Waarom grijpt God niet in met een wonder? (Blog over Lijden)
- 6 mei
- 12 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 3 aug
Op het moment van schrijven is het WK gaande. Eén van mijn favoriete spelers, Cody Gakpo, maakt weer onderdeel uit van de Nederlandse selectie. Zoals altijd toont hij zich als een betrouwbare speler op dit grote toernooi. Wat ik met name inspirerend vind, is hoe hij zijn geloof openlijk uitdraagt op beeld. Ik heb begrepen uit interviews dat hij in de kleedkamer regelmatig met een groepje spelers de leiding neemt in gebed, voorafgaand aan wedstrijden.
Terwijl ik dit schrijf, is echter zojuist verdrietig nieuws naar buiten gekomen: Cody en zijn vriendin Noa waren in verwachting van hun tweede zoontje, Elijah, maar werden tijdens het toernooi getroffen door een groot verlies - hun kindje overleed tijdens de zwangerschap. Er was veel gebed geweest in de aanloop naar de geboorte, maar de uitkomst nam een heel andere wending dan waarop gehoopt was.

Waarom laat God ingrijpende dingen gebeuren in ons leven, zelfs wanneer we er zo intens voor hebben gebeden? Waarom grijpt Hij niet in?
Ik moet ook denken aan mensen die getroffen worden door een heftige ziekte, en hier ook meermaals voor gebeden hebben. Ik herinner mij nog goed dat ik in mijn jeugd een tv-reportage zag over iemand die gebed ontving voor genezing van een ernstige ziekte, maar bij wie het wonder uitbleef. Vervolgens werd de verantwoordelijkheid bij de persoon zelf gelegd, met de conclusie dat er te weinig geloof zou zijn.
Die gedachte is denk ik erg gevaarlijk. Want je begeeft je dan theologisch op glad ijs. Als we de bijbel erop na houden lezen we immers dat het uitblijven van genezing of ingrijpen van God niet één-op-één te koppelen is aan de mate van iemands geloof.
De rol van 'wonderen'
Als christenen leggen we vaak de nadruk op de wonderen van Jezus, waardoor we soms voorbijgaan aan de mensen die Hij niet genas. Hierin zien we een belangrijk detail dat we in onze westerse wereld soms over het hoofd zien: Jezus’ focus lag niet op het wegnemen van alle klachten en gebreken, maar op het verleggen van de aandacht van mensen. Niet naar het aardse, het lichamelijke of materiele dingen, maar naar Hemzelf en de komst van het Koninkrijk van God: de oproep tot bekering. Juist daarin zien we ook de functie die wonderen hebben in het geloof.
Wonderen zijn bovenal tekenen die ons een glimp geven van het Koninkrijk van God dat komen zal. Wanneer Gods Koninkrijk in zijn volheid aanbreekt, zal er geen ziekte, dood, oorlog, onderdrukking of verdriet meer zijn. In ons huidige bestaan leven we echter nog in een gebroken wereld, waarin de gevolgen van de zonde en de macht van de dood nog steeds zichtbaar zijn. Dat brengt veel pijn met zich mee en is niet zoals God de schepping oorspronkelijk bedoeld heeft.
Dat zien we ook terug bij Jezus. Wanneer Lazarus sterft, weent Hij (Johannes 11). Daarmee laat Hij zien dat Hij ons lijden begrijpt en deelt. Als mens heeft Hij onze gebroken werkelijkheid zelf ervaren.
Door de zondeval leven wij nu in een wereld waarin lijden en dood nog aanwezig zijn. Pas wanneer Christus terugkeert, zal de schepping volledig worden hersteld zoals God haar bedoeld heeft.
Toch geeft God ons soms alvast een glimp van dat komende Koninkrijk. Wanneer iemand genezen wordt, is dat een teken van die toekomstige werkelijkheid. Het illustreert dus niet de geloofsomvang van de persoon in kwestie, maar verwijst altijd naar Gods macht en naar Zijn Koninkrijk wat in aantocht is.
De dwaling van de individualistische lens
In de Westerse samenleving kijken we al snel naar de Bijbel vanuit een individualistische bril. Dit is niet per se slecht, want het is zeker zo dat God met ieder van ons een persoonlijke relatie heeft. Toch slaan we in het Westen vaak door, doordat we ieder (uitgebleven) wonder direct op onszelf betrekken, terwijl dat niet altijd de juiste manier is om naar zo'n gebeurtenis te kijken.
Daartegenover staat een meer Bijbelse visie: dat Gods persoonlijke betrokkenheid altijd ingebed is in een groter verhaal, namelijk dat van Zijn aanstaande Koninkrijk. Als we wonderen zien als tekenen die verwijzen naar dat grotere geheel – iets wat ons als individu overstijgt – sluiten we beter aan bij de Bijbelse boodschap, waarin weinig ruimte is voor het hyperindividualisme dat onze cultuur kenmerkt.
Denk bijvoorbeeld aan het verhaal van Hosea. Hosea moest trouwen met een hoer. Dat huwelijk beeldde de relatie tussen Israël en God uit. Israël ging vreemd door andere goden na te lopen. Betekent dit dat Hosea zelf slecht was? Nee. Zijn huwelijk was geen straf van God voor hem. God gebruikte het juist als een teken voor het volk. Het bevlekt Hosea niet als profeet, net zoals het feit dat God iemand geneest niet automatisch betekent dat die persoon een uitzonderlijke geloofsheld is.

Een nog krachtiger voorbeeld is de kruisdood van Jezus. Aan het kruis leek Jezus in de ogen van de mensen een misdadiger. Hij werd veroordeeld, bespot en gekruisigd tussen twee criminelen, terwijl Hij zelf zonder zonde was. Op het eerste gezicht leek Zijn kruisiging daarom een teken van nederlaag en verwerping. Maar ook hier moeten wij verder kijken dan wat zich aan de oppervlakte laat zien. God had Zijn Zoon lief. Dat Jezus's moest lijden kwam niet omdat Hij Zelf schuldig was, maar omdat God door Zijn kruisdood redding wilde brengen aan de wereld (Johannes 3:16). Jezus is de Weg, waardoor het voor ons mogelijk wordt om uberhaupt het Koninkrijk van God binnen te kunnen gaan.
Als God een wonder toelaat in je leven, moet je het dus altijd bekijken in relatie tot Gods Koninkrijk. Het zegt niet per se iets over de zuiverheid van je eigen geloofsleven. Evenmin is het niet automatisch jouw schuld wanneer een wonder uitblijft. Het wordt ons immers als christenen ook niet per se beloofd dat wij een aards bestaan zonder lijden zullen doormaken.
Het doel is dat onze ogen en onze hoop in de eerste plaats gevestigd zijn op het Koninkrijk van God, en niet op het verkrijgen van een gezond lichaam, financieel succes of een zorgeloos bestaan. We worden geroepen onze aandacht te verleggen van het tijdelijke en aardse naar het hemelse, dat eeuwigheidswaarde heeft.
Het aardse leven is vergankelijk. Daarom heeft het heil van onze ziel de hoogste prioriteit. De vraag is dan ook: waar ligt onze aandacht? Leven wij nog in verwachting van de wederkomst van Christus, of heeft ons individualisme ervoor gezorgd dat we het belangrijkste uit het oog zijn verloren? Ligt ons hart nog vast aan deze wereld, of leven wij toe naar Gods Koninkrijk?
Daarom richt de kerk zich in de eerste plaats op het evangeliseren, en niet enkel op het doen van wonderen of verrichten van genezing.
Bad van Bethesda
We zien dit patroon ook terug in het Nieuwe Testament. Jezus trok niet het land door om iedereen te genezen. Neem bijvoorbeeld Johannes 5. Bij het bad van Bethesda lag een grote menigte zieken, mensen die al jarenlang wachtten op een wonder. Onder de mensen leefde de overtuiging dat een engel af en toe het water in beweging bracht en dat de eerste die daarna het bad inging, genezen zou worden. Die verwachting was geen onderdeel van de wet van Mozes, maar een overlevering die onder het volk leefde.

Toch genas Jezus iemand uit deze menigte, namelijk een man die al 38 jaar ziek was en jammerde dat niemand hem wilde helpen naar de bron. Waarom kreeg uitgerekend hij een tweede kans, en de rest niet? Hij had zijn hoop toch ook op een superstitie gevestigd, in plaats van op zijn God? Misschien waren er onder die zieken ook mensen die al jaren stil en respectvol hun lijden droegen, zonder anderen de schuld te geven van voordringen. Het antwoord op die vraag kunnen we niet narekenen - en dat is precies de crux. Jezus geneest, ondanks het bijgeloof van de man.
God ziet misschien juist wat Hij in zo iemand kan oprichten - niet vanwege een heilzaam verleden of sterk geloof, maar juist door de gebrokenheid heen. Daardoor kan God veel meer van Zijn glorie tonen: het contrast geeft een krachtig getuigenis van de transformatie die mogelijk is wanneer God door je heen werkt.
Uiteraard is het goed om altijd voor genezing te bidden, maar besef dat wonderen geen mechanisme zijn. God is geen geest in de lamp die elke wens vervult. Want niet elk lijden wordt in dit leven weggenomen - en juist daar wordt geloof getoetst. Geloof betekent ook dat je vertrouwen hebt, zelfs als je alleen maar tegenstand ervaart. Het is de vuurproef waar Petrus over spreekt:
"Zo kan de echtheid blijken van uw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst – en zo verwerft u lof, eer en roem wanneer Jezus Christus zich zal openbaren." - 1 Petrus 1: 7 (NBV21)
De vuurproef
Bij de belijdenis verklaren we dat we bereid zijn Hem te volgen, en dat betekent ook dat we bereid zijn het kruis op ons te nemen, zoals Simon van Cyrene ons heeft voorgedaan. Soms laat God beproeving toe in ons leven, niet om ons doelbewust te laten lijden, maar om - net als bij de man bij Bethesda - door onze gebrokenheid heen iets groters te laten zien. Als wij door het lijden heen trouw blijven in onze relatie met God, is dat opzichzelf al een teken van het koninkrijk. Wij laten dan aan de wereld zien, dat de vergankelijke wereld om ons heen geen vat op ons krijgt. We zijn immers erfgenamen zijn van een veel betere wereld die nog te komen staat. Het leven hier op aarde is slechts een tussenstation. Als christenen hebben we onze vizier gericht op het nieuwe koninkrijk. Waarin wij een nieuw lichaam krijgen, en er geen oorlog en pijn meer zal zijn.
Daarom hoeven we ook niet bang te zijn dat het uitblijven van gebedsverhoring automatisch betekent dat er iets mis is in onze relatie met God. Soms laat God moeilijke omstandigheden toe omdat Hij ons daardoor wil vormen. Hij kan ons geduld leren, ons geloof verdiepen of om ons te leren om in afhankelijkheid van Hem te leven. Juist door het lijden heen kan Gods heerlijkheid des te duidelijker zichtbaar worden, in dit leven of uiteindelijk in het komende Koninkrijk.
De gemeente van Urakami
Door trouw te blijven, ook wanneer je gebeden niet worden verhoord zoals je had gehoopt, kun je een krachtig getuigenis afleggen van je geloof. Je laat zien dat je hoop niet afhankelijk is van je omstandigheden, maar puur van Christus alleen.
Takashi Nagai was een pas bekeerde katholiek en arts toen de atoombom op Nagasaki viel. In de nasleep - een hel op aarde, met overlevenden die door de straten zwierven en om water smeekten terwijl de huid van hun lichaam afviel - verzamelde hij wat er nog over was van zijn gemeenschap, en legde een groot getuigenis af in geloof.
Nagai vertelde zijn gemeenschap dat de bom oorspronkelijk voor een andere stad bestemd was, maar dat een mechanisch mankement het vliegtuig had doen afwijken — en de bom neerkwam op de christelijke kathedraal van Urakami. Toeval zag hij hierin niet. Gods voorzienigheid, zo geloofde hij, had Urakami uitverkoren. Nagasaki was het gekozen slachtoffer, geslacht als een lam zonder smet, om de zonden van alle volkeren tijdens de Tweede Wereldoorlog te verzoenen. Het betekende het einde van de oorlog.

"Zalig zij die wenen - want zij zullen getroost worden. Laten wij dankbaar zijn dat Nagasaki werd uitverkoren voor dit offer. Laten wij dankbaar zijn dat hierdoor vrede aan de wereld werd geschonken - en godsdienstvrijheid aan Japan."
Zulke woorden uitspreken, op dat moment, vraagt een rotsvast geloof - de bereidheid om hetzelfde pad te bewandelen als Christus, en toch nog het licht te zien in de donkerste van omstandigheden.
Nagai staat daarin niet alleen. Kijk maar naar de heiligen die bereidt waren als martelaar te sterven voor het geloof.
Dit is de kracht van een leven in verbondenheid met Christus. Wij richten onze geestelijke ogen op Jezus, die zijn kruis draagt op weg naar de berg Calvarie. Een christen zijn betekent alle gezag overgeven aan God. De Heer heeft gegeven. De Heer heeft genomen. Niets behoort ons werkelijk toe - zelfs ons leven niet. Alles wat wij hebben, hebben wij in bruikleen. Dat is denk ik ook de belangrijkste les uit het bijbelboek Job.
Ieder huisje heeft zijn kruisje
Uiteraard zijn er ook situaties waarin het lijden wel één op één verband houdt met persoonlijk falen. Denk bijvoorbeeld aan de schade die een verslaving aan alcohol of drugs kan veroorzaken in iemands leven. Zulke hardnekkige patronen zijn vaak moeilijk te doorbreken. Ze richten niet alleen grote schade aan in het leven van de persoon zelf, maar sleuren dikwijls ook gezinsleden en andere dierbaren mee in hun gevolgen. Daarnaast kunnen ervaringen uit het verleden, trauma's of omstandigheden binnen een familie diepe sporen nalaten.
Toch hoop ik met deze blog aan te tonen, dat niet al het lijden rechtstreeks te herleiden valt tot een persoonlijke fout. Soms begeeft iemand zich eenvoudigweg op de verkeerde plaats op het verkeerde moment. Soms wordt iemand slachtoffer van een zinloze daad. In zulke momenten snijden de scherven van een gebroken wereld diep.
Dan komt de vraag niet alleen op waarom wij lijden, maar ook hoe wij ermee omgaan. Hoe draag je je kruis wanneer de wereld je overrompeld? Laat je je verteren door verbittering, of probeer je, hoe moeilijk ook, je lijden te dragen in navolging van Christus?
God helpt ons bij onze beproevingen
Dit is een uitdaging, maar de Bijbel leert ons dat God ons niet aan ons lot overlaat in beproevingen (Psalm 138:8). Hij rust ons toe met Zijn Geest en geeft kracht naar omstandigheden. Denk aan Daniël in de leeuwenkuil. Hoewel hij omringd was door roofdieren, vond hij rust en vrede in zijn vertrouwen op God.

"[4] Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want U bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed. [5] U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand, U zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over. [6] Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven, ik verblijf in het huis van de HEER tot in lengte van dagen." - Psalm 23 (NBV21)
Vergeleken met veel vervolgde christenen leven wij in grote vrijheid en worden wij gespaard van veel lijden. We mogen ons geloof openlijk belijden zonder angst voor vervolging. Dat is een voorrecht waarvoor we dankbaar mogen zijn. Tegelijkertijd kunnen we in het 'rijke' Westen gemakkelijk vergeten hoeveel zegeningen we van boven ontvangen. Misschien is dat wat Jezus bedoelde toen Hij zei dat het voor een rijk persoon moeilijk is om het Koninkrijk van God binnen te gaan (“door het oog van een naald” zoals Matt. 19:24 schrijft). Niet omdat rijkdom op zichzelf verkeerd is, maar omdat we gemakkelijk vergeten onze zegeningen te tellen.
Mensen die veel lijden of in armoede leven, zijn zich vaak meer bewust van Gods trouw. Wie dagelijks moet vertrouwen op Gods voorziening, ervaart meestal scherper hoezeer alles uiteindelijk een gave van Hem is.
Tel je zegeningen
Voor iemand die in erbarmelijke omstandigheden leeft, die niet weet waar de volgende maaltijd vandaan zal komen, kan brood op tafel een zichtbaar wonder zijn. Maar is dat voor ons niet net zo? Ook wij ontvangen iedere dag meer dan wij verdienen. Het feit dat wij voedsel hebben, een dak boven ons hoofd, gezondheid mogen genieten en in vrede leven, zijn stuk voor stuk gaven van Gods genade.
Vaak beseffen we pas wat we hebben wanneer we het verliezen. Laten we daarom niet alleen tot God gaan in tijden van nood, maar ook bewust dagelijks de tijd nemen om Hem te danken voor alles wat Hij ons geeft. Dankbaarheid houdt ons hart gericht op de Vader en herinnert ons aan zijn trouw.
Zalig zijn zij die verdriet hebben
Dat betekent niet dat het verkeerd is om verdriet te hebben wanneer onheil ons treft. Het hoort bij onze menselijke ervaring en we mogen dit ook met God delen in ons persoonlijke gebed. In de Bijbel zien we genoeg voorbeelden van geloofshelden die hun verdriet openlijk uiten.
In tijden van diepe nood schrijft David Psalm 102 als gebed:
Psalm 102: 2-6 "O Heer luister toch naar mijn gebed, ik bid dat mijn hulpgeroep U bereikt. Verberg U niet voor mij, nu het mij allemaal te veel wordt, luister toch naar mij. Antwoord mij toch snel, nu ik U roep. Want ik word zo snel oud, en mijn botten doen zeer, zij gloeien. Mijn hart is dor als dood gras, en alle eetlust is verdwenen. Door al mijn verdriet voel ik mij lichamelijk als een wrak." (HTB)
Uiteindelijk lijkt deze psalm te suggereren dat Gods kracht juist zichtbaar wordt in contrast met onze menselijke kleinheid en zwakheid. Gods Geest openbaart zich vaak het duidelijkst in mensen die veel hebben meegemaakt, veel weerstand hebben ervaren of gebukt gaan onder lichamelijke kwalen, maar zich daardoor niet laten weerhouden. Een treffend voorbeeld vinden we volgens de traditie in de apostel Jakobus de Mindere, die met lichamelijke beperkingen zou hebben geworsteld. Juist daardoor werd zijn getuigenis des te krachtiger: hoe indrukwekkend is het dat iemand die zelf onder pijn gebukt gaat, anderen kan genezen?
Gods kracht wordt zichtbaar in het kleine en het zwakke. De kracht van Christus ligt niet in uiterlijke macht, een sterk lichaam, een succesvol bedrijf of andere dingen die wij met een aardse blik vaak als kracht beschouwen. Integendeel, Zijn kracht wordt juist zichtbaar wanneer Hij mensen gebruikt ondanks hun gebrokenheid en tekortkomingen. Als dat niet zo was, zouden we de resultaten nog kunnen toeschrijven aan iemands eigen talenten of verdiensten.
Juist daarom spreekt het getuigenis van iemand die weet wat lijden is vaak des te krachtiger. Wanneer een gebroken mens hoop uitdraagt, wanneer iemand die zelf pijn kent anderen bemoedigt, wordt zichtbaar dat de kracht niet uit hemzelf komt. Dan wijst alles naar Degene die in hem woont. Zoals Paulus schrijft: niet mijn eigen kracht, maar de kracht van Christus die in mij leeft (Galaten 2:20)
Ik wil eindigen met Psalm 13: 2-6 (NBV):
"Hoe lang nog, HEER, zult u mij vergeten,
hoe lang nog verbergt u voor mij uw gelaat?
Hoe lang nog wordt mijn ziel gekweld door zorgen
en mijn hart door verdriet overstelpt, dag aan dag?
Hoe lang nog houdt mijn vijand de overhand?
Zie mij, antwoord mij, HEER, mijn God!
Verlicht mijn ogen, dat ik niet in doodsslaap wegzink.
Laat mijn vijand niet roepen: ‘Ik heb hem verslagen,’
mijn belagers niet juichen omdat ik bezwijk.
Ik vertrouw op uw liefde:
mijn hart zal juichen omdat u redding brengt,
ik zal zingen voor de HEER, hij heeft mij geholpen.




Opmerkingen