteit. Voor de liefhebber: Het transcendentale argument wordt vaak onterecht aangeduid als een cirkelredenering, vooral wanneer het haaks staat op de tijdsgeest.
- Merlijn: De Lachende Tovenaar
Het prototype van tovenaar zien wij op vele manieren in de maatschappij verschijnen. Meestal herkennen wij het archetype in de gedaante van de wetenschapper, leerkracht of de wijsgeer. De tovenaar kenmerkt zich door het feit dat hij een licht werpt op de waarheid die voor ons verborgen ligt. Dit fenomeen wordt perfect beschreven in één van mijn favoriete Arthur legendes, getiteld: ‘De roman van Silence’. Het boek is geschreven door Heldris van Cornwall, en draait om een jonge vrouw genaamd Silence. Silence groeit op in een tijd waarin vrouwen niet het recht hadden om land of rijkdom te erven. Als gevolg van dit onrecht, adviseerde haar vader om de ware identiteit verborgen te houden. Anders zou zij geen aanspraak kunnen maken op het nalatenschap van haar vader. Hierop besluit ze de identiteit van ‘ Silence ’ aan te nemen. Silence groeit uit tot een uitstekende goede ridder, en wordt mede dankzij dit feit aan het hof van de koning uitgenodigd. Gezien Silence de mannelijke identiteit aanneemt , zal ik - ook vanwege de leesbaarheid - nu steeds naar Silence verwijzen met het voornaamwoord ‘hij’ of ‘hem’ . Aan het hof van de koning, wordt Silence erop uit gestuurd om verschillende ruzies en geweldsincidenten op te lossen. Silence blijkt een betrouwbare ridder te zijn, die zich kenmerkt door zijn hoffelijkheid . In de aanwezigheid van de jonkvrouwen gedraagt hij zich voorbeeldig, respectvol in de omgang, en met goede manieren. Wanneer hij een tegenstander bevecht, doet hij dat volgens een erecode: hij zal zich niet laten verleiden tot een geniepige dolkstoot. Silence is een uitblinker tegenover de andere ridders. Dit zorgt ervoor dat hij de aandacht trekt van de echtgenote van de koning. Silence belichaamt de idealen van de ridder: strijdvaardig, avontuurlijk en hoffelijk. Al deze eigenschappen maakt dat de koningin verliefd raakt op de ridder. Ze probeert Silence te verleiden, en hem naar bed te krijgen. Maar Silence weigert het aanbod van de koningin, omdat hij ten eerste een ridder is, maar daarnaast in het geheim ook een vrouw. De koningin wordt woest nadat hij haar aanbod weigert. Zij gaat naar de koning en probeert Silence zwart te maken. Ze verteld hem dat Silence heeft geprobeerd haar te verkrachten. De koning weet zich geen raad. Silence is de beste ridder aan zijn hof, dus hij wil hem niet laten vallen. Daarom doet hij er in eerste instantie niets mee, dit tot ongenoegen van de koningin. Zij bedenkt een listig plan: ze heeft ooit een legende gehoord dat Merlijn gevlucht is naar de wildernis , en dat hij nu als een soort beest in het bos leeft. De legende beweerd dat Merlijn zich door geen enkele man laat vangen. Dit bracht haar op het snode plan om de ridder Silence te laten opzadelen met deze gevaarlijke en onmogelijke opdracht. Want, zo redeneerde zij, Silence kan dan enkel falen, en als hij in zijn missie faalt dan zal dat hem in kwaad daglicht zetten bij de koning. Zij besluit haar idee voor te leggen aan de koning die - omdat hij niet afweet van de legende - akkoord gaat met haar idee. De koning stuurt Silence er op uit Merlijn te vangen. De zoektocht naar Merlijn In de legende heeft Merlijn zich teruggetrokken uit de stad. Hij leeft nu in het woud net als een wilde beest (Nebuchadnezzar (Blake))) Het eerste wat Silence doet, is zich verdiepen in de persoon Merlijn, en een manier om hem te vangen. Hij heeft gehoord dat Merlijn is verzonken tot de staat van een harig beest. Hij zou alle herinnering aan zichzelf en de maatschappij zijn verloren. Eenmaal in de wildernis, zet Silence een val voor Merlijn klaar. Hij bakt wat vlees met de bedoeling om het als lokmiddel te gebruiken. Verder bereidt hij ook een aantal andere vallen voor. De opgezette val werpt gelijk zijn vruchten, in tegenstelling tot wat legende beweert, komt Merlijn al snel tevoorschijn. Hij volgt de geur en laat zich kennen door zijn menselijke natuur. Hij duikt direct op het vlees af. Hierop wordt hij extreem dorstig van het vlees. Hij kijkt naarstig om zich heen of er iets is om te drinken, en dan vallen zijn ogen op een voorraad aan honing - de volgende valstrik. Hij drinkt de honing op, maar is nu nog dorstiger. Vervolgens ziet hij ook de melk die zij heeft klaargelegd, hij drinkt en drinkt maar blijft dorstig. De volgende drank is wijn . Hier drinkt hij met volle teugen van. Totdat hij in slaap valt. Hij is volledig verdooft, en de ridder Silence slaat zijn slag om Merlijn te vangen. Lachen zonder eind Merlijn wordt versuft wakker, hij is verbaasd: ‘hoe kan het dat een man mij heeft gevangen’ Maar dan kijkt hij op naar Silence en barst hij uit van het lachen. Nu Merlijn wakker is, besluit Silence hem naar de stad te brengen. Hij heeft hem aan beide handen vastgebonden en neemt hem mee. Onderweg naar het hof van de koning, komen ze verschillende mensen tegen. Ze passeren een arme man die voorzichtig zijn mooie schoenen in de handen bergt. Merlijn begon te schaterlachen bij het aanschouwen van deze man. De ridder Silence reageerde verbaasd: "Waarom lach je om deze arme stakker?" Maar Merlijn gaf hem geen antwoord Vervolgens passeerde zij een groepje bedelaars die bij de kapel om een aalmoes vroegen. Toen hij hun zag, begon Merlijn weer te giechelen. Silence raakte geirriteerd: Waarom lach je om deze bedelaars, maar wederom gaf Merlijn geen antwoord. Eenmaal zij lang de kathedraal reden, zagen zij een vader die bij het graf stond dat door een priester werd ingezegend met wierrook. Ook bij deze situatie kwam Merlijn niet bij van het lachen. Silence was absoluut verontwaardigd: ‘waarom lach je om de vader die zijn kind verliest?’ Wederom kwam er geen antwoord uit Merlijn. De apocalypse : alles wordt geopenbaard Tot slot komt het gezelschap aan bij het paleis. Het hof was gevuld met ridders uit het hele land, een non en het koningsechtpaar zelf. Het moet gezegd worden, dat de koningin compleet verbaasd was toen zij zag dat het Silence gelukt was Merlijn te vangen. De ridder had de onmogelijke queeste behaald. De ridder Silence deed een diepe buiging naar de koning, en leverde de tovenaar aan hem uit. De tovenaar keek om zich heen, en raakte uiteindelijk - hoe kan het ook anders -verwikkeld in een grote lachbui. Iedereen raakte gefrustreerd: ‘Vertel ons waarom je zo aan het lachen bent?’ De tovenaar gaf geen antwoord. ‘Ik begrijp er niets van. Onderweg hier naartoe barstte hij ook al meerdere keren in lachen uit bij het zien van voorbijgangers,’ zei Silence verward.Iedereen keek de tovenaar met glazige ogen aan, compleet overrompeld door zijn uitgelaten stemming. Maar juist die verbaasde blikken maakten het voor Merlijn alleen maar grappiger. Zijn lachbui zwol nog verder aan en het duurde dan ook enige tijd voordat hij weer tot bedaren kwam. Uiteindelijk kwam de tovenaar weer bij zinnen. Nadat hij zich volledig had herpakt, antwoordde hij het gezelschap. Hij verklaarde dat uiterlijke schijn vaak bedriegt en dat dingen anders zijn dan ze lijken. Zo legde hij uit dat de arme man , die zo trots was op zijn schoenen, hier veel geld aan had uitgegeven — een investering die niets waard was, omdat hij zou sterven voordat hij zijn huis bereikte. De koning zond zijn soldaten eropuit om dit te controleren, en wat blijkt: de arme man is inderdaad op de stoep naar zijn huis overleden. ‘Waarom bleef je dan lachen om de arme bedelaars die voor de kapel staan om eten en geld?’ vroeg Silence. De tovenaar verklaarde dat de bedelaars geen reden hadden om te bedelen om het kleinste hapje voedsel, omdat zij in werkelijkheid een grote schat hadden begraven onder hun bedelkleedje. Ze hielden enkel de schijn in stand, om zo hun rijkdom te verbergen. ‘Waarom dan lachte je om de vader die huilde bij het graf van een kind?’ Ik lachte omdat de vader geen reden had om te huilen. De werkelijke vader van het kind was de priester die het graf bewierookte. De vader had dus niet hoeven te huilen, want hij zou anders gedwongen zijn het kind van de priester op te voedden. Bedrog aan het hof Dan rijst tot slot de vraag: waarom begon Merlijn te lachen toen hij arriveerde aan het hof van de koning? Merlijn wendde zich tot de koning en verklaarde dat er drie mensen zijn die worden bedrogen en dat er drie mensen zijn die anderen bedriegen. "Allereerst de koningin, zij bedriegt de koning omdat zij vreemd gaat. Haar geheime liefde is aanwezig in de zaal. Hij heeft zichzelf vermomd als non, maar is in werkelijkheid een man. In dit aspect is de koning bedrogen, en dat maakte dat ik moest lachen. Tegelijkertijd ben ik - Merlijn - zelf bedrogen, en daarom lach ik ook om mijzelf. Want ik dacht voor een ogenblik dat ik mij door een man had laten vangen, maar Silence is in werkelijkheid een vrouw." De koning beval hierop zijn soldaten, om de kleren van de non en Silence uittrekken, en zo de waarheid aan het licht te brengen. Hieruit bleek dat Merlijn het inderdaad bij het rechte eind had. Tevens bemerkte hij dat de aanklacht van zijn echtgenote tegen Silence geheel beruste op een leugen , gegeven dat Silence een vrouw was. En ze leefden nog lang en gelukkig De koning kwam tot de realisatie dat de reden voor deze bizarre situatie veroorzaakt was, door de achtergestelde positie die vrouwen hadden gekregen in de samenleving. Vrouwen mochten binnen hun familie geen land of rijkdom erven. Zodoende besloot de koning daar verandering in te brengen: vrouwen zouden vanaf nu ook erfrecht krijgen. Een opeenstapeling van bedrog, heeft uiteindelijk - middels de lachbuien van Merlijn - in een interessante twist tot het herstel van de normale orde geleidt. Hierin lezen wij de roeping van de magiër, om de werkelijke waarheid die zich schuil houdt achter allerlei schijnvertoningen naar voren te brengen. Merlijn vertegenwoordigt de geest van wijsheid en het vermogen om mysteries te doorgronden en geheimen onthullen. Referentie Dit script is gebaseerd op de analyse van Jonathan Pageau in zijn video Merlin's Last Laugh: https://www.youtube.com/watch?v=w1nzp03Uzpg
- De Groene Ridder en de doornen kroon
Ieder jaar nodigt Koning Arthur zijn ridders uit om de kerstfestiviteiten bij te wonen. Eenmaal in de aanwezigheid van zijn gasten vraagt Arthur of er iemand is die een spannend verhaal wil delen. Na dit verzoek verschijnt er een mysterieus gedaante in de troonzaal. Het figuur waant zich in een groen gewaad en rijd op een groene ros richting de tafel met gegadigden. Hij draagt geen pantser, maar heeft een dreigende hakbijl in zijn handen geborgen. De zaal wordt muisstil, en kijkt in huivering toe. De groene ridder kondigt een vriendschappelijk kerst spel aan: hij zoekt een dappere held die hem durft te treffen met een bijl, onder de voorwaarde dat deze persoon zelf een klap met de bijl krijgt in exact één jaar en één dag tijd. Het blijft lange tijd stil aan het hof. Niemand van de ridders durft de uitdaging aan, behalve sir Gawain, Arthur's neefje. Gawain gaat ervan uit dat hij niks te vrezen heeft zolang hij de groene ridder met de bijl weet te doden. De groene ridder overhandigt Gawain zijn hakbijl ("The Green Knight" 2021, David Lowery) De groene ridder overhandigt de hakbijl aan Gawain, en knielt voor hem neer. Gawain slaat met een snelle beweging toe op diens onbeschermde hals. De groene ridder is geveld, zijn kop rolt over de plaveien. Gawain is opgelucht. De heersende spanning in de zaal verdwijnt met onmiddellijke ingang. Echter, tegen alle verwachtingen in raapt de groene ridder zijn eigen hoofd weer op. Hij herpakt zichzelf, staat op, en herinnert Gawain aan zijn belofte. Over precies één jaar en één dag zullen de twee elkaar weer treffen, ditmaal bij de groene kapel, om het spel te voltooien. Moeder Natuur De groene ridder symboliseert een bijzonder archetype die ook te verstaan is onder de vrouwelijke variant: moeder natuur . In deze personificatie treffen wij de gecompliceerde interactie tussen natuur en de mens: want zij kent twee gezichten: Enerzijds, is zij verwelkomend: wij kunnen schuilen onder het bladergewas, genieten van de mooie vogelenzang, proeven van haar vruchten en van nieuw leven. Maar anderzijds bergt zij roofdieren, onkruid, doornen , en brengt ze de beestachtige kwaliteiten in ons naar boven. Wanneer wij aan haar zijn overgeleverd komt de schaduw in ons naar boven - wij lezen het in Lord of the Flies [1]. Of in de Odyssues van Homer waarin de heks Circe mannen in beesten veranderd doormiddel van haar toverdrank [2]. Lord of the flies cover (William Goulding) Wij zien het ook terug bij dieren, wanneer men tamme varkens loslaat in de natuur, zullen ze in mum van tijd veranderen in wilde beesten . Ze zullen slagtanden en haar uitgroeien en zich agressiever gedragen dan op de boerderij. Dat Gawain over een jaar een slag van de Groene Ridder kan terug verwachten, illustreert het principe dat de natuur erop gezet is om de wereld te heroveren op de mens. Het archetype heeft wat dat betreft overeenkomsten met het verslindende moeder (Engels: devouring mother) complex: de godin Kali uit de hindoeïstische traditie of Gaia die de triomf van natuur over de mens brengt. Het is enkel door de aanwezigheid van de tegengestelde krachten, dat er sprake is van een evenwicht, wanneer deze uit balans raakt zien wij verval. Wij zien dit principe bijvoorbeeld terug in apocalyptische fictie (zoals de "Last of Us" [3]) waarin de natuur weer de overhand krijgt - steden overwoekerd zijn door planten en de mens tot slaaf gemaakt wordt door een klein organisme (zoals een schimmel of parasiet) . Dit scenario staat in schril contrast tot de wereld van nu , waarin wij als mensen de natuur uitputten. Het hof van Eden De mens heeft de nodige kennis, om aan de natuur te ontstijgen, opgedaan in het hof van Eden. Door van de verboden vrucht te eten kreeg men grip op de orde van de natuur (zie blog over het Magier archetype ). De mens heeft dit echter gedaan onder invloed van de grote bedrieger - Satan - de kosmische kracht die zich met valse list opwerpt als Gods gelijke [4]. Nadien is de mens uit de tuin verdreven, en draagt hij de smet van de gebeurtenis in Eden met zich mee de toekomst in. Het groene man motief verwerkt in een kloosterkerk in Vendôme, France) In verschillende kerken en publieke gebouwen in Engeland treft men het motief van de groene man verwerkt in de muren. Met zijn gezicht verhuld in bladeren, herinnert hij ons aan het verleden dat wij met ons meedragen: een artefact voor de oerchaos en het heidense verleden dat ons teistert. Door naar de bijl te grijpen, openbaarde Gawain zijn persoonlijke gebreken - de natuur die elke mens verborgen probeert te houden. De ridder laat hiermee zijn potentie tot wreedheid zien. Hij houdt zich de illusie voor dit te doen omwille van een hoger doel (het beschermen van de koning), terwijl het in werkelijkheid is om de ego te dienen (succes vergaren en daarmee zichzelf te kronen). Evenzo, bedriegt de moderne mens zich met de gedachte dat hij het primitieve denken is ontstegen - terwijl hij in realiteit nog geboeid is door zijn beestachtige natuur . Wreedheid van de Mens Om in de woorden van Nietzsche te spreken: "Haast alles wat wij hoge cultuur noemen, berust op de vergeestelijking en verdieping van de wreedheid . Het wilde dier is alles behalve dood, het leeft en gedijt, het heeft zich alleen vergoddelijkt." [5]. 'Elk wereldbeeld ontleend zijn heerlijkheid aan de wreedheid. De Romeinen hadden de arena, de Christenen openbaarde de wreedheid bij het kruis, en de Spanjaarden hadden de stiergevechten en de brandstapel.' Tegenover die wreedheid staat een prijs. Zij die de klappen uitdelen, kunnen ze terugverwachten. En zo gebiedt het dat Gawain - de ridder waarmee wij onszelf kunnen identificeren - na de slag moet terugkeren naar het rijk van de groene heer. De mythe speelt zich volgens traditie af rond oud- en nieuw, en dit is met voorbedachte rade. Want de groene ridder staat symbool voor dood en wedergeboorte . Natuur brengt namelijk leven, maar ook dood voort. Net zoals de ridder hebben wij de natuur gekoloniseerd, en getracht haar te onderwerpen aan onze wil en begeerte. Nu gebiedt het de natuur ook om af te rekenen met ons: het verlangt van ons dat wij de zondes terug betalen. De welvaart in onze maatschappij berust op de wreedheid. Wij verwachten dat de uitgebuite natuur zich over ons zal wraken. En daar zijn aanwijzingen voor als je het laatste nieuws over het klimaat leest. Doornenkroon De zonde die een deel uitmaakt van ons verleden, moet eens worden terugbetaald . De groene ridder wacht aan het einde van je levensweg om de balans op te maken: 'Hoe groot is jouw carbon footprint ?' Als het volledig op ons neerkwam om de lasten van de wereld af te lossen, dan zouden wij hopeloos verloren zijn. De heilzame weg is immers recht en smal. Christus wordt gekroond met doornen, de prijs op de zonden (Odilon Redon, 1895) Christenen vinden hun heil bij Christus - die zelf onschuldig was - en daardoor de smet van Eden op zich kan nemen. De natuurlijke wreedheid, zoals men die aantreft in de natuur, heeft zich op Jezus doen ontgelden. Christus heeft met zijn kruisoffer alle obstakels van zonde weggenomen. Dit wordt gesymboliseerd door de kroon met doornen die Jezus tot zich nam: doornen waren een prijs op de zonde uit Eden (Genesis 3:18), en representeren de barrière. Doorns beschermen immers de vruchten van een plant. Dit beeld van doornen als barrière wordt ook gebruikt in Exodus 3 waarin Mozes, dan nog in ballingschap , eerst de brandende doornstruik ziet (dus een lager symbool), voordat hij God's werkende hand erin herkent. In dit geval symboliseert de doornstruik een geestelijke barrière, want Mozes begrip is gesluierd voordat hij God ontdekt. Met Christus' offer kwam er een ommekeer: nadien hoeven wij niet langer met barrières te leven, maar hebben wij direct toegang tot God. Slot Het feit dat wij door genade gespaard zijn betekent echter niet dat wij de aarde verder naar de verdoemenis moeten helpen. Wanneer men de lijn van Jezus doortrekt komt men immers tot de logische conclusie dat genade zich uitstrekt tot alle facetten in het leven. Wij hebben alles hier op aarde slechts per gratie gekregen. Het siert de mens daarom om zich fatsoenlijk te gedragen, omdat men alle bezitting in deze wereld enkel in bruikleen heeft. Na dit leven, moeten wij onze bezittingen weer - in goede conditie - teruggeven aan de rechtmatige eigenaar. Bronnen William Gouldling, Lord of the Flies (Sept 17, 1954) Homerus, Odysseus (~ 800 v.Chr.) Neill Druckmann, Last of Us, HBO (2023) Kenneth Michael Florence, The Green Knight and the Paradigm of De-souled Symbolism, Symbolic World https://thesymbolicworld.com/content/the-green-knight-and-the-paradigm-of-de-souled-symbolism (Sept 14, 2021) Friedrich Nietzsche, Voorbij goed en kwaad (1886)
- Het Ridder Archetype
In zijn zoektocht naar de Heilige Graal wordt Lancelot uitgezonden naar het donkerste gedeelte van het woud, daar waar geen pad naar toe leidt. De reis door het Onbekende, is een terugkerend motief in ridderverhalen. Het is uiteindelijk de zoektocht, en niet het object wat tot de transformatie leidt. Als kind was ik altijd al gefascineerd door de epische verhalen van koning Arthur en Prins Valiant. Nu hoop ik met deze blog mijn oude passie weer aan te wakkeren, en mij te storten in de historische, religieuze en mythologische context die de ridders omgeeft. Veel leesplezier. De Heilige Graal Het koninkrijk van Camelot was in verval geraakt. In een laatste poging het tij te keren zond koning Arthur zijn beste ridders - de ridders van de ronde tafel - eropuit om de graal te vinden, want de graal zou een magische uitwerking kunnen hebben op Camelot. Alle ridders verlaten het koninkrijk en komen elk afzonderlijk aan bij een diep donker woud . Een paar van de ridders raken verdwaald in het bos, nog minder overleven het. Van degene die het wel overleven, vindt slechts één iemand de Heilige Graal. Hij stijgt echter op naar de hemel en blijft daar voor altijd in gelukzaligheid. De legende van de Heilige Graal heeft een aantal onderliggende psychologische thema's, die naar ik meen uiterst relevant zijn voor de lezer: Elk mens bereikt op een gegeven moment het punt in zijn leven, dat hij in nood verkeert: waarbij zijn thuissituatie of persoonlijke gesteldheid (zijn ' koninkrijk ') in verval is geraakt. Van daaruit heeft hij twee opties: 1. Hij kan zijn levenswijze voortzetten en wachten tot het bittere noodlot toeslaat: de ondergang van zijn 'koninkrijk' 2. of hij gaat op zoek naar zijn persoonlijke Heilige Graal. De Queeste naar de Heilige graal, zal je altijd leiden naar de plek die het meest donker voor je is. Datgene wat je het meeste vreest en wilt vermijden, is de poort tot persoonlijke groei . Sommige mensen verdwalen in hun lijden en verlaten het bos nooit en te nimmer. Maar zij die dat wel doen, zijn altijd sterker en beter dan tevoren. Sommige van hen vinden misschien zelfs hun Heilige Graal. Zij die dat doen, stijgen op naar het 'hemelse' koninkrijk en leven een gelukzalig leven. Maar geen van allen zal terugkeren naar het gebroken koninkrijk. Veel mensen die in nood verkeren, blijven vasthouden aan het afbrokkelende koninkrijk: dit komt doordat zij de chaotische en verraderlijke natuur van het donkere woud vrezen. Het woud is vergelijkbaar met het onbekende. In het woud kom je jezelf tegen: je wordt geconfronteerd met je eigen angsten, littekens en gebreken. Draken De reis door het onbekende is niet zonder gevaren: er liggen Draken op de loer. De draak staat symbool voor chaos, het onbekende en de ongerepte natuur ( zie ook Chaoskampf motief ). Zij zitten je persoonlijke groei en verlossing in de weg. Tegelijkertijd valt er ook veel te winnen, want draken waken meestal over een waardevolle schat [1]. Wij zien dit motief eigenlijk al terug in het hof van Eden, waar de Serpent over de boom van kennis waakt. Om in de wijze woorden van Jordan Peterson te spreken: 'Als je de serpent niet confronteert zal hij uitgroeien tot een draak.' - Jordan Peterson De origine van het drakensymbool is onbekend, maar men speculeert dat het een samenvoeging is van verschillende soorten roofdieren: in andere woorden de draak is het ultieme roofdier. Het schijnt dat apen in de natuur geluiden maken om het onderscheidt te maken tussen deze drie verschillende categorieën: 1) schepselen op het land, 2) dieren met klauwen om te klimmen en 3) roofdieren die vanuit de lucht doden. Dat zijn allen categorieën die wij vertegenwoordigd zien in de draak. Dikwijls worden draken immers afgebeeld als de monsterachtige samenvoeging van een serpent, leeuw en vogel . Daarnaast kan de draak vuurspuwen , wat interessant is omdat vuur zowel de grootste vriend als de grootste vijand van de mensheid was. Draken zijn een terugkerend fenomeen in games zoals Skyrim, D&D en Dragon's Age. In dit geval fungeren ze als een substituut voor de werkelijke problemen die je in het leven kan aantreffen. Als je niet toegewijd bent aan het leven, maar wel aan videogames, dan betekent dit mogelijk dat je in je eigen leven nog geen draak hebt gekozen die je voldoende uitdaagt. Joris en de Draak Vele heldenverhalen getuigen van de strijd tussen ridders en draken. Wellicht het bekendste voorbeeld van dit motief vinden wij terug in de legende van Joris en de Draak. Dit verhaal raakte in zwang gedurende de kruistochten. De heilige Sint Joris (saint George) werd geboren in de derde eeuw na Chr. in Turkije, wat destijds onderdeel uitmaakte van het Romeinse rijk. Hij was een soldaat in het Romeinse leger, maar weigerde zijn geloof af te zweren wat leidde tot zijn martelaarsdood in 303 na Chr. De legende van Joris en de Draak spreekt over een dorp dat geteisterd werd door een draak, die offers eiste. Om het wezen gunstig te stemmen, begon het dorp dagelijks een schaap te offeren. Dit bleven zij doen, totdat er geen schapen meer over waren. Daarna zag de koning zich genoodzaakt om de kinderen van het dorp te offeren. Elke dag werd er een loting gehouden om te bepalen wie de volgende slachtoffers zouden worden. Meerdere dagen verstreken, en vele kinderen werden opgepeuzeld door de draak. Pas toen de prinses werd verkozen als volgend slachtoffer, raakte de koning in paniek. Hij beloofde zakken met goud op voorwaarde dat de loting zou worden overgedaan. Echter, het volk weigerde deze ongelijke behandeling, dus werd de prinses geboeid en uitgezonden als offer. Het geschiedde dat Sint Joris op die dag de geketende prinses aantrof. De prinses zou spoedig worden overgeleverd aan de Draak . Joris was diep geschrokken toen hij kennis nam van de tirannie van dit boze wezen. De verering die bij het begin nog te permitteren leek d.m.v. schapen te offeren, werd gaandeweg meer corrupt. Tot het punt dat de dorpelingen hun toekomst - namelijk hun kinderen - op offerde aan de Draak. De ridder kreeg diep medelijden met de staat waarin het koninkrijk verkeerde, en bood zich aan om de draak te vernietigen. In die overtuiging belichaamt hij het patroon van de aartsengel Michael die zich heeft toegewijd aan de vernietiging van serpenten. Evenals dit prototype zette sint Joris dapper schreden richting de vijver waar de draak zich bij vertoefde. Hij merkte een kwetsbaar stukje huid onder de arm van de draak en trof het beest aldaar tussen de schubben met zijn lans. Net als de draken, zijn er bepaalde invloeden van buitenaf of uit het onbewuste die ons in de greep kunnen houden. Wanneer wij nalatig of naïef zijn ten opzichte van de schaduwkanten van onze persoonlijkheid, kunnen deze als een gezwel uitgroeien tot buitengewone proporties. Ze kunnen er voor zorgen dat je gebukt gaat onder je angsten en driften en je je persoonlijke potentie gewillig als een slaaf opoffert. Daar tegenover staat de beloning die je te wachten staat als je je eigen demonen bestrijdt. Een deel van de buit die je aantreft bij het bestrijden van een draak is je heldhaftige karakter dat daarvoor onvoldoende ontwikkeld was. Het is je intrinsieke menselijke potentie die manifest wordt. De Prinses Naast schatten zijn prinsessen een gewilde buit voor draken. De prinses is vaak een maagd , en vertegenwoordigt daarmee toekomstige potentie. Aangezien ze nog niet getrouwd is symboliseert zij het potentiaal om een nieuwe familie te starten en een nieuw (zaliger) koninkrijk te vestigen. De ridder moet transformeren, voordat hij haar hand verdient. Hij moet zijn demonen bevechten (de draak) om haar voor zich te winnen. De prinses leidt ons naar verandering, wedergeboorte, vernieuwing. De prinses is het tegenovergestelde van de hoer of de succubus . De succubus verleidt ridders immers van het rechte pad. De prinses zorgt er daarentegen voor dat de ridder zich ontwikkelt tot zijn ideale versie. Ze inspireert zoals een Muze . De Draak uit Openbaringen Men treft de draak overigens niet alleen op individueel niveau, het fenomeen kan namelijk ook betrekking hebben op de samenleving als geheel. De draak symboliseert in dit geval een kwaadaardig systeem dat zich in de stad of het land nestelt. Het is een soort vloek die op de maatschappij ligt: denk daarbij aan corruptie, een criminele onderwereld, of een bepaalde ideologie of tirannie. De draak breidt zijn macht uit tot alle hoeken en gaten, en verhinderd dat de samenleving tot bloei komt. Op een enkeling na, durft niemand zich er tegen te verzetten. Het zijn de kinderen die het eerste slachtoffer worden van zijn invloed. De kinderen zijn bepalend voor de toekomst , dus het is een slechte zaak wanneer de maatschappij haar offert: het verhindert daarmee namelijk haar eigen kansen op het stichten van een nieuw koninkrijk . De rode draak uit Openbaringen staat symbool voor het kwaad dat de samenleving corrumpeert. In openbaringen 12 lezen wij dat de draak schuimbekkend toekijkt naar de vrouw uit wie het kind geboren wordt. Hij achtervolgt haar en wil haar kinderen verslinden . Het patroon van de draak manifesteert zich in koning Herodus de Grote die de moord op alle nieuwgeborenen in Bethlehem verordent om zo te voorkomen dat het heilige kind geboren zou worden: het kind dat een nieuw koninkrijk zou vestigen. Evenals de draak verhinderd Herodus dus de weg naar verlossing : een betere toekomst. De Krijger Ridders worden voor het eerst beschreven in de vroege Middeleeuwen, maar als wij dieper het verleden in duiken dan treffen wij bepaalde eigenschappen al aan bij de klassieke helden zoals Achilles, Hercules en Perseus. De psycholoog Carl Jung associeert deze figuren met het oerbeeld (of archetype) van de Krijger . Het is de taak van de krijger om het koninkrijk te beschermen , of om juist dingen af te breken die niet heilzaam zijn - om zodoende weer ruimte te maken voor iets nieuws en leefbaars. De krijger is mentaal en fysiek sterk en zorgt ervoor dat hij voorbereidt is wanneer de strijd losbarst. Bij conflicten is hij hyper gefocust op zijn doel, en sluit zich - gedurende een missie- af van al zijn emoties : hij onderdrukt de angst en twijfel die door zijn eigen gevoelens worden opgewekt of door de intimidatie van zijn tegenstander. Wat betreft de kille houding gaf Robert Moore de volgende 'logische' verklaring [2]: Er is geen ruimte voor emoties, daar de krijger ruimte nodig heeft om zijn zwaard te zwaaien... Het risico van de krijger is dat hij in deze apathische toestand blijft hangen. De schaduwzijde van de krijger wordt ook openbaar in de god Ares uit de Griekse mythologie. Ares is impulsief, ontactisch, hondsbrutaal en vatbaar voor woede uitbarstingen. De kracht van de krijger ligt daarom in zijn zelfbeheersing . De Schotse vrijheidsstrijder William Wallace is een bekend voorbeeld van iemand die het krijger archetype belichaamt. Hij staat op als een leider voor zijn volk, en vecht voor de vrijheid waar hij zo heilig in gelooft. Vrijheid is niet gratis, het gaat gepaard met strijd - en het kost vaak levens. Tegenwoordig tref je het krijger archetype aan in het leger, politie of brandweer. De ridder onderscheidt zich van de krijger in het feit dat hij naast fysieke kracht ook waarde hecht aan hoffelijkheid en romantiek . De ridder is daarbij ook plichtsgetrouw aan zijn koning of zijn heer. Hij leeft aan de hand van een bepaalde ere code. De Soldaat In de bijbel vinden wij op meerdere plekken het archetype van de ridder terug. Zo gebruikt Paulus het beeld van een soldaat als analogie voor de houding die een gelovige zou moeten aannemen. In de tweede brief aan Timotheüs schrijft hij het volgende: "1 Mijn kind, wees sterk door de genade in Christus Jezus. 3 Deel in het lijden als een goed soldaat van Christus Jezus. 4 Iemand die in krijgsdienst is laat zich niet afleiden door het leven daarbuiten, want zijn bevelhebber moet tevreden over hem zijn. " (Timotheus 2: 2 vers 1, 3-4. NBV) Het beeld van een soldaat wordt gekenmerkt door: loyaliteit en de geest van opoffering . Een soldaat zal niet vluchten te midden van onheil, maar blijft trouw aan de idealen die aan hem zijn bedient. Hij is nota bene bereidt zijn leven op te offeren voor een hoger doel. Door soldaten bloot te stellen aan vele oefeningen, probeert het leger bepaalde acties aan te leren als automatisme . In tijden van oorlog, is het immers uitermate belangrijk dat soldaten bevelen per direct kunnen uitvoeren. De militair dient hierbij de eigen gedachten te verstommen, en te vertrouwen op de bevelen van boven. Anders riskeert hij door twijfel en aarzeling te worden overvallen. Het aspect van vertrouwen en loyaliteit is evenzeer van toepassing in het leven van een gelovige. In de bijbel lezen wij talloze voorbeelden van mensen die voor een onmogelijke opdracht stonden: een opdracht die dikwijls het verstand te boven ging. Denk aan Noach die wordt gevraagd om een Ark te bouwen, of aan Mozes - de stotteraar - die geroepen wordt tot leider , of aan Jozua die 7 maal om de muren van Jericho moesten lopen om de stad te veroveren. Wat deze Bijbelse figuren gemeen hebben is dat zij, ondanks de absurditeit van de kwestie, de hemelse bevelen uit wisten te voeren door een stap in het geloof te zetten. Paulus roept ons op om net als de militair vertrouwen te hebben in de missie, in plaats van te lopen stamelen . Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Zeker als je jezelf als een rationeel mens beschouwt. Want hoe kan een rationeel mens zich nu overhalen tot een stap in het geloof. Geloof is ten slotte het vertrouwen in datgene wat onzichtbaar is. De ridder van het geloof Dit brengt ons bij de Deense Filosoof Søren Aabye Kierkegaard. Volgens Kierkegaard is de ridder van geloof niet gekarakteriseerd door zijn voltallige kennis over het geloof, maar in plaats daarvan geeft hij zijn geloof blijk in zijn handelingen . In zijn preambule Fear and Trembling schreef hij het volgende: 'Geloof is als een proces. Het kenmerkt zich door een voortdurende streven naar de ultieme versie van zichzelf, niet in het begrijpen van zichzelf.[3]' In de film The Seventh Seal [4] ontmoeten wij de gedesillusioneerde ridder Antonius Block. Hij was onderdeel van de kruistochten, en is nu op weg naar huis, maar bevindt zich in een door de pest geteisterd Europa. Het duurt niet lang of ook hem treft het onheil, hij kruist namelijk wegen met Magere Hein zelf. De ridder daagt de Dood uit tot een potje te schaken in de hoop zijn noodlot uit te stellen en antwoorden te krijgen op de metafysische vragen die hem dwars zitten. De ridder Antonius bevindt zich in een logische paradox : Enerzijds heeft hij geloof nodig om de rationaliteit achter zich te laten, en anderzijds beseft hij zich dat hij geen geloof kan verkrijgen zolang hij zich aan zijn rationaliteit vastklampt. Echter zien wij in de film, dat Antonius ondanks zijn twijfels een heilzame daad verricht. Om terug te grijpen op het beeld van Paulus; de geest van opoffering wordt openbaar in Antonius. Hij stelt zich ondanks zijn geloofstwijfel dienstbaar op, en grijpt de aandacht van de Dood, waarmee hij uiteindelijk een jong gezin helpt ontsnappen aan haar greep. Het is een onzelfzuchtige daad, en daarmee een uitdrukking van zijn geloof . Hoewel Antonius zijn vesting weet te bereiken, duurt het niet lang of de Dood klopt aan de deur. Wanneer hij zich beseft dat hij niet langer de danse macabre kan ontspringen, spreekt hij in wanhoop nog een laatste smeekbede uit naar God. Dit zou op het eerste gezicht suggereren dat zijn geloof zwak is. Echter, het feit dat Antonius z'n zekerheid zo laag is, is precies de essentie van geloof - want zoals Kierkegaard zegt: geloofszaken berusten niet op zekerheden en feiten, integendeel geloofszaken moeten met vrees en beven worden aangepakt. Zie Filippenzen 2:12 (NBG51): [12] Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven (Filippenzen 2:12 NBG51) Geloof is een levenswerk. Het is niet verworven in een vlaag van passie of ambitie. Het is een proces onderworpen aan periodes van groei en periodes van strijd. Dit onvermijdbare aspect vinden wij ook terug in de naam van God's uitverkoren volk: Israel. Wat betekent : Worsteling met God. Slangen en ladders De ridder van het geloof onderscheidt zich van de gewone mens. Want hij maakt in elke fase een stap naar de oneindigheid. De valse serpenten slagen er niet in om hem van dit pad naar zaligheid te doen dwalen. Hij beklimt de jacobsladder en voegt zich gaandweg aan het ultieme beeld, wat wij terugvinden in Christus. Hij doorloopt de stappen naar vereniging met God: Theosis . De ultieme soldaat De film Fight Club [5] beweert dat alles een kopie is van een kopie. Deze observatie past goed in het Christelijk beeld: want volgens de Bijbel is er ook niks nieuws onder de zon. Als christenen geloven wij dat het ooit begonnen is bij de eerste onbewogen beweger "the unmoved mover". Deze eerste 'beweger' schiep de mens naar zijn beeld (de imago dei ): en dit beeld wordt tot de voleinding 'gekopieerd'. Wij mensen zijn memetische wezens , wat betekent dat onze identiteit begint bij imitatie . Paulus zegt dat wij het beste onze aandacht kunnen vestigen op het ultieme beeld: Christus. Hij vertegenwoordigd de geest van liefde en opoffering het beste, want hij bracht niet enkel verlossing voor de vreemdelingen (zoals ridder Antonius), maar ook voor hen die Hem haten . Christus is de ultieme soldaat. Christus volgen is makkelijker gezegd dan gedaan. Wellicht ben je net als mij terughoudend als het gaat om het maken van een geloof sprong. Het is in dat geval belangrijk te beseffen, dat wij in ons mensenleven al voortdurend leunen op bepaalde beweringen die berusten op geloof. Zo proberen wij bijv. complexe fenomenen te vangen met onze concepties en theorieën, maar als wij kritisch naar onszelf zijn: kunnen wij geen categorieën herleiden uit de materie zelf. De categorisatie is niet een op zichzelf staand gegeven, het is een aanname of in andere woorden: een sprong in geloof . Wat dat betreft is de realiteit een reflectie van onze geest. Zoals de filosoof Rene Descartes eens beweerde: ‘we beschrijven niet de wereld die we zien, maar we zien de wereld die we kunnen beschrijven.[6]’ Kortom, een mens kan niet zonder geloof. De realiteit waarin wij ons bevinden gaat ons menselijk verstand dikwijls te boven. Pas wanneer wij onze aandacht vestigen op Christus, zullen wij de geestelijke context waarin wij leven kunnen begrijpen. Christus biedt ons het raamwerk van waaruit wij de realiteit in al haar facetten - goede en kwade fenomenen - kunnen verstaan. Hij is gekomen om een nieuw koninkrijk te stichten en om ridders te rekruteren die dit nobele doel willen dienen. Ridders die handen en voeten willen geven, zodat God's koninkrijk een realiteit wordt op aarde. Ondersteunend materiaal Jordan Peterson, Maps of Meaning (26 Maart 1999) Robert Moore, King warrior magician lover (1990) Søren Aabye Kierkegaard, Fear and Trembling (16 Oktober 1843) Ingmar Bergman, Het zevende zegel (The Seventh Seal) (1957) Chuck Palahniuk, Fight Club (1999) René Descartes, Meditationes de prima philosophia (1641) Extra Er zijn een aantal facetten van een ridder die ik uiteindelijk niet in deze blog behandel, maar die wel interessant zijn om te bestuderen, daarom wil ik ze wel onder de aandacht brengen. Dit betreft de volgende motieven: De schaduwzijde van de ridder (zwarte ridder, kingslayer) De laatste ridder : Don quixote (waanzinnig) Natuur: de groene ridder De tempelridders.
- De Beschermvrouwe
In de film Blade Runner 2049 (2017) zien we een wereld die in verval is geraakt. De hoofdpersoon, Joe, verlangt naar zingeving, maar zijn bestaan is kunstmatig. Zijn partner is een geprogrammeerde AI-girlfriend — een virtuele vriendin zonder fysieke vorm of echte wederkerigheid. Joe beschikt niet over een eigen identiteit; hij is eigendom van de staat en leeft in dienst van haar bevelen. Hij is een replicant - een automaton zonder vrije wil — een robot in mensengedaante. De wereld waarin hij leeft is een product van uitbuiting en hebzucht, en is daardoor verworden tot een troosteloze woestenij. Planten groeien er niet meer; de aarde is dor en onvruchtbaar geworden — als een vrouw in de menopauze, niet langer in staat nieuw leven te dragen. Wanneer de hoofdpersoon wordt uitgezonden naar een afgelegen planeet - om in opdracht van de staat een dissidente robot te doden, vind hij een teken van leven - een plantje. Hij komt tot de openbaring dat er een kind verwekt is door een replicant. Iets wat tot voor kort als onmogelijk werd beschouwt, het is een wonder. Het zijn twee werelden die elkaar kruizen: het mannelijke (vader) en het vrouwelijke (moeder). Maar daarbij ook de wereld van de robots en de wereld van mensen. De luitenant Joshi waakt over de stad en voorkomt dat de robots zich inmengen in de mensenwereld (Blade Runner 2049, 2017) De film Blade Runner 2049 biedt een interessant perspectief op het archetype van de beschermvrouwe — een symbolische figuur die zich ontfermt over de poorten van de samenleving en de overgang tussen twee werelden bewaakt. Ook in deze film zien we een duidelijke grens tussen twee werelden: die van de creatie (de replicanten) en die van de creator (de mens). Binnen dit spanningsveld verschijnt het personage van de luitenant , die fungeert als bewaker van deze grens. Zij vertegenwoordigt, volgens symbolist Jonathan Pageau [1], het archetype van de beschermvrouwe. De luitenant doet er alles aan om te voorkomen dat het nieuws over het bestaan van een kind — een geboren kind uit een replicant — naar buiten komt. Ze geeft Joe, de hoofdpersoon, de opdracht dit kind op te sporen, waarmee ze niet alleen de sociale orde probeert te behouden, maar ook de scheiding tussen mens en machine bewaakt. In haar ogen is het van belang dat de wereld van de robots en die van mensen gescheiden blijft. Het feit dat er een kind is verwekt door een robot, vormt een potentiele dreiging voor het voortbestaan van de menselijke beschaving. De luitenant waakt over de stad, net zoals Athena de maagdelijke godin de stad Athene beschermt. Of net zoals de heilige maagd Maria over Constantinopel waakt. Marginalia In oude boeken treft men groteske wezens aan op de marges van de pagina, ook wel bekend als marginalia (Hugh of Saint-Victor’s Descriptio mappe mundi, 1128-1129) In bredere zin vervult de beschermvrouwe de rol van poortwachter: zij voorkomt dat invloeden van buitenaf — uit de marges van de samenleving — de stad overspoelen. Er zijn duidelijke grenzen gesteld, en binnen deze muren heerst een leefbare orde waarin mensen kunnen wonen, werken en samenleven. Dit vormt een scherp contrast met de chaos en onvoorspelbaarheid van de wereld daarbuiten. Hoe verder men de wildernis intrekt, hoe sterker men wordt blootgesteld aan verschijnselen die elke bekende categorie overstijgen. In het duistere woud — buiten de beschermende muren — bevinden zich monsters en schimmen: trollen, orks en goblins. In moderne termen zou men spreken van aliens — het onbekende, het bedreigende, het ‘andere’ dat niet past binnen de orde van de geciviliseerde wereld. De bijbel gebruikt het beeld van de Leviathan : een onbeschrijfelijk zeemonster die loert vanuit de oerzee aan het einde van de wereld. In deze chaos die zij vertegenwoordigt vallen alle categorieën en menselijke constructies uiteen. Zoals de marginalia in middeleeuwse boeken [2], vind je aan het uiteinde van de bewoonde wereld de extremen. Af en toe proberen de externe kosmische krachten binnen te dringen in de stad. Zoals een slang het hof van Eden binnenglipt. In de kerkelijke traditie, zien wij daarom het beeld van Maria die kop van de slang verplettert. Ark des verbonds : reinheid Maria wordt geassocieerd met kuisheid . Enkel doordat zij een zuiver leven leidde, kon zij het koningskind ter aarde brengen. Net als het Ark van verbond, bediende Maria uiteindelijk de wereld met de goddelijke waarheid - de Logos. De waarheid mag niet worden besmet, anders zou dat tot verwarring leiden. De kuisheid en reinheid wordt gesymboliseerd met witte kleuren. De bruidsjurk is traditioneel wit, als teken van de maagdelijkheid van de vrouw. Margaretha van Antiochië velt een demoon met haar hamer Vandaag de dag zien wij het beschermvrouwe archetype terug bij zorgmedewerkers zoals artsen en verpleegkundigen, die ziekteverwekkers en virussen bestrijden. Maar ook bij moeders, sociale werkers en schoonmakers. Denk hierbij aan figuren als Majoor Bosshardt, Moeder Teresa, of Margaretha van Antiochië die een demon met een hamer verpletterd. Of fictieve figuren zoals Wonder Woman en Brienne of Tarth uit Game of Thrones. Moeder Moeder Maria die de armen om het kindje Jezus slaat (Morgan Weistling "Kissing the Face of God", 2001) In het klein zien wij het archetype van de beschermvrouwe terug bij de moeder. Garret vandenBerg [3] geeft ons inzicht in deze kwaliteit: Als een moeder haar kind vasthoud, slaat zij haar armen om het kind heen als bescherming, en barrière tegen de buitenwereld. Alle problemen vervagen, de druk vanuit de maatschappij lijkt te verdwijnen. Het kind voelt zich veilig bij haar, ontvangt vertroosting voor het leed. In haar knuffel verdwijnen alle imperfecties. De sensatie om vastgehouden te worden, brengt hem of haar terug naar het zorgeloze bestaan - al was het maar voor een ogenblik. Het is alsof het kind zich weer even in de moederschoot of zelfs nog maar de baarmoeder bevindt. De schaduw van de beschermvrouwe De keerzijde van het archetype van de beschermvrouwe wordt zichtbaar in het personage van de luitenant in Blade Runner 2049 . In haar poging de stad te behoeden voor haar ondergang, hanteert zij een te rigide en meedogenloze aanpak. Ze wil koste wat het kost het geboren kind — een symbool van hoop en vernieuwing — opsporen en opsluiten. Mirjam wordt wit nadat zij Mozes bekritiseerd op zijn 'onreine' relatie met Zipporah Een vergelijkbaar beeld zien we terug in het verhaal van Mirjam . Zij bekritiseert de relatie tussen Mozes en zijn vrouw Zipporah, een Ethiopische vrouw die als vreemdeling werd beschouwd. In de traditie werd Ethiopië vaak gezien als een afgelegen gebied — het uiterste einde van de bewoonde wereld. Mirjam keurt de relatie van Mozes met Zipporah af, en gebruikt haar buitenlandse afkomst als aanleiding om hem openlijk te bekritiseren. Hiermee vertegenwoordigt zij een verzet tegen het toelaten van het vreemde in de gevestigde orde — een echo van het archetype van de beschermvrouwe die waakt over de grenzen van de gemeenschap. Door haar excessieve vorm van afgrenzing, gaat zij echter in tegen de wil van God. Als gevolg daarvan wordt zij gestraft met lepra, die haar huid zo wit maakt als kalksteen. Haar straf is toepasselijk omdat zij genadeloos over de wereld oordeelde met haar hoge standaard van reinheid. De ironie van haar straf is dat zij krijgt waar ze om vraagt - haar huid wordt zo puur wit gemaakt -dat ze de keerzijde van een overdreven puriteinse levenstijl ervaart. Door haar overdreven witte huidskleur begrijpt ze hoe het is om zich vervreemd te voelen van de rest. Wonder woman Een te steriele houding kan ook het Amazone archetype teweegbrengen, waarin men zich afkeert van mannen en zich afsluit van de wereld. Dit lezen wij in de mythe over de Amazonen (bestaande uit alleen vrouwen) en Gargariërs (bestaande uit enkel mannen) , waarin beide volken compleet gescheiden leven. Dit beeld zien wij ook deels terug bij de femme fatale karakters zoals Mata Hari of Cleopatra, die zich kenmerken door het lage beeld wat zij van mannen hadden. Twee werelden - hybriden Het is precies die excessieve steriliteit die er voor gezorgd heeft dat de wereld in de Blade Runner 2049 geen vrucht meer kan dragen. De luitenant voorkomt namelijk koste wat kost dat de verschillende werelden kruizen. Gelukkig is er hoop voor de hoofdpersoon, want hij ontmoet uiteindelijk het kind dat geboren is om een nieuwe tijd in te luidden. De twee tegenpolen - het mannelijke en het vrouwelijke - hebben zich samen gebundeld om dit wonderkind voort te brengen. Dit is het wonder van het huwelijk , dat twee tegengestelde krachten - twee verschillende werelden - zich in liefde met elkaar verenigen , in plaats van overheersen. Het is precies die homeostase die tot een vruchtbare toekomst leidt. Een teken van die polariteit zien wij traditioneel ook terug bij de bruiloft waarin de bruidegom vaak gekleed gaat in het zwart in tegenstelling tot de vrouw die in het wit gaat. Maria waakt over de heilige poort In de Bijbel treft men een interessant verband tussen de maagd Maria en de tempel . Net zoals Maria haar kuisheid bewaakt, wordt ook de tempel bewaakt. De tempel is niet zomaar een huis - het is het huis van God - een heilige plaats. Dit woord "heilig" betekent letterlijk zoiets als 'apart gezet'. De tempel vervuld een belangrijke taak: want het vormt het medium tussen de twee werelden, net als Maria , is het door God uitgekozen, en brengt het Gods koninkrijk dichter bij de wereld. In verbond met God opent Maria de doorgang tot een hemels koninkrijk op aarde (La Vierge aux anges-William Bouguereau 1900) Sint Ambrosius oordeelde dat Ezechiëls profetie over de gesloten poorten van de Tempel een voorteken was voor de maagdelijke geboorte van Christus [4]. Volgens Ezechiël zou alleen de Here, de rechtmatige vorst via de Oostpoort van de tempel kunnen binnenkomen. 1Toen bracht de man me terug naar de oostelijke buitenpoort van het heiligdom; die was gesloten. 2En de HEER zei tegen mij: ‘Deze poort moet gesloten blijven. Hij mag niet geopend worden en niemand mag erdoor naar binnen, want de HEER, de God van Israël, is erdoor naar binnen gegaan. Daarom moet hij gesloten blijven. 3Alleen de vorst mag er zitten en eten ten overstaan van de HEER. Via de voorhal mag hij de poort binnengaan en verlaten.’ (Ezechiel 44:1-3) De tempel bestaat uit twee gedeelten: de eerste betreft het 'Heilige', en de tweede het 'Heilige der Heilige'. Alleen de Hoge priester mag zich in deze laatstgenoemde ruimte begeven. Doet hij dit niet met zuivere intenties, dan valt hij ter plekke dood neer, want dit is de plek waar God onze realiteit binnentreed. Het is net als de donkere wolk bij Mozes, wij kunnen Hem niet in volle Glorie aanschouwen, want dat zou ons verteren. Daarom is Hij verborgen achter een tempel doek. Het heilige der heilige biedt een plek die in goddelijke nevel is gehuld, evenals Jezus in geheimenis in de baarmoeder werd geweven. Heimwee naar het paradijs Sinds de mens verstoten is uit het paradijs, leven wij in ballingschap met heimwee naar ons hemels thuis. Er is sprake van geestelijke droogte, we bevinden ons in een wereld van imitaties - die zich aan ons opdringen en onze aandacht proberen te grijpen. Net als in Blade runner, worden wij overspoeld met allerlei onbelangrijke aardse zaken : geld, lust, succes, faam. Het zijn onzinnige behoeften die amper vrucht zullen dragen. We leven in een wereld van zonde, die gekweld is met een geestelijke hongersnood. In de bijbel lezen wij dat Adam en Eva door een engelwachter uit het hof van Eden worden geweerd, en de woestijn in worden gestuurd. De engel bewaart hier effectief de grens tussen mensen en God, en voorkomt dat de zondige mens (Adam) in het heilige komt. De engel is een tussenpersoon en fungeert in deze context als medium ('angelos' betekent letterlijk 'boodschapper'). Na de zondeval werd de scheiding tussen God en de mens alleen maar groter. Expulsion of Adam and Eve (Julius Schnorr von Carolsfeld's, 1794-1872) Gelukkig geeft de Bijbel een sprankje hoop op de terugkeer naar het paradijs. In de bijbel treffen wij het herhalend motief van onvruchtbare vrouw die tegen alle verwachtingen in een kind baart die de realiteit op zijn kop zet [5]. Zoals in Blade Runner het uitverkoren kind een nieuwe harmonische realiteit aankondigt en de wereld weer nieuw leven inblaast. Zien wij dat in de bijbel figuren als Elisabet (moeder van Johannes), Hanna (moeder van Samuel), en volgens bep. christelijke tradities Anna, de moeder van Maria, allemaal kinderen krijgen terwijl zij onvruchtbaar zijn In Maria zien we hoe het probleem van de zondeval uiteindelijk wordt hersteld. De gebroken relatie tussen mens en God vindt genezing met de komst van het uitverkoren kind. Dit kind symboliseert de hereniging tussen God en de mens — een goddelijke verzoening, die door een huwelijk weer wordt samengebracht. Maria maakte de ruimte voor God om door alle facetten van haar leven te werken. Evenzo, moeten wij een huis voor God bouwen in onze ziel. De geestelijke indringers bestrijden, en ons voedden met zijn woord. Zodat Hij onze werkelijkheid kan betreden. De Mariabloem De onvruchtbare wereld waarin weer nieuw leven ontspringt, is een motief dat niet alleen voorkomt in de bijbel, maar iets wat wij wij ook terugvinden in de natuur. In de Neggev woestijn, waar op het eerste gezicht alles dor en dood is. Zien wij dat bij voldoende regenval, de vlakte opfleurt met witte bloemen die uit de woestijngrond ontspruiten. De Jericho Roos, ook wel de Maria bloem genoemd, overleeft de droogteperiode door de takken naar binnen te krullen en een soort 'klauw' of barriere te vormen. De zaadjes zijn daardoor beschermd tegen knaagdieren en het extreme klimaat. Zodra de regen dan valt, zal de plant weer vrucht dragen. In dit fenomeen zien wij Gods werkende hand, waarover geprofeteerd is door Jesaja: 'De woestijn en de dorre plaatsen zullen vrolijk zijn, de wildernis zal zich verheugen en in bloei staan als een roos.' - Jesaja 35:1 Referenties Jonathan Pageau (Published Feb 1, 2018) "Symbolism in Blade Runner 2049 | Finding the Pattern of Reality" https://www.youtube.com/watch?v=DPOQPkQCJoA Cameron Dixon "Monsters on the Margins: The Symbolism of the UFO", Praxis of Man (Published June 13, 2023) https://thehistoriansmagazine.com/medieval-maps-and-marginalia-monsters-and-hidden-meanings/ Garret vanden Berg, The Symbolic World (Published May 7, 2022) https://thesymbolicworld.com/content/the-transformative-power-of-the-mothers-embrace Dr Taylor Marshall, The Virgin Mary’s Womb as Ezekiel’s Closed Gate of the Messiah (Published Dec. 28, 2009) https://taylormarshall.com/2009/12/virgin-marys-womb-as-ezekiels-closed.html Jonathan Pageau "From Barren Earth to Pure Land - The Nativity of the Mother of God" (Published Sept. 8, 2019) Link: https://www.youtube.com/watch?v=97ZBtT1i_FI
- De Heilige maagd Maria: Dogma vs Bijbel
Mozaiek Ikoon van Maria met het baby'tje Jezus Verering en Aanbidding van Maria Lucas 1:42-43 "En zij riep met luide stem: 'Gezegend ben jij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van je schoot! Waaraan heb ik het te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?'" Elizabeth’s woorden tonen eerbied voor Maria en erkennen haar als de moeder van de Heer. Lucas 1:48 "Want Hij heeft omgezien naar de nederigheid van zijn dienstmaagd. En zie, van nu af aan zullen alle geslachten mij zalig prijzen ." Maria zelf voorspelt in dat alle generaties haar zullen eren. Dit is een voorspelling van haar verering. Johannes 19:26-27 "Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling van wie Hij veel hield, zei Hij tot zijn moeder: 'Vrouw, zie uw zoon.' Vervolgens zei Hij tot de leerling: 'Zie uw moeder.' En vanaf dat moment nam de leerling haar bij zich in huis." Hier wijst Jezus Maria toe als moeder van Johannes. Ze ontvangt haar rol als spirituele moeder van alle gelovigen, wat haar verering ondersteunt. Maria is het nieuwe Ark van het Verbond De vergelijking van Maria met de Ark van het Verbond komt voort uit de typologie van het Schrift, waarbij Maria wordt gezien als de nieuwe Ark die het Woord van God (Jezus) draagt. Hier zijn de relevante verzen en hun verband: Lucas 1:35 (in verband met Exodus 40:34-35) "De engel antwoordde haar: 'De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom zal het heilige dat geboren wordt, Zoon van God genoemd worden.'" Exodus 40:34-35 : "Toen bedekte de wolk de tent van de samenkomst, en de heerlijkheid van de Heer vervulde de tabernakel." De overschaduwing door de Heilige Geest wordt parallel getrokken met de heerlijkheid van God die de Ark in de tabernakel vervulde. Maria, als draagster van Jezus, is de nieuwe Ark van een nieuw verbond - Jezus. Lucas 1:39-44 (in verband met 2 Samuël 6:9-11) "Waaraan heb ik het te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? Want zie, zodra de klank van uw groet mijn oren bereikte, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot." 2 Samuël 6:9-11 : "David werd bevreesd voor de Heer op die dag en zei: 'Hoe zal de ark van de Heer tot mij komen?' […] En de ark van de Heer bleef drie maanden in het huis van Obed-Edom, de Gittiet." Elizabeth’s reactie en de vreugde van Johannes in haar schoot spiegelen Davids eerbied en de zegen die de Ark bracht. Maria’s bezoek aan Elizabeth wordt gezien als een parallel met de Ark die zegen brengt. Openbaring 11:19 "En de tempel van God in de hemel werd geopend, en de ark van zijn verbond werd gezien in zijn tempel." Openbaring 12:1-2 "En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. Zij was zwanger en schreeuwde het uit in haar weeën en barensnood." Deze vrouw is Maria. Het direct opeenvolgende verschijnen van de Ark en de vrouw suggereert dat Maria de nieuwe Ark is, die Christus droeg. De Heilige Maagd Maria met een kroon van twaalf sterren Tabel met parallellen Maria is de Hemelse Koningin-moeder (Gebirah) Maria is de Koningin-moeder. Want Jezus is van de lijn van David. De lijn van David beschouwd de Moeder als Koningin in plaats van het gebruikelijke: de vrouw van de koning. 1. 1 Koningen 15:13 "Zelfs zijn grootmoeder Maächa zette hij af als koningin-moeder, omdat zij een afschuwelijk beeld had gemaakt voor Asjera. Asa hakte dat afschuwelijke beeld om en verbrandde het in het dal Kidron." Hier wordt Maächa expliciet genoemd als "koningin-moeder" (gebirah) van koning Asa. Haar invloed was zo groot dat Asa haar moest afzetten vanwege haar afgoderij, wat laat zien dat de moeder van de koning een officiële en machtige positie bekleedde. 2. 2 Koningen 10:13 "Jehu ontmoette de broers van Ahazia, de koning van Juda, en zei: 'Wie bent u?' Zij antwoordden: 'Wij zijn de broers van Ahazia, en wij zijn gekomen om de zonen van de koning en de zonen van de koningin-moeder te groeten.'" Dit vers verwijst naar de "koningin-moeder" als een figuur van belang, wier zonen (of familie) een speciale status hadden. Het benadrukt haar prominente rol in de koninklijke familie. 3. Jeremia 13:18 "Zeg tegen de koning en de koningin-moeder: 'Ga op een lage plaats zitten, want uw prachtige kroon is van uw hoofd gevallen.'" Hier worden de koning en de koningin-moeder samen aangesproken, wat hun gedeelde status in de Davidische monarchie illustreert. De koningin-moeder wordt apart genoemd en heeft een eigen waardigheid, los van de koningin-gemalin. Bijbelverzen die de voorbede van heiligen, waaronder die voor Maria, ondersteunen Hebreeën 12:1 "Daarom dan, omdat wij door zo’n grote wolk van getuigen omringd zijn, laten wij afleggen alle last en de zonde die ons zo gemakkelijk verstrikt, en laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt." De "wolk van getuigen" zijn de heiligen die ons voorgingen. Dit is een indicatie dat de rechtvaardigen vanuit de hemel ons omringen en betrokken zijn bij ons leven, wat suggereert dat zij voor ons kunnen bidden. Zo is de Orthodoxe kerk ook ingericht, we treden in de letterlijke Hemelse aanbidding samen met alle gelovigen die ons voor zijn gegaan. Openbaring 5:8 "En toen Hij het boek genomen had, vielen de vier levende wezens en de vierentwintig oudsten neer voor het Lam, ieder met een harp en gouden schalen vol reukwerk, dat zijn de gebeden van de heiligen." Hier brengen de oudsten in de hemel de gebeden van de heiligen (op aarde) naar God. Dit is bewijs dat hemelse wezens een rol spelen in het doorgeven van gebeden, wat de voorbede van heiligen ondersteunt. Openbaring 8:3-4 "En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan. Aan hem werd veel reukwerk gegeven om dat met de gebeden van alle heiligen te offeren op het gouden altaar dat voor de troon staat. En de rook van het reukwerk steeg met de gebeden van de heiligen uit de hand van de engel op naar God." Dit vers laat zien dat gebeden van gelovigen via hemelse bemiddelaars (hier een engel) naar God worden gebracht. Dit geldt ook voor heiligen, die als rechtvaardigen in Gods aanwezigheid ook deze rol kunnen vervullen. Jakobus 5:16 "Belijd elkaar dus uw zonden en bid voor elkaar, opdat u gezond wordt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan wordt verleend." Dit vers moedigt gelovigen aan om voor elkaar te bidden en benadrukt de kracht van het gebed van een rechtvaardige. De heiligen in de hemel, die als volmaakt rechtvaardig worden beschouwd zijn dus krachtige voorbidders. Lucas 15:7 "Ik zeg u dat er evenzo blijdschap zal zijn in de hemel over één zondaar die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben." Dit impliceert letterlijk dat de hemel (inclusief de rechtvaardigen daar) zich bewust is van wat op aarde gebeurt en zelfs vreugde voelt over bekering. Dit ondersteunt het idee dat heiligen betrokken zijn bij aardse zaken en kunnen bidden voor ons. Maria leeft en bid voor je Mattheüs 22:31-32 "En wat betreft de opstanding van de doden, hebt u niet gelezen wat door God tot u gesproken is: ‘Ik ben de God van Abraham en de God van Izak en de God van Jakob’? Hij is niet een God van doden, maar van levenden." Jezus benadrukt hier dat de rechtvaardigen niet dood zijn, maar leven bij God. De Heiligen in de hemel zijn actief en levend, en dus in staat om voor ons te pleiten. Hebreeën 12:22-23 "Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizenden engelen, tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter van allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen ." Dit beschrijft de hemelse gemeenschap, inclusief de "geesten van de rechtvaardigen" die volmaakt zijn. Dit versterkt het geloof dat heiligen levend en bewust in Gods aanwezigheid zijn. Openbaring 6:9-11 "En toen Hij het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren omwille van het Woord van God en omwille van het getuigenis dat zij hadden. En zij riepen met luide stem: ‘Hoe lang nog, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?’ En aan ieder van hen werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders, die nog gedood zouden worden zoals zij, vol zou zijn." De martelaren in de hemel roepen tot God en zijn zich bewust van aardse gebeurtenissen. Dit toont aan dat de heiligen niet passief zijn, maar actief betrokken bij God en de wereld, wat hun rol als voorbidders ondersteunt. Maria bleef maagd Ezechiël 44:2 "En de Heer zei tegen mij: 'Deze poort zal gesloten blijven; zij zal niet geopend worden en niemand zal erdoor binnengaan, want de Heer, de God van Israël, is erdoor binnengegaan. Daarom zal zij gesloten blijven.'" Dit vers slaat onder andere typologisch op Maria. Haar schoot, waardoor Christus kwam, bleef "gesloten" (maagdelijk), zelfs tijdens en na de geboorte. In dit hoofdstuk worden meerde poorten beschreven, die staan open voor de gelovigen, behalve de oostelijke poort want daar is God doorheen gekomen. Want de poort waar God doorheen gaat is te rein en te dodelijk voor mensen. Maria is de poort waardoor God mens werd, die poort blijft dus gesloten voor de mens. Johannes 19:26-27 "Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling van wie Hij veel hield, zei Hij tot zijn moeder: 'Vrouw, zie uw zoon.' Vervolgens zei Hij tot de leerling: 'Zie uw moeder.' En vanaf dat moment nam de leerling haar bij zich in huis." Als Maria andere kinderen had gehad, zou het ongebruikelijk zijn dat Jezus haar toevertrouwde aan Johannes. Dit ondersteunt de traditie dat zij geen andere kinderen had en maagd bleef. 3. Lucas 1:34 "Maria zei tegen de engel: 'Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?'" Maria’s vraag impliceert dat ze weigert gemeenschap te willen met een man, zelfs binnen haar verloving met Jozef. Dit ondersteunt het idee dat zij maagd was vóór de geboorte en niet van plan was gemeenschap te hebben later. Conflicterende vers : Mattheus 1:25 wordt vaak aangehaald als bewijs dat Maria na Jezus geboorte gemeenschap zou hebben gehad: Mattheüs 1:25 "En hij had geen gemeenschap met haar totdat ( ἕως) zij haar zoon gebaard had; en hij gaf Hem de naam Jezus." "Totdat" betekent in bijbels taalgebruik vaak niet een verandering daarna. Neem 2 Samuël 6:23 (Septuagint): “Michal nu, de dochter van Saul, kreeg geen kind totdat ( ἕως) ze stierf” Kreeg Michal een kind nadat ze stierf? Mattheüs 28:20 gebruikt ook “ἕως”: "En zie, Ik ben met u alle dagen, tot aan ( ἕως) de voltooiing van de wereld." Dat betekent uiteraard niet dat Jezus na de voltooiing van de wereld er niet meer is. 1 Timotheüs 4:13 "Houd u, totdat ( ἕως) ik kom, bezig met het voorlezen, het vermanen en het onderwijzen." Moet Timotheüs voorgoed stoppen met voorlezen, vermanen en onderwijzen wanneer Paulus is gekomen? Handelingen 23:1 "Paulus keek de Raad recht aan en zei: 'Mannen broeders, ik heb met een volkomen goed geweten voor God geleefd tot ( ἕως) op deze dag.'" Had Paulus van toen af aan geen goed geweten ten aanzien van God? Etc. Maria de nieuwe Eva Genesis 3:15 "En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en u zult het de hiel vermorzelen." Dit vers is de eerste aankondiging van de verlossing. In de vroege kerk (bijv. door Justin Martyr en Irenaeus) werd "de vrouw" niet alleen als Eva geïnterpreteerd, maar ook als Maria. Haar "zaad" (Jezus) overwint de slang (de duivel), en Maria’s rol als moeder van de Verlosser contrasteert met Eva’s rol in de zondeval. Dit legt de basis voor de nieuwe Eva-typologie. Lucas 1:38 "Maria zei: 'Zie, de dienstmaagd des Heren; laat met mij geschieden naar uw woord.' En de engel vertrok van haar." Maria’s gehoorzaamheid en instemming met Gods wil staan in schril contrast met Eva’s ongehoorzaamheid (Genesis 3:6). Terwijl Eva’s keuze leidde tot de val, bracht Maria’s "fiat" (laat het geschieden) de Verlosser voort. Kerkvaders zoals Irenaeus zagen hierin een omkering van Eva’s daad, waarmee Maria de nieuwe Eva is. Johannes 19:26-27 "Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling van wie Hij veel hield, zei Hij tot zijn moeder: 'Vrouw, zie uw zoon.' Vervolgens zei Hij tot de leerling: 'Zie uw moeder.' En vanaf dat moment nam de leerling haar bij zich in huis." Jezus noemt Maria "vrouw" alsof ze de totale vrouwelijkheid omvat en maakt haar de spirituele moeder van Johannes (en symbolisch van alle gelovigen). Dit echoot Genesis 3:15, waar "de vrouw" een centrale rol speelt in de strijd tegen de slang. Als nieuwe Eva wordt Maria hier de moeder van de nieuwe mensheid, verlost door Christus. En vervangt ze Eva die de vrouwelijkheid van weleer omvatte. Openbaring 12:1-5 "En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. Zij was zwanger en schreeuwde het uit in haar weeën en barensnood. [...] En zij baarde een zoon, een mannelijk kind, dat alle volken zal hoeden met een ijzeren staf." Hoewel deze "vrouw" ook symbolisch de kerk en Israël vertegenwoordigd is het ook Maria, die Christus baart. Haar vijandschap met de draak (Openbaring 12:9, de oude slang) sluit aan bij Genesis 3:15. Als nieuwe Eva overwint zij, via haar zoon, de zonde die Eva introduceerde. Lucas 1:42-45 "En zij riep met luide stem: 'Gezegend ben jij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van je schoot! Waaraan heb ik het te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?'" Elizabeth’s lofprijzing, geïnspireerd door de Heilige Geest, benadrukt Maria’s unieke positie. In contrast met Eva, die een vloek over de mensheid bracht (Genesis 3:16-17), wordt Maria "gezegend" genoemd, wat haar rol als hersteller van Eva’s val onderstreept. Hoe deze verzen de typologie ondersteunen Eva: Ongehoorzaamheid leidde tot zonde en dood (Genesis 3:6, 3:19). Maria: Gehoorzaamheid leidde tot verlossing en leven (Lucas 1:38). Eva: Moeder van alle levenden in de natuurlijke orde (Genesis 3:20). Maria: Moeder van alle levenden in de bovennatuurlijke orde (Johannes 19:27). De vroege kerkvaders, zoals Irenaeus (Tegen de Ketters, Boek 3, 22:4), bouwden hierop voort: "Zoals Eva werd verleid door de slang om God te ongehoorzamen, zo werd Maria overtuigd door een engel om God te gehoorzamen, en zo werd de maagd Maria de vrijpleiter van de maagd Eva." Dat wil niet zeggen dat het Maria alleen is die Eva vrijpleit, maar dat Jezus werkt door Maria heen om Eva vrij te pleiten. Koptisch icoon van Eva en Maria Extra-Bijbels Bewijs (van vóór Constantijn de Grote) Sub Tuum Praesidium (ca. 250-300 n.Chr.) Dit is de oudst bekende schriftelijke Mariagebed, gevonden op een Egyptisch papyrusfragment (Papyrus Rylands 470). De tekst luidt in het Grieks: "Ὑπὸ τὴν σὴν εὐσπλαγχνίαν καταφεύγομεν, Θεοτόκε..." ("Onder uw barmhartigheid vluchten wij, Moeder van God..."). Sub Tuum Praesidium (ca. 250-300 n.Chr.) Justin Martyr (ca. 150-165 n.Chr.) In zijn Dialoog met Trypho (hoofdstuk 100) vergelijkt Justin Maria met Eva: zoals Eva’s ongehoorzaamheid zonde bracht, bracht Maria’s gehoorzaamheid verlossing. Irenaeus van Lyon (ca. 180 n.Chr.) In Tegen de Ketters (Boek 3, 22:4) schrijft Irenaeus: "Want zoals Eva door haar ongehoorzaamheid de dood veroorzaakte, zo werd Maria, door haar gehoorzaamheid, de oorzaak van redding voor zichzelf en het hele menselijke ras." Dit versterkt het idee van Maria’s centrale rol in de verlossing, wat haar status boven andere gelovigen plaatst Catacomben van Priscilla, Rome (ca. 150-200 n.Chr.) In deze catacomben bevindt zich een van de oudste bekende iconen van Maria: een fresco van Maria met het kind Jezus op haar schoot, naast een profeet (mogelijk Jesaja). Maria was een prominente figuur in de christelijke beeldtaal en devotie, zelfs onder vervolgde gemeenschappen. Catacomben van Priscilla, Rome (ca. 150-200 n.Chr.) Annunciatie-fresco in Dura-Europos, Syrië (ca. 240 n.Chr.) In de oudst bekende christelijke huis-kerk is een icoon gevonden dat de aankondiging van het baby'tje Jezus aan Maria (annunciatie) voorstelt. Annunciatie-fresco in Dura-Europos, Syrië (ca. 240 n.Chr.) Conclusie Maria moet je eren (Lucas 1:42-43, Lucas 1:48) Maria is moeder van alle gelovigen (Johannes 19:26-27) Maria is de moeder van God oftewel Theotokos (Lucas 1:42-43) Maria is de Hemelse Koningin (1 Koningen 15:13, 2 Koningen 10:13, Jeremia 13:18, Openbaring 12:1-2) Maria is de nieuwe Ark, draagster van het Nieuwe Verbond (Lucas 1:35, Exodus 40:34-35, Lucas 1:39-44, 2 Samuël 6:9-11, Openbaring 11:19, Openbaring 12:1-2) Maria blijft maagd (Ezechiël 44:2, Johannes 19:26-27, Lucas 1:34) Je kunt Maria vragen om voor je te bidden oftewel je kunt tot Maria bidden (Mattheüs 22:31-32, Hebreeën 12:22-23, Openbaring 6:9-11, Hebreeën 12:1, Openbaring 5:8, Openbaring 8:3-4, Jakobus 5:16, Lucas 15:7) Maria is de nieuwe Eva ( Genesis 3:15, Lucas 1:38, Johannes 19:26-27, Openbaring 12:1-5, Lucas 1:42-45)
- De Vreemdeling
In het begin was de aarde woest en ledig . Een vormloze massa, die niet leefbaar was voor mensen. Om grip te krijgen op de werkelijkheid hebben wij taal nodig om haar te ordenen. We zien de wereld immers door de patronen en categorieën die we hebben bedacht. Vreemde verschijningen uit de buitenwereld kunnen ons vreselijk desoriënteren . Om ons te wapenen tegen nieuwe situaties, integreren wij voortdurend de ideeën die onze ouders en cultuur ons aanreiken. De wereld kan ongelofelijk hard en onvoorspelbaar zijn, daarom worden kinderen bij de hand genomen. Onze ouders bereiden ons voor met een rugzakje vol advies om de complexiteit van de wereld te trotseren. Aan het begin van het leven tast je immers nog in het duister, je hebt beperkt besef van de fenomenen en de mechanismen in de wereld. Wanneer de nacht valt, wordt ons vermogen om de patronen te herkennen belemmert. Al onze menselijke constructies en ideeën vallen uiteen in het donker. In plaats daarvan zien wij schimmen en herkennen we bewegingen in de bladeren. Wij kunnen immers niet langer de categorieën onderscheiden. Het is alsof wij voor een moment terug zijn in die kindertijd, waarin wij vrezen voor het skelet in de kast. De primitieve angst voor het onbekende dringt zich aan ons op. "De oudste en sterkste emotie van de mensheid is angst, en de oudste en sterkste soort angst is angst voor het onbekende." - H.P. Lovecraft, supernatural horror in literature Wij worden van stuk gebracht wanneer wij vreemde fenomenen aantreffen. Monsters die alle gangbare categorieën doorbreken. Zij vertegenwoordigen een andere realiteit, die een dreiging vormt voor de leefbare orde. Dit zien wij bij archetypische verschijningen zoals de trol, de grote Boze wolf, de heks of de Alien. In de geschiedenis zie je het terug bij invasies van vreemde volkeren in de geschiedenis. Denk aan de Moren die Spanje binnenvielen of de Hunnen die Europa leegplunderde. Tegenwoordig zie je dit patroon terug bij het concept van 'stranger danger': die kinderen aanleert dat het niet verstandig is om snoep aan te nemen van vreemden. De wachter Anderzijds treffen wij ook het motief van buitenstaanders als bewakers van de drempel tussen de monsterlijke- en de bewoonde wereld. Aan de buitenwand van kathedralen zie je dit terug bij de waterspuwers ; groteske gedaanten die het doel hebben over de kerk te 'waken' en boze geesten buiten te houden. Evenzo, zien wij in literatuur dat wachters vaak buitenbeentjes waren, 'besmet' door de buitenwereld. Wij zien bijvoorbeeld in de detective serie True Detective dat het uitgerekend de 'asociale' agent Rust Cohle is die de seriemoordenaar opspoort en daarmee vele toekomstige slachtoffers bespaart. In de serie zien wij dat hij diep in de criminele wereld duikt, om de onderste steen boven tafel te krijgen. Hij gaat zelfs zover, dat hij zich voordoet als dealer om de dader te ontmaskeren. "De wereld heeft slechte mannen nodig - zij houden de andere slechte mannen buiten de deur. " - Rust Cohle (True Detective) Twilight zone Aan de rand van de samenleving zul je vreemde figuren aantreffen die prima uit de voeten kunnen, zij leven graag op de grens van het bestaan. Zij zijn als een kluizenaar in het bos, zoals Beorn , de gedaantewisselaar, die zijn huis openstelt voor Bilbo en zijn metgezellen. In andere situaties heeft de vreemdeling geen huis, en openbaart het archetype zich juist in de rondtrekkende reizigers, kermisfiguren of zwervers. Indien de samenleving vijandig wordt kan je bij deze vreemdelingen terecht: denk aan de zwervers uit John Wick die hem helpen te verstoppen voor zijn tegenstanders. Er zijn echter ook negatieve voorbeelden te benoemen waarbij het uitgerekend de vreemdelingen zijn die onze identiteit bedreigen. Denk aan de heks bij Hans en Grietje : Wij lezen in dit sprookje hoe de heks de kinderen met snoep verleid, en ze blijft voedden tot ze tonnetje rond zijn, met het doel ze op te peuzelen. Je ziet hetzelfde patroon ook terug bij Sneeuwwitje. Zij opent de deur voor een vermomde tovenares, die haar even later in diepe slaap brengt met een giftige appel. Beide verhaal leren ons dat wij voorzichtig moeten zijn met hetgeen wat wij tot ons nemen. Het beeld van een bos vormt een simpele analogie: want daar groeien immers verschillende vruchten: sommige zoet en sappig, andere bitter en giftig. Evenzo, kan de vreemdeling een positieve of negatieve uitwerking op ons hebben. Buiten de bewoonde wereld, tref je een verrijking van dit soort vreemde verschijningen aan. Het is niet voor niets dat uitgerekend het bos een favoriete bestemming lijkt voor magische karakters als kabouters, trollen en elfjes. Er was ooit het idee dat door het bos te kappen, deze sprookjeswezens weesloos zouden worden, en dat sprookjes zouden uitsterven. Echter blijkt nu dat zij hun toevlucht hebben gevonden op het internet . In dit medium kunnen deze fantasieën voortbestaan. Alle uithoeken van het collectieve onbewuste zijn vertegenwoordigd: tiktok heksen, cults, misogynisten, incels, anti-natalisten. Op het internet kunnen alle radicale ideeen en fascinaties zich als onkruid verspreiden. Elke dwanggedachte of waanidee wordt niet weersproken, maar genormaliseerd, want het internet leidt je op een gevaarlijk spoor tot een radicale community met gelijkgestemden. Er vind onder mijn generatie een ware exodus plaats naar de digitale wereld . Hier wordt immers weinig gereguleerd, en kan je makkelijk wegdromen. Mensen verkiezen deze digitale werkelijkheid boven de ervaringen die men kan opdoen in de 'echte' wereld. De mythe van de Erlkin bedient ons met een waarschuwing, die naar ik meen nog steeds relevant is voor de dag van vandaag. Wanneer wij te lang vertoeven in een digitale wereld of een donker woud, en proeven van die vruchten (zoals bij Hans en Grietje) dan kan het onze mentale gesteldheid flink beschadigen. Denk aan de effecten die eindeloos scrollen, binge-watchen of porno kijken hebben op je geestelijke gesteldheid. In het verhaal van de Erlking lezen wij hoe deze duistere elf kinderen stalkt die te lang in het bos verblijven, en ze doodt met één enkele aanraking. Monster Terwijl de collectieve geest zich uitbreidt naar de donkere uithoeken van de wereld, maar ook de donkere hoeken van ons leven, zien wij vreemde elementen opduiken waar wij een houding voor moeten aannemen. De zogeheten monsters die zich begeven aan de marges vormen een uitdaging maar bieden ook potentieel om te kunnen groeien. Het monster representeert de ontmoeting met de verrassingen uit de toekomst , maar vertegenwoordigt ook de verassingen uit de buitenwereld. Het monster stelt onze ideeën op de proef en dringt zich aan ons op met een raadsel. Dit zien wij bijvoorbeeld in de Griekse mythologie waarin Oedipus wordt geconfronteerd met een raadsel van een Sfinx (half vrouw/ half adelaar). Het meest indrukwekkend van de vreemde wezens zijn de hybrides : zij behoren niet echt toe aan één rijk of het ander. In de mythes lezen wij over minotaur, centaurs, griffioenen, meerminnen en half goden. Wat wij ook zien is dat deze hybriden zich vaak niet thuisvoelen in de mensenwereld. Het verhaal van Bisschopvis geeft ons hierin een inkijkje: deze was zo ongelukkig - nadat hij door de Poolse koning werd opgesloten als circusattractie voor zijn hof - dat hij bij de geestelijken vroeg of hij in zee geworpen mocht worden. Het verzoek werd ingewilligd en de bischopvis duikte het water in, maar niet voordat hij een zegenbede deed. Zoals een kikker niet echt tot het water toebehoort noch het land eigen is, is de hybride in de knoop met zichzelf: hij worstelt met zijn identiteit en voelt zich niet thuis in de bewoonde wereld. Van tijd tot tijd herken je jezelf misschien in dit patroon: dat je geen aansluiting vindt met de groep: en dat je sociaal geisoleerd voelt . Dit kan heel eenzaam zijn en je zelfbeeld alsook wereldbeeld negatief beinvloeden. Wanneer ik op mijn eigen middelbare school periode terugblik is dit zeker voor mij aan de orde geweest. Christoffel In de Christelijke wereld vinden wij bemoediging in het beeld van Christoffel , die in de iconografie regelmatig wordt afgebeeld als reus met hondenkop . Het verhaal luidt dat hij op zoek was naar de meest machtige man op aarde. Hij diende trouw zijn meester, tot het moment dat hij een zekere angst proefde bij zijn heer. Christoffel vraagt zijn meester naar de naam van de persoon die hij vreest, en staakt ter plekke zijn arbeid wanneer de naam wordt vrijgegeven. Christoffel gaat dan op zoek naar de man in kwestie, om hem te kunnen dienen, totdat deze ook onder het gezag van iemand blijkt te staan. Deze reis bracht hem op telkens grotere hoogtes, en op zeker moment belandde hij aan het hof van de koning. Hier diende hij meerdere jaren, totdat hij ontdekte dat zelfs de koning een zekere angst had: de koning was immers bang voor de duivel. Daarop vervolgt Christoffel zijn reis om de meest duivelse figuren te ontmoet, totdat hij uiteindelijk aankomt bij de duivel zelf. Christoffel denkt dat hiermee zijn reis ten einde is gekomen. Hij dient het kwaad voor lange tijd totdat hij op een zeker moment ontdekt dat de kwade heer bang is voor het kruis. Voor hem is dit een abstract symbool, dus hij besluit zijn meester te vragen naar het figuur achter het kruis. De duivel weigert de naam uit te spreken, maar Christoffel neemt daar geen genoegen mee en leidt de duivel om de tuin. Christoffel dreigt immers zijn dienst te staken als zijn meester niet de naam vrijgeeft van zijn angst- echter zodra de duivel de naam - Christus - bekent staakt hij zijn taken per direct. Hij bedriegt het kwaad door het kwaad tegen zichzelf te keren. Hierin treffen wij bij Christoffels dubbele inversie: het kwaad dat tegen zichzelf keert. Dezelfde dubbele inversie die ook aanwezig is in het kruisoffer waarbij de dood door de dood vertrappeld wordt: wat juist tot de wederopstanding leidt. Nadat de duivel had bekend bang te zijn voor Christus, besluit hij op zoek te gaan naar dit figuur. Hij struint op een kluizenaar in de woestijn die hem helpt om kennis te maken met Christus. De kluizenaar leert hem de Christelijke manier van leven. Hij geeft hem duidelijke richtlijnen: om te vasten en te bidden. Maar Christoffel kan dit niet: het ligt immers niet in zijn natuur. De Kluizenaar geeft hem daarom een andere opdracht: hij moet naast de rivier gaan staan en iedereen die de oversteek wil maken dient hij te dragen over zijn schouder. Zo gezegd zo gedaan. Christoffel begaf zich naar de rivier en hielp iedereen met oversteken. Dit deed hij vele dagen zonder dat hij een teken van de Christus had gezien. Totdat hij op een dag een kind hoorde die hulp nodig had. Christoffel dacht dat dit een dag was als ieder ander, en liet het kind op zijn rug zitten. Hij trachtte zich over de rivierbodem te bewegen, maar hoe verder hij kwam in de rivier, des te zwaarder het kind aanvoelde. Het kind werd op het laatst zo zwaar dat Christoffel amper nog kon ademen. Hij wist niet of hij de overkant nog wel kon halen. Echter hij bleef vastberaden om dit kind aan de overkant te brengen. Eenmaal op het aangrenzend land aan gekomen, openbaarde het kind zijn identiteit: het was Christus. De reden dat Christoffel zo veel moeite had, was doordat via Hem - de last van de wereld op de schouders had gedragen. Christoffel werd uiteindelijk op deze wijze - zonder het in eerste instantie te weten - een vehicle voor de Heer, zoals de ark een vehichle was voor Noach. Na aanleiding van dit wonder werd Christoffel benoemd tot heilige voor alle mensen die onderweg zijn: reizigers, pelgrims en de buitenbeentjes die hun draai nog moeten vinden.. De 'Naaste' Uit verhaal van Christoffel kunnen wij ook de les trekken dat wij- door de ander te helpen- Jezus aangezicht kunnen zien. Meermaals lezen wij in de Bijbel dat Jezus verschijnt aan mensen, maar niet herkent wordt. In het evangelie van Mattheus lezen wij dat Jezus zich de rol van vreemdeling toekent: “Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe." -Mattheus 25:34-40 Er staan in de bijbel tal van voorbeelden van behulpzame vreemdelingen. Denk aan Jethro die Mozes onderdak geeft, of denk aan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. De Samaritanen werden door de Joden beschouwd als buitenbeetjes, omdat zij volgens hen in dwaalleer geloofde. Echter is het uitgerekend een Samaritaan die een overvallen israëlitische man op de been helpt, terwijl de priester en de orthodoxe Levieten hem voorbijlopen. Behulpzame vreemdeling Vreemdelingen kunnen ons ook helpen doordat ze kennis bewaren die verloren is gegaan. Denk aan oude wijsheden of gebruiken. Wij lezen in het kerstevangelie, dat er wijzen uit het Oosten kwamen om koningsgeschenken te leveren aan het Christuskind. De wijzen zagen dat de komst van het koningskind immers al in de sterren stond vastgelegd. Vreemdelingen kunnen ook iets redden dat uit de gratie is geraakt. Dit lezen wij terug bij de profeet Jeremiah , die gedoemd leek te zijn om te sterven in een opgedroogde waterput nadat hij daarin was geworpen door zijn eigen volk. Echter, werd hij verrassend genoeg bevrijd door een vreemdeling - een Ethiopier notabene, van oudsher een land dat toegerekend werd aan de uiteinde van de wereld - aan de marges van de realiteit. Tot op de dag van vandaag doen er nog steeds veel mysterieuze verhalen de ronde over dit land. Zo zouden zij de ark van verbonds hebben veiliggesteld, voordat Israel in ballingschap raakte. Dit zou tot stand zijn gekomen door de mysterieuze koningin Seba , die volgens Ethiopische traditie een zoon kreeg met Salomo. Deze zoon - Menelik genaamd -heeft uiteindelijk de ark met verbond meegenomen naar Ethiopie, waar hij inmiddels onder de kerk in Aksum ligt. Daarnaast danken wij de Ethiopische wereld voor het behoud van het boek Enoch . Dit boek is in het Westen verloren geraakt, maar heeft in de Ethiopische bijbel altijd onderdeel uitgemaakt van de canon. Bijzonder om te noemen is dat dit boek zich kenmerkt door de vreemde taferelen die wij eerder hebben vastgesteld in deze blog. Enoch behandelt immers de dagen van Noach waarin hybriden ontstaan tussen engelen en mensen ( Nefilim) wat zou de uiteindelijke zondvloed teweegbrengt. Slotwoord Het donkere bos is een terrein wat wij nog niet verkent hebben, en verbeeld in dat opzicht het collectieve onbewuste. Er kan zich van achter de schermen van alles plaatsvinden, maar deze verschijning zijn in nevel gehuld. Evenzo, ervaren wij in onze levens van tijd tot tijd vreemde verschijningen, die niet altijd te verklaren zijn. Deze kunnen een positieve of negatieve uitwerking op ons hebben. In het scheppingsverhaal ontdekken wij dat de transformerende kracht die de realiteit ordent het sprekend woord is. Je kunt namelijk geen categorieën afleiden uit de stof. Als mens projecteer je betekenis in de wereld. Alles is een constructie. We zien het bij Adam die de dieren in het paradijs een naam geeft. Op een bepaalde manier vult ons bewustzijn de wereld. Om Christus uit het onbewuste te roepen, dienen wij het evangelie lezen. Het evangelie is een soort spreuk die je psyche vormt en verankert in de waarheid van Christus. Terwijl de kerk zich verspreidt over de uithoeken van de wereld, is het Gods Geest die de vreemde aspecten transformeert en ze in glorie herstelt. In andere woorden, er is hoop voor eenieder die worstelt met zichzelf.
















